Perquin

Vertrek

Ik heb haar maar één maand gekend - een lange, tragisch ogende vrouw. Ze stond ingeschreven als Liselore de Ruijter van Abbingen Sonsbeek, een naam die klonk als een antieke klok.

Op haar kamer, een grote suite in het oudste gedeelte van het hotel, stond een schildersezel. ’s Ochtends mochten we haar niet storen, dan was ze aan het werk. Pas aan het einde van de middag konden we aan de slag. Haar suite rook vaag naar terpentine en stond vol met sombere stillevens: dode dieren, rottend fruit, gebarsten aardewerk. Ik herinner me een fazant op een schaal. De nek opzij geknakt, de kop over het randje. Er waren kamermeisjes die weigerden er schoon te maken, zo griezelden ze van de almaar groeiende collectie ‘Dood en Ververf’. Maar ik kwam daar graag. Ik schudde de kussens op, verving de flesjes van de minibar en stofzuigde voorzichtig om her en der tegen de muur gezette doeken heen.
Ik had mijn eigen fantasieën over mevrouw De Ruijter van Abbingen Sonsbeek. Er moest iets gebeurd zijn, iets wat haar ondanks haar glanzende afkomst in de richting van deze naargeestigheid had gedreven. Ik dacht aan een gedwongen huwelijk. Een harteloze baron. Glansloze weelde. Eenzaamheid. Drankzucht. Als ik haar ’s middags op de gang tegenkwam, greep een diep, zelfbedacht medelijden me aan. Ik werd haar vaste, onopgemerkte bondgenoot en legde extra chocolaatjes voor haar neer.
Tot ik op een ochtend, half juli, van de manager te horen kreeg dat ze vertrokken was. Midden in de nacht. Met koffer en al. De grote ramen van de suite had ze open laten staan, evenals een indrukwekkende rekening. Navraag loste niets op; haar naam bleek verzonnen, haar adres vals. Drieëntwintig stillevens waren achtergebleven, het ene nog somberder dan het andere. ‘Bewijsstukken’, zei de manager. We droegen ze naar de opslagruimte, waar ook vergeten kledingstukken werden bewaard. Soms ging ik er kijken, als mijn dienst er op zat. Ik stalde de doeken uit en stofte ze af. Toen ik aan het einde van de zomer ontslag nam stonden ze er nog steeds. Iets droevigs te bewijzen.