Buitenland

Vertrouwen en wanhoop

Sinds staatsmannen en schrijvers anderhalve eeuw geleden begonnen te klagen over ‘leugens, verdomde leugens en statistieken’, hebben cijferlijstjes niet overal een goede naam. Toch helpen droge cijfers soms prima als perspectief bij alle wilde verhalen over volkswoede en onvrede om ons heen. Na jaren van verkiezingen waarbij opgewonden populisten de grootste aandacht trokken, kijkt niemand meer op van de bewering dat ‘in Europa’ burgers het vertrouwen in hun overheid en de Europese Unie hebben verloren. De Britse stem voor Brexit en de gilets jaunes in Frankrijk hebben die indruk misschien versterkt. Maar het nuchtere feit is dat zeven op de tien Europeanen willen dat hun land in de EU blijft. Evengoed zijn Brexit en de gele hesjes ontnuchterende voorbeelden, want beide spelen in landen waar het publieke vertrouwen in de eigen politiek en de EU bijzonder laag is. In Frankrijk denken negen op de tien inwoners dat of hun land of de EU ‘kapot’ is, of zelfs allebei. In Groot-Brittannië is dat dertien op de veertien.

Een overzicht van het vertrouwen dat Europeanen hebben in hun eigen staat en de EU, onder meer gegeven door denktank ECFR, is als een soort staalkaart van vertrouwen en wanhoop in de EU. Mooi aan die cijfers is bijvoorbeeld dat Portugal bij de landen hoort waar het vertrouwen het hoogst is, met name in de EU. Een paar jaar geleden werd Portugal in de Brusselse wandelgangen nog een van de ‘PIIGS’ genoemd, de Zuid-Europese landen plus Ierland die bankroet dreigden te gaan. In Londen en andere financiële centra werd flink gespeculeerd dat Portugal monetair ‘om zou vallen’. Nog in 2012 voorspelde Nouriel Roubini, het economische orakel van destijds, dat Portugal ‘het nieuwe Griekenland’ zou worden.

De Griekse wanhoop is met mensenhanden gemaakt

Maar Portugal viel niet om en het kreeg, volledig tegen de heersende windrichting in, een linkse regering. Die hing in 2015 de bezuinigingspolitiek aan de wilgen die de EU en IMF aan Portugal hadden opgelegd in ruil voor leningen. De Portugese regering ging discreter en minder militant tegen de EU in dan Griekenland, waar het linkse Syriza en minister Varoufakis op hetzelfde moment aan de monetaire wurging probeerden te ontkomen. Portugal schrapte de hardste bezuinigingsmaatregelen en verhoogde overheidslonen, minimumloon en pensioenen. Sindsdien is Portugal economisch onafgebroken aan het groeien en is het een baken van stabiliteit in een aangeslagen Europa. ‘Wat er in Portugal gebeurde toont dat austerity een recessie verdiept, en een vicieuze cirkel creëert’, zei de sociaal-democratische premier Costa. Afgelopen zondag won zijn partij met een straatlengte voorsprong de Portugese verkiezingen.

Nee, dan Griekenland. Daar heeft een op de zestien mensen vertrouwen in de eigen overheid en de EU – nergens is dat zo laag. Maar deze wanhoop is met mensenhanden gemaakt. Vorige week werd ook in Griekenland een ‘mijlpaal’ gevierd, zoals elk stapje wordt genoemd richting ‘financiële normaliteit’. Er werden beperkingen op betaalverkeer opgeheven, die ook in 2015 werden ingevoerd, toen een maandenlange confrontatie tussen de EU en Griekenland uitliep op een sluiting van de Griekse banken en een draconisch bezuinigingspakket dat de Griekse regering pedant door de strot werd geduwd door Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem. Toevallig ook vorige week vertelde Poul Thomsen, directeur van de Europese afdeling van het Internationaal Monetair Fonds, tijdens een lezing hoe onvoorstelbaar fout die ingreep toch verlopen is. Het IMF schat nu dat Griekenland in 2034 pas terug is op hetzelfde inkomen per hoofd van de bevolking als in 2007. Daarmee is het veruit de ergste economische crisis van de moderne tijd.

Nederland is hier medeverantwoordelijk voor, maar zelfreflectie is in Den Haag nog altijd niet begonnen. Deze zomer probeerde de regering-Rutte nog om Dijsselbloem aan het hoofd van het IMF te krijgen, met als argument dat hij tijdens de eurocrisis iets heel ergs had voorkomen in Griekenland – kennelijk het wapenfeit dat wij een ander Europees land 25 jaar tegenspoed hebben opgedrongen om te zorgen dat onze banken geen verlies nemen op onverantwoordelijke leningen. Het ompraten daarvan door Rutte cum suis is het witwassen van een economische misdaad, en het Portugese succes wrijft die waarheid er alleen maar harder in. We moeten daar ten minste tot 2034 iedereen aan blijven herinneren die het niet wil weten.