Buitenland

Vervreemding

Een ijzeren wet van de Europese integratie: wie naar Brussel gaat, wordt een vreemde. CSU-prominent Manfred Weber is de topkandidaat van de christen-democraten om Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker op te volgen. Voor de CSU zou dit een ongekende machtsvergroting in Brussel betekenen, maar wel tegen de achtergrond van de historische verkiezingsnederlaag in Beieren afgelopen zondag. Dit is geen toeval, en het is niet partijgebonden. Frans Timmermans, die zichzelf vorige week presenteerde als Europees lijsttrekker namens de PvdA, bevindt zich in een vergelijkbare situatie.

Vervreemding is altijd een integraal onderdeel geweest van de Europese integratie, en ook van haar succes. Maar de laatste jaren wordt dit alsmaar problematischer. Sterker nog, de grote nieuwe Europese uitdaging lijkt juist om de vervreemding te bestrijden. Als die uitdaging ergens voelbaar is, is dat in de zieltogende Europese sociaal-democratie.

In de jaren negentig bevonden de sociaal-democraten zich nog in het centrum van de macht. De Party of European Socialists was het Brusselse machtsbolwerk. In Europa keek je naar Gerhard Schröder, Tony Blair en António Guterres. In Nederland vormde de PvdA van Wim Kok het fundament onder de trendsettende Paarse kabinetten. Wie wilde nadenken én aanpakken moest bij de PvdA zijn. Oude maakbaarheidsidealen raakten op een nieuwe manier in zwang. Het was destijds bijna als de herontdekking van de vergeten hemel der naoorlogse ‘planners’, en hun succesformules van rationeel beleid, die geënt waren op het Amerikaanse oervoorbeeld van de New Deal. Opnieuw was de bevrijding uit het Westen gekomen, onder meer via de brede liberaliseringstendens die Reagan en Thatcher hadden aangejaagd. En net als na de oorlog kwam de echte hoop van buiten de politiek. Deze werd aangeboden door apolitieke (her)uitvinders van de verzorgingsstaat, functionerend op een verheven niveau waar rationaliteit leidend was. De moderne sociaal-democratie was hun huis.

Maakbaarheids- en verheffingsidealen stolden nu in bureaucratische constructies van ‘publiek-privaat’ en door de overheid geïnitieerde marktwerking, in Nederland zelfs meegedragen door de sociale partners. Dit was allemaal tamelijk indrukwekkend. Zelfs Bill Clinton kwam ervoor naar Nederland.

Waarom keerden Mansholts boeren zich destijds tegen Brussel?

Ook de Europese integratie werd zo weer een thema voor de Nederlandse sociaal-democraten. Het was immers in Brussel waar de echt grote werken gloorden en best practices konden worden toegepast op internationaal niveau en schaalvergroting en kostenreductie nog meer effect sorteerden. Jonge en EU-constructieve bewindslieden en Kamerleden als Dick Benschop (staatssecretaris in Paars II) en Timmermans (Kamerlid vanaf 1998) weerspiegelden het nieuwe Europese elan bij de PvdA.

Maar er was iets ongemakkelijks. PvdA-ideologen, zoals Jos de Beus en Paul Kalma, hadden zorgen. Dat het Verdrag van Maastricht vooral een lijst met huiswerk was voor de moderne sociaal-democratie, en dat die met onverdroten ijver Europees moest worden uitgewerkt, daar waren ze het graag mee eens. Maar dat mocht niet ontaarden in EU-beleid met gebrekkige democratische verantwoording. De carrière-politici van de partij zagen dit allemaal wat minder zorgelijk. In een partijrapport uit 1996 stond bijvoorbeeld: ‘Gesteld voor de keuze: eerst meer democratie of eerst meer beleid in Europa, kiezen wij voor het laatste.’ Dit zou een vergissing blijken. De eerste signalen kwamen via de verkiezingen van 2002, en het referendum over het grondwettelijk verdrag van 2005.

De PvdA had beter kunnen weten. Op 15 februari 1971 sleurden Belgische boeren drie koeien de marmeren trappen omhoog naar de zesde verdieping van een Brussels kantoorgebouw. Eurocommissaris Sicco Mansholt, boer én PvdA’er, stond op het punt een vergadering te openen over de nieuwe plannen om zijn Europese landbouwbeleid te redden. Mansholts jarenlange rationalisering van de landbouw was ontaard in boterbergen, olijfoliemeren en melk- en wijnplassen.

Toen Mansholt de koeien zag, kon hij de stunt wel waarderen; dit was natuurlijk gericht tegen die onmogelijke ministers uit de hoofdsteden. Hij applaudisseerde enthousiast. Tot hij zag wat er op de koeien gekalkt was: aan de galg met Mansholt! Het boerenprotest zou volledig uit de hand lopen. Er viel zelfs een dode. Mansholt kreeg neusbloedingen als gevolg van hoge bloeddruk. Waarom keerden zijn boeren zich tegen zijn Brussel? Een jaar later werd hij voorzitter van de Europese Commissie. Hij was een vreemde geworden.

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.