TONEEL  Zomergasten (2)

VERTELLING & SPEELPLEZIER

Maxim Gorki vertelt in zijn stuk Zomergasten (1904) niet één verhaal van A tot Z, het zijn er wel een stuk of tien. Persoonlijke geschiedenissen die elkaar deels kruisen: drie stukgelopen huwelijken, een ongewenste en een steeds meer gewenste driehoeksverhouding, vijf eenlingen. Uit die kluwen maken zich zes mensen (twee mannen en vier vrouwen) los, zij verlaten in de slotminuten van het stuk de blaffende goegemeente. Die omwenteling komt een beetje uit de lucht vallen en dat kun je ook de dramaturgische zwakte van het stuk noemen. Daar staat tegenover dat de bravoure waarmee de verveling van de zomergasten wordt doorbroken een ongekende kracht heeft. Die kracht wordt kort en fel verwoord door de advocatenvrouw Varja, de enige die met haar stap haar huwelijk niet alleen op het spel zet maar ook opblaast: ‘Ik ga leven. Iets doen! Tegen jullie!’ Ze krabt het vernis van de pasgepoetste zomerhuisjes. Het gezelschapsspel met levensleugens is voorbij. De meerderheid zal de brokken lijmen. Waar het dissidente zestal uitkomt is ongewis. Veel zomergasten zullen ze er niet meer tegenkomen, zoveel is duidelijk.
De uitval van Varja wordt binnen het handelingsverloop van Zomergasten voorbereid door middel van subtiele tekstwendingen, lastige vragen, snibbige dialogen die Varja voert met haar lotgenoten en een gênant gesprek met de door haar ooit bewonderde schrijver Sjalimov. Vlak vóór Varja’s wanhoop een woedend kookpunt bereikt, doet Gorki een meesterzet. Hij laat de projectontwikkelaar Soeslov een lofzang op de kleinburgerij houden. En die tekst snijdt nog hout ook: wij zijn kinderen van hard ploeterende ouders, we zijn ooit jong en opstandig geweest, daarna hebben we de handen uit de mouwen gestoken, en nu willen we er goed van vreten en zuipen. Soeslov: ‘Ik ben graag een burgerzwijn, ik ben er trots op.’ Varja herkent zijn eerlijkheid: ‘Hij is onbeschoft, maar hij zegt wel waar het op staat.’ Die observatie krijgt ze in haar gezicht gesmeerd als Soeslov de meer ordinaire kanten van zijn eerlijkheid laat horen in een korte dialoog over vrouwen-met-praatjes: ‘Je moet ze gewoon zo vaak mogelijk zwanger schoppen. Dan houd je ze in het gareel.’
Daar barst de bom. De spelerstroep van Theater het Amsterdamse Bos draait met verve aan de knoppen van een lawaaierig soort verveling, teneinde op het juiste moment de juiste stiltes te laten vallen met precies de goeie spanning. Op dat vinkentouw wordt bekwaam gewalst. En daar zit ook het mooie én het wankele evenwicht tussen speelplezier en vertelling. Mooi omdat er effectief aan is gewerkt en op goeie avonden de vonken van het podium spatten. Wankel door die hond op rij één die opeens mee gaat praten, of de motorbende die in de verte door het bos scheurt, of het groepje openlucht picknickers dat door een overdosis rosé last krijgt van een vreemde lachkick. Het blijft een leuk maar ook een raar bostheater.
En nu we het daar toch over hebben: iedere zomer opnieuw lees ik in recensies dat de bespelers van het Amsterdamse Bos hun klassiekers overdadig opleuken met containers (on)gein, alsof ze geen ander doel nastreven dan agge-maar-leut-het. Hier wordt de toeschouwer geen spiegel voorgehouden, zo heet het, maar valt de keuze uit voor levendig vertier. Afgezien van het tussen deze regels verstopte dédain voor goed komediespelen, ligt het humeurig misverstand in dit type observaties toch vooral in de veronderstelde tegenstelling tussen vertelling en speelplezier. In althans déze versie van Gorki’s Zomergasten wordt de nonsens van deze nep-contradictie opgeheven door die ene intentie van dit ensemble: je moet de ledigheid flink opkloppen, met veel vermaak en wat meer is: met goeie timing spelen, zodat de klap met het spreekwoordelijke oorkussen van de duivel des te harder aankomt. Ik heb geloof ik nog nooit een voorstelling in het Amsterdamse Bos meegemaakt die eindigt in een zo oorverdovende stilte. Slechts onderbroken door poetsvrouw Sacha met haar Oostblok-accent: ‘Klaar. Komt niks meer.’

Klik hier voor deel 1

Gorki’s Zomergasten, Theater het Amsterdamse Bos, t/m 6 september, www.bostheater.nl. Bij twijfelachtig weer: 020-6433286 (na 18.00 uur)