Maria Stahlie, Sint-Juttemis

Vertelkoorts

Maria Stahlie

Sint-Juttemis

Balans, 448 blz., e 22,50

Koorts, dat zou ook een mooie titel voor dit boek zijn geweest. Alles staat onder een koortsachtige hoogspanning: heldinnen en helden zitten elkaar flink dwars, de handeling dreigt af en toe oververhit te raken, de gedachtespinsels van de vertellende heldin schieten alle kanten op, men kletst en bedriegt en reist heen en weer dat het een aard heeft en dit alles tegen het decor van de hittegolf in Parijs van een paar jaar geleden. Maria Stahlie voelt zich er merkbaar lekker bij, en ik begon ook steeds beter in mijn vel te zitten, mee te leven, van de heldin te houden, ook al verstrikt die zich vaak genoeg in op hol geslagen scheefpraat. Juist daarom begon ik van haar te houden, dat werd steeds duidelijker. Bij dit boek mag je volop met de heldin meeleven, die druk bezig is anderen te redden, waarbij ze uiteraard zelf langzamerhand van de regen in de drup belandt, maar zich daar toch niks van aantrekt. Mag ik een keer met deze impulsieve doener en wilde denker kennismaken? Met deze kletsmajoor en inventieve speurneus, die me muisstil heeft laten verder lezen?

Het verhaal is van een mooie en tegelijk raadselachtige eenvoud. Een jeugdvriend van de ik-figuur is in een Parijs ziekenhuis opgenomen; hij ligt in coma. Ze reist erheen en neemt haar dementerende schoonmoeder en puberende dochter uit het eerste huwelijk van haar man met zich mee. En hup, daar gaan we de roetsjbaan van deze geschiedenis in: wie is die man in coma, wat is er gebeurd, wie is de vertellende ik, waarom gaat ze meteen naar Parijs, was ze de minnares van die man, wie is hier de bedrieger en wie is de bedrogene? En verdomd, ik wilde het allemaal nog weten ook. Langzamerhand maakt Stahlie ons wegwijs in een milieu, een gezin, een achtergrond en een man die probeert te ontsnappen aan een leven van bedrog.

Het thema van deze roman zou je dan ook kunnen noemen: is het mogelijk te ontsnappen aan je lot? Kun je jezelf wegcijferen, veranderen, je eigen boosaardige karakter vernietigen en inruilen voor dat van een ander? «Op Sint-Juttemis krijgen alle kippen tanden…het is een dag die nóóit zal aanbreken.» Ergens in het boek noemt Stahlie dit streven naar verandering de «extremely wished for transformation», zoals filmsterren dat iedere keer opnieuw proberen te bereiken. Nee, natuurlijk is dat «in het echt» niet mogelijk, maar in dit boek lijkt, zoals het in literatuur hoort, alles mogelijk: Sint-Juttemis komt steeds dichterbij en Stahlie houdt alle opties open.

Stahlie houdt van begin tot eind een ware vertelkoorts in stand. Haar heldin oreert, delibereert, wikt en weegt, en zet zichzelf en de lezer keer op keer voor het blok. En dat in een stijl die regelrecht fonkelt en knispert van vertelplezier. Het is misschien raar, maar ik stelde me keer op keer voor hoe Stahlie daar achter de computer zat te werken en de zinnen te voorschijn toverde.

En steeds iedere neiging tot slapte, dorheid en sufheid, die zinnen van zichzelf altijd hebben, met kracht bestreed. Zinnen moeten glimmen en vloeien, ze moeten spetteren van enthousiasme en stil worden van verdriet en wanhoop en dan weer gezwets aan de man proberen te brengen waar je stil bij zit te grijnzen, omdat je weet dat literatuur in de grond niet meer is dan een hogere manier van zwetsen. Kijk naar die zinnen van Stahlie en ga er eens over na zitten denken. Citeren heeft geen zin, ik kan wel aan de gang blijven.

Steeds bekroop me de vraag: hoe gaat ze zich hier weer uit redden? Hoe slaagt ze erin haar verhaal zo flonkerend in de lucht te houden? Het moet toch een keer mis gaan, straks wordt het ineens allemaal larmoyant en blijkt alles met alles samen te hangen of zoiets ergs. Maar Stahlie redt zich zonder enige moeite. Net als je denkt dat ze nu toch echt met iets nieuws moet komen, bedenkt ze weer een verhaallijn die als volkomen vanzelfsprekend voor je neus wordt gezet. Weer een detail waarvan je je eerst afvraagt wat je ermee moet en dan later toch beseft dat het er werkelijk alles toe doet. Tot en met het mooie, lyrische, volkomen logische en zeer bevredigende einde. Ik begon iedereen in mijn omgeving met dit boek lastig te vallen, moet je horen wat ze nu weer bedacht heeft. En zo weten ook zij nu hoe je het best een olifantspoot kunt bereiden («amputeer de poten bij het vetlokpunt») en in welk ziekenhuis in Parijs Louis Althusser zijn laatste dagen sleet.