Ewout van der Knaap

Vertrouwde gruwelijkheden

Ewout van der Knaap

De verbeelding van nacht en nevel. Nuit et brouillard in Nederland en Duitsland

Uitg. Historische Uitgeverij, 280 blz., € 22,50

Het meisje met hoofddoek tussen de wagondeuren, de lachende SS-officieren, de wachttorens en het elektrisch geladen prikkeldraad, de haveloze gevangenen, de bulldozer die zich een weg baant door een berg lijken — het zijn beelden die we talloze malen hebben gezien. Wie nu de uit 1955 daterende documentaire Nuit et brouillard van Alain Resnais voor de eerste keer ziet, wordt geconfronteerd met beelden die op een gruwelijke wijze «vertrouwd» overkomen.

Toen de film uitkwam, was het voor de meeste mensen nieuw, en daardoor heel schokkend. Het archiefmateriaal dat Resnais had gebruikt, was voor het grootste deel nog nooit vertoond. Latere documentaires hebben Nuit et brouillard vaak gebruikt als «bron», waardoor wij die beelden inmiddels zo goed kennen. De film van Resnais is dan ook een mijlpaal in wat tegenwoordig «de representatie» van de shoah wordt genoemd.

In De verbeelding van nacht en nevel reconstrueert Ewout van der Knaap niet alleen de totstandkoming en structuur van deze in tweeërlei opzicht historische film, ook analyseert hij de receptie in Duitsland en Nederland. Hoewel Van der Knaaps taalgebruik af en toe nogal moeizaam is, en gebukt gaat onder een postmodern jargon dat bij dit soort boeken blijkbaar onvermijdelijk is, bevat zijn boek veel dat de moeite waard is.

De beelden van Resnais en de tekst van Jean Cayrol, die als Nacht und Nebel-gevangene Mauthausen had overleefd, maken nog altijd veel indruk. Wat nu opvalt, maar wat volledig past in de wijze waarop in de jaren vijftig de nazi-terreur werd benaderd, is dat de slachtoffers in de film zeer algemeen worden aangeduid als «de vervolgden». Dat de joden het voornaamste doelwit vormden, wordt niet echt duidelijk. Slechts vier keer is in de film een davidster te zien, en één keer wordt gesproken van een «joodse student uit Amsterdam». Beelden van vernietigingskampen en concentratiekampen worden door elkaar gemonteerd.

De film mag nu dan worden ervaren als zeer «gedateerd», destijds was de vertoning ervan een enorme gebeurtenis. Rond de vertoning op het filmfestival te Cannes ontstond een diplomatieke rel tussen Duitsland en Frankrijk. Daarna werd de film in Duitsland veel gebruikt in het geschiedenisonderwijs, en is van enorme invloed geweest op het beeld dat de zogenoemde «protestgeneratie» had van het Derde Rijk.

De tekst van Cayrol werd in Duitsland vertaald en ingesproken door Paul Celan. Na nauwgezette analyse van de diverse stadia van het vertaalproces komt Van der Knaap tot de conclusie dat Celans betrekkelijk «vrije» vertaling het origineel volledig recht doet. Hetzelfde kan volgens hem niet worden gezegd van de veel meer letterlijke Nederlandse vertaling van de toenmalige oppermandarijn der vaderlandse letteren, Victor E. van Vriesland.