Vertrek

Hoogst zelden gebeurt het dat ik in een krant, een weekblad een artikel lees waarvan ik meteen denk dat het van historische betekenis is. De J’accuse­-ervaring, het gevoel dat de lezers gehad zullen hebben toen ze op 13 januari 1898 in het dagblad L’Aurore de open brief van Émile Zola aan de president van de Republiek lazen.

Daar werd de waarheid over Alfred Dreyfus, de gedegradeerde kapitein van het leger, geopenbaard. Zoek het op in uw oude encyclopedie of op Wikipedia. Mij overkwam het toen ik op 15 oktober het hoofdartikel in de International Herald Tribune las: ‘Time to Pack Up and Leave Afghanistan.’ De waarheid! Eindelijk.

Deze oorlog valt niet te winnen, concludeert de krant. Eisenhower heeft de Amerikaanse positie in de wereld versterkt door Korea te verlaten; Nixon heeft hetzelfde gedaan door Vietnam op te geven en aan Obama hebben we het te danken dat we niet meer in Irak vechten. Hoe we Afghanistan zullen achterlaten weten we niet. Misschien ongeveer als Vietnam. Maar hoe dan ook, als we blijven, verstrikken we ons verder in de kwaadaardige impasse. Daarom: zo vlug mogelijk op een veilige manier vertrekken. (Voor de volledige tekst: nytimes.com/opinion)

Voorafgaand aan de conclusie geeft de krant een korte geschiedenis van de Amerikaanse aanwezigheid. Natuurlijk, na de verwoesting van de Twin Towers, 9/11, had de aanval op Afghanistan de steun van de hele westelijke wereld. Nous sommes tous Américains, schreef Le Monde op 13 september 2001. Daarna zagen we op televisie de verwoestende luchtaanvallen op het Tora Bora-gebergte waar Bin Laden en zijn terroristen zich zouden schuilhouden. De nieuwe oorlog was begonnen. Maar al vlug bleek dat Bush en zijn neoconservatieven andere prioriteiten hadden. Saddam Hoessein moest worden afgezet, Irak tot een voorbeeldige democratie hervormd. In 2003 begon de volgende vruchteloze oorlog, met principiële maar bescheiden steun van Nederland. Terzijde daarvan zeurde de strijd in Afghanistan verder.

Onder leiding van de Amerikanen en met steun van de bondgenoten is er een Afghaans leger van 352.000 man opgebouwd. Niet gering. Maar het moreel is laag en de betrouwbaarheid gering. Misschien zal het in staat zijn Kaboel en andere steden te verdedigen maar daarbuiten is het niet tegen de Taliban opgewassen. President Karzai en zijn corrupte regering worden met miljoenen dollars in het zadel gehouden, terwijl ze zich steeds verder van het volk vervreemden en daardoor de invloed van de Taliban vergroten. In het geheim blijft Pakistan de Taliban steunen en op dit bondgenootschap heeft Amerika geen enkele invloed. De schrijvers van dit hoofdartikel maken zich geen enkele illusie. Na het vertrek van de Amerikanen zal de toestand niet verbeteren. Maar Amerika heeft geen beslissende invloed. Deze oorlog, waarin nu tweeduizend Amerikaanse soldaten zijn gesneuveld en die vijfhonderd miljard dollar heeft gekost, valt niet te winnen.

Ik ben altijd van mening geweest dat de Amerikanen in Afghanistan een experimentele oorlog voeren. Eerst heeft Bush zich vergist toen hij dacht dat de strijd gewonnen was. Daarna is het wisselend opperbevel herhaaldelijk van strategie veranderd. Net als in Irak hebben we daar een surge gekregen. Ook mislukt. Het zou de moeite waard zijn een krijgsgeschiedenis over Afghanistan te schrijven, daarbij inbegrepen de oorlog die de Sovjet-Unie daar tussen 1979 en 1989 heeft gevoerd en die met de aftocht van het Rode Leger is geëindigd.

Sinds 2006 is Nederland deelgenoot in de oorlog die nu misschien op zijn einde loopt. We hebben toen veertienhonderd soldaten naar Uruzgan gestuurd. Die hebben daar natuurlijk veel nuttigs gedaan, scholen gebouwd, waterputten geslagen. De geestdrift van de ministers Kamp en De Hoop Scheffer was onbeschrijfelijk. In 2010 zijn we vertrokken, maar twee jaar later waren we weer terug, deze keer in Kunduz, met ongeveer vijfhonderd man om politieagenten op te leiden. Het is goed mogelijk dat dit ook weer een succes wordt. Maar daar gaat het niet om. Mocht het zo zijn dan is het een lokaal succes.

Als geheel is de oorlog in Afghanistan nog altijd een experimentele oorlog en het geheim van de eindzege blijft na elf jaar nog onopgelost. We hebben geen tijd meer. Er zijn genoeg soldaten gesneuveld, we hebben niet meer de energie en het optimisme om over een onbekend aantal jaren nog meer soldaten te laten sneuvelen, nog meer miljarden in een corrupte chaos te investeren. Dat is de strekking van dit artikel in de International Herald Tribune. Laten we hopen dat het ook op ons ministerie van Buitenlandse Zaken grondig wordt gelezen; desnoods uitgeknipt en opgeprikt. Het volgende kabinet kan een historische beslissing nemen.