H.J.A. Hofland

Vertrutting van de publieke opinie

Een gebied in Frankrijk was door een zware windhoos geteisterd. Ook terwijl u dit leest wordt ergens ter wereld een gebied door een windhoos geteisterd. U komt dat pas te weten als er een Nederlander is meegezogen. In dit geval had de windhoos een bij Nederlandse toeristen geliefde camping getroffen. Journaalploegen rukten uit. Inzoomen op kromme tentstokken, interviews met de slachtoffers. De wereld kan vergaan. Als dat niet met een bezienswaardige shock and awe gepaard gaat en er geen Nederlandse toeristen worden getroffen, komt onze televisie niet kijken.

In Irak woedt al een maand of vijf een soort oorlog. Eerst was het een preventieve oorlog van het spectaculairste soort. Nu is het misschien een guerrilla, waaraan niet veel te zien is. Gelukkig zijn wij bondgenoot van Amerika zodat we 1100 soldaten hebben gestuurd. Het NOS Journaal en het RTL Nieuws komen dus met eigen reportages: van Wouter Kurpershoek en Connie Mus, twee ervaren journalisten die zich van een zakelijk en direct Nederlands bedienen en weten waar over ze het hebben. Natuurlijk rapporteren ze over de menselijke kanten van de onderneming: hoe warm het is, dat de strijdmacht bijna door diarree was geveld, en hoe «onze meiden» met hun eigen minimale sanitaire voorzieningen zich even picobello voelen als onze jongens. En dan vertellen Mus en Kurpershoek iets over het grotere verband. Nederland, dat wil zeggen: de meerderheid die geen kranten meer leest, ontdekt Irak. Een beetje.

Mensen die het kunnen weten, maken zich zorgen over de vertrutting van de Amsterdamse binnenstad. Er zouden krachten zijn die streven naar herstel van het Victoriaanse tijdperk. Daardoor wordt de economie weer bedreigd en dan zit je in de vicieuze cirkel. Ook ik maak me zorgen: over een vertrutting van de Nederlandse openbare mening.

Sinds George W. Bush tot president werd gekozen, is de westelijke wereld aan het kantelen. Na 11 september is dat versneld. Nog sneller gaat het sinds het begin van de oorlog in Irak. Deze Amerikaanse regering probeert dagelijks uit alle macht alle internationale verhoudingen te veranderen: de militaire, politieke, diplomatieke, juridische, commerciële en morele. Dat gaat soms gepaard met geweld, dan weer met druk uitoefenen, en ook wel met bedrog.

Omdat Nederland een trouwe bondgenoot is van Amerika, hebben we ook 650 soldaten in Afghanistan. Daarna heeft onze regering haar goedkeuring ge hecht aan de preventieve oorlog tegen Irak, onder meer omdat ze geloofde in de acute dreiging van massavernietigingswapens. Door onze 1100 soldaten ter plaatse doen we mee aan de «vredes operatie» die in feite nog altijd een oorlog is, ondanks de drie maanden geleden door de president afgekondigde zegepraal.

Met de wederopbouw van Afghanistan gaat het niet goed. Regelmatig probeert de ene krijgsheer de andere op te blazen, maar dat staat alleen in een paar kranten, want er zijn geen spectaculaire beelden. In Irak vlot het niet zoals was beloofd, onder meer doordat de Amerikaanse instanties die daarvoor verantwoordelijk zijn elkaar volgens The Financial Times van 4 augus tus tegenwerken. Vice-president Dick Cheney’s Halliburton en andere aannemers hebben na drie maanden het elektrisch licht in Bagdad nog niet aan gekregen. Wel worden er veel massagraven met slachtoffers van Saddam geopend.

Het bewijs dat Saddam een schurk is, hebben we al tot onze beschikking sinds het einde van de Eerste Golfoorlog. Daar zeuren we niet meer over. Hoe de zesduizend of zevenduizend Irakezen in de oorlog aan hun eind zijn gekomen, hoeveel burgers bij de met chirurgische precisie uitgevoerde ingrepen omkwamen, weet niemand.

Door deel te nemen aan de oorlog in Irak is Nederland deelgenoot geworden in de Amerikaanse en Britse buitenlandse politiek. In het Amerikaanse Congres en het Britse parlement klinkt tumult over de vraag wat de wereldleiders hun volk op de mouw hebben gespeld, wie daaraan medeplichtig zijn, welke gevolgen dat zou moeten hebben. De media komen personeel te kort om de waarheid te achter halen of, mutatis mutandis, te verhullen. De echte massamedia, de televisie, de «boulevardpers» nemen krachtig deel aan de slag op het thuisfront. Het klinkt wat ouderwets, maar zo werkt de democratie, zo komt de publieke opinie tot stand.

In Nederland niets van dit alles. De meningsverschillen worden beleefd uitgevochten op een paar opiniepagina’s van enkele dag- en weekbladen. Niet in de Tweede Kamer. De televisie wordt niet bereikt. Misschien ontstaat zo wel een soort publieke opinie. Maar dat is de mening van een handjevol columnisten, commentatoren en hun lezers. Dat is de publieke opinie van een kloos ter. In het wereldconflict doet onze televisie niet mee, tenzij in Afghanistan diarree uitbreekt.

Toch is er genoeg kundig personeel. Het NOS Journaal heeft Charles Groenhuijsen, Paul Sneijder, Tine van Houts, Eddo Rosenthal. Dit gezelschap moet in staat zijn iedere dag een behoorlijk, zelfs een meeslepend beeld te geven van de oorlogs situatie, waarvan Nederland, onder leiding van deze regering deel uitmaakt.

Alles begint met het nieuws. Daaruit groeit de openbare mening. Die dwingt de volks vertegenwoordigers te doen waarvoor ze gekozen zijn: uiting geven aan wantrouwen, de ministers niet meteen geloven, vragen stellen, niet lamlullig wachten tot er een ongeluk is gebeurd. Want al is het maar met een paar duizend man, we zijn in oorlog.

Volkert en Jan Veerman, de brand van gisteren en vakantie files hebben we gehad. Laten we doen alsof de Nederlandse soldaten in Irak en Afghanistan toeris ten zijn die door een bosbrand worden bedreigd, of door de nalatigheid van een cafébaas. Onderste steen boven!