Vertrouwen

De PVV predikt graag law and order, maar de partij gaat de democratisch tot stand gekomen nieuwe wet op de partijfinanciering aan haar laars lappen.

HET CDA ontving in het verkiezingsjaar 2010 honderdduizend euro van een onbekend bedrijf. Dat deze gulle gever de belofte kreeg dat zijn naam niet zou worden genoemd, druist niet in tegen de huidige wet financiering politieke partijen. Niks aan de hand, kun je zeggen. Maar de Amerikaan Richard Edelman van het gelijknamige bedrijf dat de jaarlijkse Trust Barometer opstelt, zou over die houding van het CDA waarschijnlijk oordelen: die is zo achterhaald, de toekomst is juist aan degenen die werken vanuit principes en zich niet verschuilen achter regels. Bij het CDA, zo mag je toch aannemen, gold ook twee jaar geleden al het principe dat een politieke partij niet te koop is en dat zelfs de schijn van belangenverstrengeling voorkomen moet worden. De christen-democraten laten in het geval van de honderdduizend euro echter het principe dat je je aan je belofte houdt prevaleren boven dat van openheid over partijsponsors.
De partijfinanciën en daarmee het sponsorgeld voor het CDA waren vorige week onderwerp van parlementair debat, omdat er een nieuwe wet op de partijfinanciering op tafel ligt die zegt dat bij bedragen boven de 4500 euro wel man en paard moeten worden genoemd. Edelman sprak vorige week op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos. Daar gaf hij zijn gehoor van zakenlieden, bankiers en regeringsleiders een paar regels mee om het vertrouwen van klanten en burgers te herwinnen, of in ieder geval niet nog meer van hun vertrouwen te verliezen. Eerste regel van Edelman: laat je leiden door je principes.
Uit de Trust Barometer 2012 blijkt dat het vertrouwen van burgers in het bedrijfsleven en met name in de topmannen daarvan, maar ook het vertrouwen in regeringen flink is gedaald. ‘We leven in een sceptische wereld’, zei Edelman tegen NRC Handelsblad. Dat dalende vertrouwen is zorgelijk, want uit onderzoek blijkt dat landen waarin het onderlinge vertrouwen groot is het in allerlei opzichten beter doen dan andere.
Van de oude wet op de partijfinanciering zou je kunnen zeggen dat die uitging van veel vertrouwen, het vertrouwen dat politieke partijen geen geld aannemen in ruil voor wederdiensten. Naïef? In de ogen van hen die leven in landen waar omkoping en corruptie schering en inslag is wel. Mede door de opkomst van eerst de LPF en later de PVV is ook in Nederland het besef gegroeid dat het naïef is. Vertrouwen heeft zijn grenzen. Dat is het ingewikkelde aan vertrouwen, want waar liggen die grenzen?
Onder de huidige wet hoeft de PVV van Geert Wilders geen inzage te geven in de partijfinanciën. Dat moeten alleen partijen die subsidie krijgen, en dan dus nog maar mondjesmaat. De PVV ontvangt geen overheidsgeld, omdat dat is voorbehouden aan partijen die leden hebben en die heeft de PVV op Wilders na verder niet. Daardoor is het al jaren gissen waar die partij haar geld vandaan krijgt, ook al duiken er af en toe namen op van ultrarechtse Amerikanen die voor veel geld een vorkje hebben geprikt met Wilders.
De PVV predikt graag law and order, maar in de Tweede Kamer liet Hero Brinkman er vorige week geen twijfel over bestaan dat zijn partij de nieuwe wet, door hem de anti-PVV-wet genoemd, aan haar laars zal lappen. Brinkman houdt zich liever aan het principe dat zijn partij geen 'staatsinmenging’ duldt en ook geen overheidsgeld wil. Over het principe dat een politieke partij niet te koop is, hoorde je Brinkman niet.
De PVV heeft dan ook geen oren naar een tweede regel van Edelman, dat je 'radicale transparantie’ in de praktijk moet brengen. Is dat omdat de PVV geen belang heeft bij het vergroten van het onderlinge vertrouwen in de samenleving?
Dat uit de Trust Barometer blijkt dat Nederland niet het enige land is waar het vertrouwen van burgers in instituties tanende is, zal een schrale troost zijn voor Herman Tjeenk Willink, tot afgelopen dinsdag vice-voorzitter van de Raad van State. In zijn 'afscheidstournee’ langs een aantal media liet Tjeenk Willink vorige week niet na zijn al langer bestaande ongerustheid over dat afnemende vertrouwen nog eens te benadrukken. Als instituties, zoals de Raad van State of het koningshuis, keer op keer kritiek krijgen, duidt dat - zo zei Tjeenk Willink tegen de Volkskrant - op een afnemend besef van de waarde van tegenwicht en tegenspraak in een democratische rechtsstaat en de rol die instituties daarbij spelen.
Hoe ondermijnend kritiek kan zijn, bleek tijdens het Kamerdebat over de partijfinanciering. Een aantal partijen stelde voor om de controle op de partijfinanciën niet bij de minister, maar bij de Kiesraad te leggen, een institutie die tot nu toe niet onderhevig is aan de kritiek waar Tjeenk Willink op doelde. Vandaar ook juist de Kiesraad en niet de minister, die partijpolitieke belangen heeft.
Toch waren niet alle Kamerleden enthousiast. Gezien het huidige klimaat van wantrouwen is het de vraag of de Kiesraad van kritiek verschoond zal blijven als het die controletaak erbij krijgt. Met zoveel woorden werd het niet gezegd, maar de vrees was duidelijk: wat doet de PVV als ze van de Kiesraad een boete krijgt omdat de partij zich niet aan de nieuwe wet houdt? Zou de aanval van de partij op de Kiesraad zich dan ook op de door de raad vastgestelde verkiezingsuitslagen gaan richten? De schade aan het vertrouwen in de uitslagen zou groot kunnen zijn.
Het parlement praat later verder over de nieuwe wet, over wie die gaat controleren en over alle mazen die erin zitten. Want daar zijn er veel van. Edelman zou zeggen: maak daar geen misbruik van, leef naar de geest van de wet. Maar de PVV is dat niet van plan. Die heeft zo haar eigen principes.