Economie

Vertrapte scheuten

We kennen allemaal de plaatjes. Mooie groeicijfers, een fijn begrotingsoverschot, lage staatsschuld, dalende werkloosheid en toen ineens… boem!… crisis.

In Spanje, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Nederland: overal kromp de economie van het ene op het andere kwartaal met twee tot drie procent omdat de ene na de andere bank omviel en huishoudens en bedrijven van het ene op het andere moment hun toekomstplannen herzagen.

Politici, toezichthouders en beleidsmakers schrokken zich het leplazarus en staken honderden miljarden euro’s, dollars en ponden in hun economieën om de boel in godsnaam draaiende te houden. Als de private vraag uitvalt, moet de publieke sector het stokje overnemen, toch? Ineens waren we allemaal keynesianen en was The Return of the Master, de handzame samenvatting van het verzamelde werk van Keynes door zijn biograaf, voor even aanvoerder van de internationale bestsellerlijst.

Het resultaat mocht er zijn. Vanaf het tweede kwartaal van 2009 schreven de meeste economieën weer zwarte cijfers: 0,8 procent in Nederland, 0,5 in Duitsland, 0,4 in het Verenigd Koninkrijk, 0,7 in Frankrijk, 1,3 in de Verenigde Staten en zelfs, zij het een jaar later, 0,3 procent in Spanje.

Het was de fase van de ‘green shoots’, de tuindersmetafoor die het internationale commentariaat in die zomermaanden van 2009 voor voorzichtig herstel gebruikte. Een zoektocht op de website van de Financial Times leert dat 2009 maar liefst 895 hits voor green shoots opleverde, tegen 44 voor het winterige 2010, 28 voor het radeloze 2011, 54 voor 2012 en 84 voor 2013.

Europa plukt de wrange vruchten van Trichets ‘evangelie’

En toen ging het in 2011 alsnog mis – en dan beperk ik me voor het gemak tot Nederland. Vanaf het aantreden van Rutte-I op 14 oktober 2010 gaat het mes erin: een ombuigingspakket van 16 miljard euro uitgesmeerd over vijf jaar, waarvan een krappe 9 miljard in het begrotingsjaar 2011, leidt ogenblikkelijk tot krimp: 0,2 procent in kwartaal twee, 0,3 in kwartaal drie, 0,7 in kwartaal vier en 0,3 in het eerste kwartaal van 2012. Op een onverwachte opleving van 0,4 procent in het tweede kwartaal na bevindt de Nederlandse economie zich sindsdien in recessie. Met dank aan een overheid die er in zeven jaar pakweg 56 miljard euro aan bezuinigingen en lastenverzwaringen (Rutte-I, Kunduz-akkoord, Rutte-II, Herfstakkoord) doorheen jast. Niet alleen de Nederlandse groeigrafiek vertoont kuilen. Op Duitsland na doet de hele eurozone dat: diepe scherpe kuil in 2009, snel herstel in 2010, val in 2011 en 2012, en voorzichtig opkrabbelen in de tweede helft van 2013. Deze slechte economische prestaties contrasteren opzichtig met die van de Verenigde Staten, Japan en zelfs het Verenigd Koninkrijk, waar de groeistaarten al vanaf 2010 weer fier naar boven wijzen. De Verenigde Staten en Japan zijn in 2013 alweer rijker dan ze in 2008 waren en het Verenigd Koninkrijk is hard op weg dat te doen. Waarom de eurozone niet? Wat is er in godsnaam gebeurd?

De eurocrisis uiteraard. Maar Griekenland, Portugal en Ierland zijn kiezelstenen, samen goed voor pakweg zes procent van de economie van de eurozone. Er moet dus meer aan de hand zijn. Mark Blyth licht in zijn onvolprezen Austerity: The History of a Dangerous Idea een tip van de sluier op. Volgens Blyth is ideologie – ‘frameworks for political action that are immune to empirical refutation’ – de voornaamste explanans voor het hardnekkige Europese geloof in begrotingstekortreductie.

En Neil Irwin weet de geboorte ervan in zijn al even onvolprezen The Alchemists: Inside the Secret World of Central Bankers exact te dateren en lokaliseren: 5/6 februari 2010, Iqualuit, in het noordoosten van Canada, recht tegenover Groenland, tijdens een bijeenkomst van de G7. Daar overtuigde ECB-president Jean-Claude Trichet met een beroep op het leerstuk van ‘expansieve contractie’, een obscuur stukje economische metafysica dat aan lagere overheidsbestedingen miraculeuze herstelcapaciteiten toeschrijft, zijn collega’s ervan dat de tijd van expansief begrotingsbeleid ten einde was en die van restrictief beleid aangebroken. In zijn slotwoord repte de Canadese minister van Financiën dociel van de noodzaak om een houdbaarder begrotingspad op te zoeken. Een boodschap die Trichet vijf maanden later, op 22 juli, in een stuk in de Financial Times nog eens agressief herhaalde: stop met stimuleren; het is tijd om de broekriem aan te halen!

Godlof hebben de Japanners en Amerikanen zich van dit obscurantisme niets aangetrokken en hun stimuleringsbeleid onverdroten voortgezet. Europa daarentegen plukt nu al twee jaar de wrange vruchten van Trichets ‘evangelie’: anemische groei, hoge (jeugd)werkloosheid, stijgende schuld en tekorten die maar niet willen slinken.

De ‘groene scheuten’ van 2010 zijn niet verwelkt maar moedwillig stukgetrapt – uit pure ideologie.