Verval

President Obama wordt zwaar gehinderd door schandalen. In Benghazi is tijdens de burgeroorlog daar de Amerikaanse ambassadeur door terroristen gedood.

Onnodig, de regering in Washington heeft zich misdadig achteloos gedragen en later geprobeerd deze kwestie te verdoezelen, zeggen rechtse Republikeinen. Verder beschuldigen ze de Internal Revenue Service, de belastingdienst, ervan dat die Republikeinse kopstukken aan lange en genadeloze controles onderwerpt. En ten slotte is er het schandaal van de controle op de pers. De FBI heeft vorig jaar de registratie van de door Associated Press gevoerde telefoongesprekken in beslag genomen, verslaggevers over hun bronnen ondervraagd en alles gedaan om te weten te komen hoe een geheim rapport van de CIA in handen kon vallen van een journalist van Fox News. De president verweert zich, tot dusver met redelijk succes, en de Amerikaanse media houden zich er intensief mee bezig, maar dan komt het voor ons opmerkelijke: tot de Europese publieke opinie is het rumoer van deze strijd nauwelijks doorgedrongen.

Naar Europese maatstaven gemeten neemt de Amerikaanse politiek dikwijls vormen aan alsof er een burgeroorlog op uitbreken staat. Denk nog even aan de eerste verkiezingscampagne van Obama, toen hij het moest opnemen tegen John McCain en Sarah Palin die de Tea Party mobiliseerde. Rechts Amerika op z’n best. Obama was een geheime moslim, niet in Amerika geboren, een socialist die van de natie een soort Europese welvaartsstaat wilde maken, enzovoort. Vergeleken bij die periode wordt het nu aanmerkelijk kalmer aangepakt. Er staat ook minder op het spel. Maar wordt daarmee de betrekkelijke Europese onverschilligheid verklaard?

In zijn buitenlandse politiek heeft Obama veel uitgevoerd van wat hij had beloofd. De oorlog in Irak is voor Amerika afgelopen, hoewel een nieuwe burgeroorlog in staat van ontwikkeling is. Binnen zekere tijd (niemand weet hoe lang) zullen de Amerikaanse troepen Afghanistan verlaten. Staatsvijand nummer één Osama bin Laden is dood. En wat misschien het belangrijkste is: ondanks alle verleidingen van de Arabische lente heeft deze president geen grondtroepen naar het Midden-Oosten gestuurd, zich in Libië bepaald tot een nieuwe tactiek, leading from behind, en zich niet in de Syrische burgeroorlog gemengd. Daartegenover staat dat Guantánamo, de gevangenis zonder rechten, anders dan hij beloofde nog steeds open is en dat door aanvallen met drones nog steeds misschien onschuldige mensen worden geëxecuteerd.

Maar onder leiding van Obama is Amerika niet meer een land in staat van oorlog. Dat is het enorme verschil met zijn voorganger. Door de exploitatie van de aanval op de Twin Towers wist George W. Bush veel Europese bondgenoten te betrekken bij de twee oorlogen die ten slotte onder leiding van hem en zijn neoconservatieven mislukten. Obama’s grote verdienste is dat hij aan die mislukkingen een eind heeft gemaakt. Daarvan hebben ook de bondgenoten enorm geprofiteerd. Maar tegelijk is daarmee de samenhang van het Atlantisch bondgenootschap aangetast. Misschien is de Europese onverschilligheid voor de schandalen waarin de president nu verstrikt dreigt te raken een historisch signaal. In dat geval is het een bevestiging van een ontwikkeling: dat ‘het machtigste bondgenootschap ter wereld’ op zijn laatste benen loopt.

Achteraf bezien is die ontwikkeling na het einde van de Koude Oorlog begonnen. Toen in 1990 Saddam Hoessein probeerde Koeweit te annexeren, leken er nog geen problemen te zijn. Onder leiding van president Bush sr. werd de coalitie gevormd die de Iraakse troepen verdreef. Op 11 september 1991 verklaarde Bush dat de tijd was gekomen voor het stichten van een nieuwe wereldorde. Het initiatief sloeg niet aan. Wereldwanorde zul je bedoelen, was de reactie. Kort daarna begonnen de Joegoslavische burgeroorlogen, waaraan acht jaar later door de Amerikanen met bombardementen een eind is gemaakt.

Intussen werden we beziggehouden door iets nog interessanters. De nieuwe president Bill Clinton bleek geheime affaires te hebben. Via de media van Rupert Murdoch werd bekend dat hij een verhouding had met de stagiaire Monica Lewinsky. Het werd een wereldschandaal dat door de Republikeinen tot op het bot is uitgebuit. Met buitenlandse politiek en bondgenootschappen had het niets te maken, maar de hele wereld vond het razend interessant. Voor het Atlantisch bondgenootschap werd de eeuw relatief probleemloos afgesloten. Daaraan heeft Bush jr. voor een groot deel zijn eerste overwinning te danken. Hij is begonnen als een luxepresident. En na 11 september 2001 begon zijn catastrofale wanbeheer.

Obama heeft veel gedaan om de puinhopen op te ruimen, hij heeft geen kapitale blunders begaan, maar het wereldtoneel heeft de overzichtelijkheid van de Koude Oorlog verloren. In de chaos van het Midden-Oosten houden zich andere vijanden verborgen, die met oude strategieën en tactieken niet te verslaan zijn, en aan effectieve nieuwe ontbreekt het. Vandaar dat hij, ondanks alle inspanningen, zijn geloofwaardigheid als leider van het bondgenootschap verliest, en er is geen vervanger.