Tommy Wieringa, Joe Speedboat

Vertel me alles!

Tommy Wieringa

Joe Speedboat

De Bezige Bij, 316 blz., € 18,90

De verteller in deze buitengewone roman heet Frans en zit in een rolstoel, is spastisch en kan niet praten. «Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben. Ik heb doorligplekken over mijn hele lichaam en een condoomkatheter om mijn fluit.» Met zulke beginzinnen word je als lezer gelukkig niet verplicht mee te gaan snotteren met een inzielige held. Vrolijk, dat word je ervan en die vrolijkheid verliet me niet terwijl ik dit boek las. Ik zat erbij te glimlachen, het hele boek lang en ik wilde alles weten, van begin tot eind. Vertel me alles! Want deze held is niet zielig, godzijdank, niet eens erg verontwaardigd over het lot dat hem heeft getroffen, of liever gezegd de landbouwmachine die hem vermorzelde. Hij blikt onbekommerd en glashelder de wereld in: een jongen die de wereld ziet. Ergens meldt hij: «Ik was niet zo onwetend dat ik niet wist dat ik onwetend was.» Alweer zo’n zin trouwens waar ik een bewonderend uitroepteken bij zette.

Tommy Wieringa houdt in deze roman steeds een mooie lichte, enigszins verbaasde toon in stand, waarbinnen het verhaal bijna vanzelfsprekend tot volle bloei komt. Er gebeuren de raarste dingen, maar toch weet deze schrijver ze ons zo vanzelfsprekend voor te zetten dat ze volstrekt normaal worden, nee, zelfs voor de hand beginnen te liggen. Zo betreedt de tweede held van het boek, de raadselachtige Joe Speedboat, «als een meteoriet» via een auto-ongeluk het dorp waar de verteller opgroeit. Joe Speedboat, engel en held, deus ex machina, hij komt zomaar uit de lucht vallen en ineens gaat het in het dorp borrelen en gisten. En krijgen we een mooi kijkje in de wereld van Joe, wiens echte naam onbekend moet blijven, die bommen laat ontploffen, rare machines bouwt en zelfs vliegtuigen vanaf een bevroren plas laat opstijgen. Alleen deze episode al! Wieringa maakt het zonder meer aannemelijk dat ergens in een klein dorpje, in een streek die sterk aan Noord-Brabant doet denken, een stel jongens geheel zelfstandig een vliegtuig in elkaar zetten. En dat Joe vervolgens werkelijk het luchtruim kiest. «Hij had het wonder van de gebroeders Wright herhaald. Nu was niets meer onmogelijk voor hem.»

De aan zijn rolstoel gekluisterde verteller raakt helemaal in de ban van Joe, die iets aan zijn leven toevoegt dat verder gaat dan «de verbrandingsmotor en de sociaal-democratie». Joe kijkt niet naar de meisjes, Joe houdt zijn hoofd koel, Joe maakt bommen, Joe doet niet mee aan de plaatselijke drankrituelen. «Achteraf gezien denk ik dat ik niet eens op zoek was naar de waarheid of zoiets, maar naar iets dat licht gaf.» Gelukkig slaagt Wieringa erin het personage Joe niet een al te drukkende mythische gedaante te laten aannemen, we kunnen gewoon met beide benen op de grond blijven staan. Al kun je de mythe in dit boek op vele plaatsen horen borrelen en fluisteren. Het verhaal van dit boek is zo aanstekelijk dat het geen enkele verbazing wekt wanneer de verteller, op advies van Joe, in de wereld belandt van het «armpje drukken». Wie slaagt erin de arm van de ander tegen een tafelblad te duwen? In bedompte kantines en afgelegen loodsen in Hamburg, Dresden, Marseille et cetera strijden mannen uit de duistere wereld van de sportscholen en andere ruwe klanten om een twijfelachtige eer en veel geld. Dit maakt literatuur altijd de moeite waard om te lezen: de betreding van tot nu toe onbekende werelden. En Wieringa maakt er fraaie literatuur van, geloofwaardig tot en met. Ik kreeg de illusie dat ik nu alles van deze armpje-drukken-wereld weet, een wereld waarbinnen ik het liefste zelf zou verkeren maar die ik wegens praktische bezwaren toch liever alleen door boeken leer kennen. En dit alles op een toon en met een stilistische zwier die nergens pathetisch wordt. Ja, uiteindelijk gaat het natuurlijk allemaal mis met Joe en Frans, dat snap je zo ook wel, maar het maakt niet uit, want de glimlach die mij al vanaf de eerste zinnen begon te vergezellen, bleef het hele boek in stand.

Hoe kreeg Tommy Wieringa dit voor elkaar? Zoveel vrolijke schrijflust? Wat bezielde hem dit denderende, meeslepende en bijzondere boek te schrijven? Ik ben er nog niet uit en misschien moet dat in dit geval ook niet, laat het nu maar eens een keer gewoon op je afkomen. Al die rationalisaties ook altijd, hou er eens mee op. Dit is een prachtig boek over opgroeiende jongens, jongens die naar elkaar kijken en elkaar willen blijven vasthouden. Die in elkaar verstrikt raken. Over de mythes daarvan en het verlangen ernaar terug.