Toneel - Richard III

Vervormd, onaf, te vroeg geboren

Het is een sterk staaltje retorische pingpong. Vierde bedrijf, vierde scène van Shakespeare’s Richard III.

Medium toneel

De in het begin van het stuk met veel aplomb verworven eega is uit de weg geruimd. De monarch heeft hoge nood aan een verse vorstin. Hij hengelt bij de weduwe van zijn voorganger (van wie hij net twee zoontjes uit de weg heeft laten ruimen) naar de gunsten van haar dochter. 230 blanke versregels telt dit bloedstollend woordduel. Ook in de voorstelling bij Toneelgroep Oostpool (regie: vertaler/bewerker Joeri Vos), krijgt de battle tussen Maud Dolsma (koningin-weduwe) en Roland Haufe (Richard) alle ruimte. Zij in een strakke pose hoog boven hem, hij losjes raisonnerend vanuit een stoel op de keukenvloer.

Bastiaan Woltjer heeft er echter muziek onder gezet. Met een hoofdrol voor een grommende trombone. De koperen baslijn in de muziek en de metalen klank van de versterkte stemmen gaan als het ware in elkaar verloren. Ik versta sowieso de helft niet. De vertelling kan hier een kalm discours echter aardig gebruiken. Maar dat lijkt ons niet vergund. Het is alsof iemand tijdens Erbarme Dich een blender aanzet.

Ik heb een vermoeden dat deze Richard III is gemaakt voor een jong publiek met een sterke voorkeur voor veel, zeer veel geluid als illustratie van ‘de duisterste, gewelddadigste spelonken in het hoofd van Richard’ (dixit Joeri Vos). Een koning die zichzelf sowieso ‘vervormd, onaf en te vroeg’ ter wereld vindt gekomen. Tijdens de koortsdromen van de in het nauw gedreven vorst, in de nacht voor de beslissende veldslag, waarin hij zijn koninkrijk in de aanbieding doet ‘voor een paard’, gaan niet alleen de muziekinstrumenten maar ook de stemvervormende elektronica op standje dertien in een dozijn.

De vertaling is afwisselend nogal gewild metaforisch (‘Werd ik, naar adem happend, deze wereld ingekwakt’), bijdehanderig (‘Nu ik me in de smaak geslijmd heb bij mezelf’) of ronduit houtenklazerig (‘Een mens is in het moment soms onbezonnen’). Een fors deel van de jonge cast is tegen deze kortademige, op krukken tokkelende, prozaïsch herdichte jamben-potpourri, declamatorisch gewoon niet opgewassen. De spelers kleuren de zinnetjes of in het geheel niet in, of ze doen dat volgens de methodiek van ‘rode tulpen rood schilderen’, erg drammerig.

Naarmate de chaos in de vertelling groeit (en nogmaals, dramaturgisch heeft Shakespeare van dit stuk in de tweede helft een regelrecht zooitje gemaakt), verliest de regie de greep op het totaal. En tuimelt ruggelings in het misverstand dat chaos en lawaai stilistisch familie van elkaar zouden zijn. Ruim voor het slotakkoord was ik als toeschouwer al ruimschoots lens gebeukt en eigenlijk reddeloos verloren. Toen iemand abrupt het licht uitdeed, ging de zaal in een geconditioneerde reflex als één mens staan.

Ik heb het, vrees ik, allemaal niet begrepen. Of de voorstelling is voor deze oude en afgeleefde Shakespeare-liefhebber gewoon niet gemaakt. Laten we het daar voorlopig maar op houden.

Richard III speelt nog op 9 en 10 oktober in Amsterdam, op 13 oktober in Zwolle en op 16 en 17 oktober in Rotterdam


Beeld: Roland Haufe als Richard in Richard III_. Foto Sanne Peper_