Menno Hurenkamp

Vertrutting

Heel Europa was één groot kerkhof, en de brandstapel het eindstation van een derderangs veestapel. Dus riemen vast als de Nederlandse oppositie de handen ineenslaat zoals GroenLinks en het CDA doen in Een nieuwe lente! Een club wethouders neemt het in dat «politieke essay» op tegen de paarse tijdgeest. De burgers zijn van elkaar vervreemd en daar moet de politiek wat aan doen, door het zelforganiserend vermogen van burgers te stimuleren, aldus de wethouders uit onder andere Rotterdam, Dordrecht en Tilburg. Ze zijn het marktdenken binnen de overheid beu.

Daar zit wat in, maar wacht op hun daden. Het mooiste citaat: «In het publieke domein spreekt men elkaar nauwelijks meer aan. Sterker, daar komt het voor dat uitgerekend diegenen die zich volgens de regels gedragen, rekening houden met anderen of anderen op hun gedrag aanspreken, voor gek versleten worden. Je blijft bijvoorbeeld als fietser toch niet voor een rood stoplicht staan? Of wie durft nog de held uit te hangen en op straat iemand in nood te helpen?» Van Agt scheen mij dood, maar hier is zijn kadaver vergeten dat jongeren tegenwoordig onappetijtelijke cheveux hebben en chemische stimulantia utiliseren.

Dit is géén aanzet tot een regeerakkoord, haastten partijleiders Rosenmöller en De Hoop Scheffer zich te melden; deze wethouders schrijven over lokaal openbaar bestuur. Goed dat we dat weten. Niet alleen omdat beide partijen een partij-ideoloog leverden als ghostwriter; de lezer zou licht vermoeden dat deze gedachtevorming betekenis heeft voor de gemeenschappelijke toekomst van klein links en de christen-democraten. Het is met name fijn om te weten dat de weeë geur die opstijgt uit dit pleidooi voor gemeenschapszin nog niet verheven is tot het antwoord op de paarse succesformule.

Voor welk probleem is de bepleite politiek van «nieuwe vormen van gemeenschappelijkheid» een oplossing? Vreemd genoeg geven de wethouders zelf toe dat uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau telkens blijkt dat burgers zich nog altijd organiseren rond grote en kleine maatschappelijke kwesties. De echte moeilijkheid is dat de politiek geen aansluiting meer vindt bij die maatschappelijke activiteiten. Nou snijdt het in tijden van ledenverlies en ongeïnteresseerde kiezers wel een beetje hout dat een politieke partij zijn eigen bestaan aan de orde stelt. Maar het om regeringslust zoeken naar common ground brengt in Een nieuwe lente het slechtste van twee werelden naar boven — christelijke hang naar samenzijn en groene afschuw van doelmatigheid.

Dat snijden in zoethout maakt van Een nieuwe lente een oppositionele vertruttingsindex. Een intelligente charge richting de paarse regering zou altijd raak kunnen zijn. Aanbod te over: toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk; een DDR-achtige fixatie op werk-werk; onwil om illegalen en andere randbewoners een fatsoenlijke plek te geven; bewuste sloop van de democratie; desnoods het gebrek aan duurzaam beleid. Maar niets daarvan. Kleinschaligheid en een open oog voor eigen initiatieven van burgers staan voorop — de vetlederen medailles voor de buurtvrijwilligers lokken. Ben ik mijn broeders hoeder? Ja, antwoorden de christen-democraten natuurlijk, en ze nemen GroenLinks liefdevol op in het warme gezin.