De groene tour van Margaret Atwood

‘Vertel het zoals het is’

Margaret Atwood, de grote dame van de Canadese literatuur, heeft met Het jaar van de vloed opnieuw een apocalyptisch boek geschreven.

OOK IN DE ROMAN Oryx and Crake (2003) laat de bijna zeventigjarige Margaret Atwood een personage ronddolen in een wereld waarin de mensen van de kaart geveegd zijn. En eerder, in The Handmaid’s Tale (1985), is de mens ook al gedoemd tot ondergang in een door anonieme machthebbers gedirigeerde totalitaire wereld. ‘Hoewel in The Year of the Flood personages opduiken die ik al in Oryx and Crake heb opgevoerd, is het geen sequel of prequel’, zegt de veelbekroonde schrijfster en gedoodverfde Nobelprijswinnares. ‘In de negentiende eeuw zou men dit een meanwhile hebben genoemd: ik beschrijf wat ondertussen in de rest van de maatschappij gebeurt met mensen die niet in een elitaire, beschermde omgeving leven. Voor hen staat geen onafhankelijke overheid klaar om hen te beschermen, er zijn alleen nog private veiligheidsdiensten die door de grote ondernemingen worden betaald. Het is een ontwikkeling die nu al begonnen is.’
In de voorbije decennia hebben de neoliberalen in de Verenigde Staten geprobeerd om van veiligheid een marktproduct te maken. Is dat in Canada inmiddels ook het geval?
‘In de VS zijn nu meer private veiligheidsagenten dan agenten in overheidsdienst. In Canada en Europa is het nog niet zo ver, maar zodra de overheid geld investeert in private banken en autobedrijven is het uitkijken geblazen. Winst maken en regels doen respecteren gaan niet goed samen. Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van geld. Als de overheid in geldnood komt en de privé-sector kan bepaalde diensten goedkoper leveren, wat dan? En zal de overheid die de veiligheid financiert met belastingen dubieuze ondernemingen sluiten of zal ze mistoestanden gedogen zolang het maar inkomsten voor de staatskas oplevert? Dilemma’s genoeg.’
Een ander thema dat een belangrijke rol speelt in uw jongste roman is genetische manipulatie. In Europa leeft veel weerstand tegen genetisch gemodificeerd voedsel.
‘Genetische manipulatie op zich is niet goed of slecht. Ik zie het als een instrument dat in handen van mensen tot goede en slechte dingen kan leiden. Het is al gebruikt om arme boeren uit te buiten, maar het kan ook worden ingezet om planten resistent te maken tegen ziekten of om een grotere oogst te garanderen met minder irrigatie en werk. Het is één grote speelgoedbox en de vraag is ook hier: wie zal bepalen wat mag en wie zal dat controleren? Het probleem met levende wezens is dat je ze niet weer in de kooi krijgt als het misgaat. Kijk maar naar de exotische diersoorten die in een vreemd milieu terechtkomen zonder natuurlijke vijanden. Ze ontwrichten er het natuurlijke evenwicht ten koste van inheemse soorten. Daar zijn voorbeelden genoeg van: van Aziatische termieten die in New Orleans alles kapotvreten, tot de verspreiding van de zebramosselen in de grote meren van Canada.’

TERWIJL u rondreist om interviews te geven over uw nieuwste boek houdt u op de website www.yearoftheflood.com een blog bij. Wat is de bedoeling daarvan?
‘Ik ben bezig aan een groene tour. Tot december eet ik hoofdzakelijk vegetarisch, hou de koolstofuitstoot tijdens mijn verplaatsingen zo laag mogelijk en drink bij voorkeur organische koffie. Niet-organische koffieplanten, die worden bespoten met pesticiden, zijn nefast voor trekvogels. De opbrengsten van de evenementen die we tijdens de tour organiseren, gaan naar Birdlife International.
Via de website kun je ook de cd kopen met de psalmen van de Hoveniers van de Heer. Nadat hij mijn manuscript had gelezen, vroeg de partner van mijn literaire agent of hij de veertien psalmen van de Hoveniers op muziek mocht zetten. Dat resulteerde in een cd en optredens en de psalmen zullen ook op de website te horen zijn.’
Tussen de regels lees ik in uw roman nogal wat sympathie voor de fictieve eco-religieuze sekte de Hoveniers van God. Ze komen er redelijk positief uit, niet?
‘Ze doen ook erg hun best om zorg te dragen voor het voortbestaan van de gehele schepping en ze aanvaarden ook de evolutietheorie. Trouwens, ook dat heb ik niet verzonnen: er bestaat al langer een groene christelijke kerk. Google maar eens op green bible. De groene bijbel is met ecologische inkt gedrukt op ecologisch papier en bevat een voorwoord van aartsbisschop Desmond Tutu.
Als ik moet kiezen tussen fundamentalisten die zich verantwoordelijk voelen voor de schepping en de fundamentalisten die zitten te wachten tot alles ten onder gaat en hun God voor de uitverkorenen een totaal nieuwe wereld creëert, dan weet ik het wel. Die laatste attitude wil ik in geen geval aanmoedigen.’
U hebt een uitgebreid en gevarieerd oeuvre met gedichten, essays, non-fictieboeken, verhalen en romans. Waarom hebt u het genre van de roman gekozen om al deze verontrustende ontwikkelingen aan de kaak te stellen?
‘Omdat het de enige vorm van literatuur is die me de kans biedt om te laten beleven en ervaren hoe het zal zijn. Als ik non-fictie zou schrijven, zou ik blijven steken in theoretische bespiegelingen. Ik kan dan bijvoorbeeld zeggen dat het een zegen voor het milieu zou zijn als we weer gebruik zouden maken van luchtschepen, liefst dan zeppelins die wat minder ontvlambaar zijn dan de Hindenburg. In een roman kan ik je laten voelen hoe het zou zijn om op zo’n luchtschip mee te reizen. Net zo kan ik de lezer via een roman in een toekomstige wereld laten leven. Een roman is wat dat betreft zelfs beter dan een film.’

UW ROMAN ‘The Handmaid’s Tale’ werd in 1990 verfilmd door Volker Schlöndorff met onder anderen Faye Dunaway en Robert Duvall in belangrijke rollen. Ook ‘The Year of the Flood’ zou zich uitstekend lenen voor een filmscenario…
‘Beter dan een film zou een televisieserie zijn. Een film duurt maar negentig minuten, zodat je heel wat uit het boek zou moeten schrappen. Eigenlijk vereist een film een simpele plot. Daarom lenen boeken met een eenvoudige plotlijn zich ook het best voor een filmbewerking. Of er al besprekingen zijn over een televisieserie? Ach, er wordt over zo veel gesproken. Echte plannen zijn er nog niet.’
Apocalyptische verhalen hebben een lange traditie, van de Oudheid tot het net verfilmde ‘The Road’ van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy. Zocht u inspiratie bij dit genre?
‘Mijn boek gaat niet over het einde van de wereld, maar over het einde van de mensheid. In de meeste apocalyptische literatuur is de oorzaak van de ondergang trouwens onduidelijk, zoals in de klassieker Purple Cloud van M.P. Shiel. Of er komen kometen en giftige vleesetende planten aan te pas, zoals in The Triffids van John Wyndham. Ook bij McCarthy wordt de ramp niet nader omschreven; het is dus ook een soort purple cloud. Zijn personages lijken ook niet te moeten eten en drinken, in die zin is het meer een allegorie, alleszins veel minder realistisch dan zijn vroegere werk dat zich in het Zuidwesten van de Verenigde Staten afspeelt. Maar de wereld die hij schildert is zoals altijd erg donker.
Het grote onderscheid met de meeste apocalyptische verhalen is dat ik zelf niets uitvind. Ik duw de bestaande ontwikkelingen alleen wat verder. Daarom is het ook geen sciencefiction maar speculative fiction. De lectuur over grote pandemieën was wel bruikbaar, bijvoorbeeld om te weten hoe mensen reageren. De grootste pandemieën waren trouwens bepalender voor de mensheid dan de bloedigste oorlogen. De geschiedenis van Noord- en Zuid-Amerika zou een ander verhaal zijn geweest als de Europese veroveraars niet geholpen waren geweest door de cocktail van besmettelijke ziekten die ze met zich meebrachten. En de Zwarte Dood maakte een einde aan het rijk van Dzjengis Khan en aan het feodale stelsel, wat het begin van het kapitalisme inluidde.’

IN ‘THE YEAR of the Flood’ volgen we de ontwikkelingen door de ogen van twee vrouwelijke personages. Is dat louter toeval?
‘Er zijn drie stemmen. U vergeet Adam Eén, de leider van de Hoveniers van God. De belevenissen van Tory en Ren worden afgewisseld met de preken en de psalmen van de sekteleider. Maar goed, is het toeval dat voor de rest twee vrouwen centraal staan? Nee, want we volgen hun verhaal en ik kon prachtige plaatsen kiezen om hen te isoleren toen de pandemie uitbrak, Tory in een spa en Ren in een luxebordeel.
Vroeger kreeg ik altijd de vraag waarom de personages waarover ik schreef vrouwen waren. Toen mijn vorige boek een man als hoofdpersonage had, moest ik me verantwoorden omdat het geen vrouw was. Het is ook nooit goed.’
In het verleden werd u vaak een feministe genoemd. Ziet u zichzelf als een feministe?
‘Och, ze hebben me al zo veel etiketten opgeplakt. Iedere vrouw die vroeger iets deed, was een feministe, zelfs als ze honden africhtte. Ik heb er geen moeite mee, zolang feministe niet betekent dat ik alleen broeken en overalls mag dragen en dat ik bereid moet zijn om alle mannen het ravijn in te duwen. Ik ben natuurlijk voor gelijke rechten, maar als dochter van een bioloog weet ik dat mannen en vrouwen verschillend zijn.’
Welke auteurs hebben invloed gehad op uw schrijverschap?
‘Inhoudelijk is het moeilijk te zeggen. Ik heb van jongs af zo veel gelezen. Maar stilistisch behoor ik tot de school van de rechttoe-rechtaan-stijl van Robert Louis Stevenson en Jonathan Swift. Vertel het zoals het is, zelfs als datgene wat je te zeggen hebt nogal weerzinwekkend is. Ik gebruik metaforen, maar ik ben er spaarzaam mee. Ik kan de barokke stijl van de school van Proust en Henry James wel appreciëren, maar zelf kan ik niet op die manier schrijven.
In de literatuurklas hebben we eens geprobeerd om te determineren wat een vrouwelijke of een mannelijke stijl was. Onze conclusie luidde dat het bestaan van een mannelijke of vrouwelijke stijl afhankelijk is van de periode, terwijl het onderscheid tussen een mannelijke en vrouwelijke inhoud wél blijft bestaan. Als je het op een bipolaire lijn uitzet, heb je aan het ene uiterste de western en aan de vrouwelijke kant het doktersromannetje. Ook vandaag zijn de meeste vrouwen nog altijd niet geneigd westerns te lezen, terwijl hetzelfde geldt voor mannen en doktersromannetjes.Mannen schrijven al langer op een geloofwaardige manier over vrouwen, denk maar aan Madame Bovary. Maar ondertussen schrijven ook vrouwen op een authentieke manier over de mannenwereld. Tijdens het schrijven van The Year of the Flood heb ik passages laten lezen door jongens van een jaar of twintig. Ze waren verbaasd dat ik hun houding zo raak wist te schetsen. Ze hebben me op twee fouten kunnen betrappen: een verwensing die niet juist zat en de manier waarop een personage een sigaret rolde.’

Margaret Atwood, Het jaar van de vloed. Prometheus, 450 blz., € 22,50