Het recht op zelfbeschikking

Vervroegde uittreding

Niemand heeft de plicht om te leven. Of wel? In een briefwisseling wegen de politicologen Sjoerdje van Heerden (27) en Meindert Fennema (63) de voors en tegens van hulp bij euthanasie voor ouderen die niet meer verder willen. Waarom alleen ouderen?

Beste Meindert,

Afgelopen februari voltrok zich ‘de week van het voltooid leven’ waarbij de discussie werd aangezwengeld of er een legaal euthanasietraject zou moeten bestaan voor 70-plussers die levensmoe zijn. In diezelfde week werd het burgerinitiatief Uit Vrije Wil gestart met onder anderen Hedy d'Ancona, Dick Swaab en Paul van Vliet als vertegenwoordigers. De animo voor een hernieuwde euthanasiewetgeving bleek al snel substantieel te zijn: binnen een paar dagen waren de cruciale veertigduizend steunbetuigingen binnen waardoor het voorstel gehoord zal worden in de Tweede Kamer.
Rondvraag in verschillende media leverde verscheidene inzichten op in de beweegredenen van mensen om dit initiatief te steunen. Zo vertelt de 74-jarige Yvonne van Wagensveld in NRC Handelsblad van 13 februari dat zo'n wetgeving haar verschrikkelijk gerust zou stellen. Zij had zich namelijk voorgesteld niet meer te willen leven mochten bijvoorbeeld haar kinderen komen te overlijden. Voor haar is de kern van het voorstel: het recht op zelfbeschikking.
Op de website van Uit Vrije Wil wordt Van Wagensvelds opvatting bevestigd. Daar staat geschreven: 'Zelfbeschikking, een wezenlijk beginsel van onze beschaving en verankerd in onze cultuur, is het fundament van dit burgerinitiatief.’ Verder wordt vermeld dat Uit Vrije Wil zich specifiek richt op ouderen die getroffen worden door een gevoel dat alles van waarde achter hen ligt en hun niets meer rest dan een zinloos bestaan. Wanneer duidelijk wordt dat die gemoedstoestand niet meer te veranderen valt, dan zou je kunnen stellen dat het leven is voltooid. Op dat punt zou het wenselijk zijn dat de mogelijkheid bestaat om waardig te sterven bij voorkeur in aanwezigheid van dierbare naasten.
Maar ondanks de toestroom aan steunbetuigingen kent het initiatief ook tegenstanders. Om te beginnen the usual suspects zoals de ChristenUnie. Maar een ingezonden brief in NRC Handelsblad (14 februari) toont een alternatief op het godsdienstige verzet: meneer Rike Sneek-Van Draanen, die schrijft zowel in Lochem als in Savault te wonen, kan zich wel voorstellen waarom ouderen in Nederland levensmoe worden. Er is geen belangstelling en respect meer voor ouderen en op de tv is er voor ouderen weinig interessants te zien. In Frankrijk is dat wel anders. Daar worden oudjes - soms op pantoffels - nog begroet in de supermarkt. Met andere woorden: uitzichtloosheid kan verkeren met Frankrijk als het Florida van Europa.
Hoewel de woonsituatie van meneer Sneek-Van Draanen dus aantoont dat uitzichtloosheid een grillig begrip is, ben ik persoonlijk voorstander van het burgerinitiatief. Niettemin roept het bij mij wel een ongemakkelijke vraag op: waarom heeft iemand van zeventig jaar meer recht om uit het leven te stappen dan iemand van 25 jaar? Het meest voor de hand liggende antwoord is dat een 25-jarige natuurlijk gezien nog te jong is om te sterven, die moet dus eerst nog maar even doorzetten. Maar als je terug gaat naar het fundament van het burgerinitiatief zoals geformuleerd door Uit Vrije Wil, dan is dat antwoord niet erg bevredigend. Het gaat hier mijns inziens namelijk om een onvervreemdbaar en universeel geldend recht dat niet discrimineert op leeftijd. Zo staat ook op hun eigen website te lezen: 'Niemand heeft de plicht om te leven.’ Ik veronderstel dat in dit geval het ontbreken van deze plicht wordt afgeleid van het recht om te sterven. Maar zoals ik het nu begrijp heeft de een toch wat meer plicht om te leven dan de ander, en dat geldt dan ook voor het recht om te sterven. Zo krijgt het geheel een sterk lineair karakter: hoe ouder je bent, hoe meer recht je hebt om ermee op te houden. Anders gezegd: je mag er uitstappen door wat er achter je ligt en niet door wat nog komen gaat. Recht op zelfbeschikking is dus vergelijkbaar met recht op pensioen.
Concluderend biedt dit voorstel een nieuw perspectief op euthanasie waarbij ondraaglijk en uitzichtloos lijden niet alleen in fysieke termen wordt gemeten maar ook in geestelijke. Met het verschil dat fysiek lijden geen leeftijdsgrens kent, maar psychisch lijden wel. Deze nieuwe invalshoek herinnert mij aan een uitzending van Pauw & Witteman van enkele weken terug. Te gast waren de oprichtsters Jeannette en Carine van de website euthanasieindepsychiatrie.nl. De dames in kwestie waren door het noodlot bij elkaar gebracht. Beiden verloren een kind aan zelfmoord nadat deze kinderen jarenlang hadden geleden aan psychische stoornissen. Een van de moeders vertelde dat haar kind juist tijdens heldere momenten stellig te kennen gaf dat zij eigenlijk wilde sterven. De stemmen in haar hoofd, de waanideeën en de angsten maakten haar leven ondraaglijk en uitzichtloos. Het verhaal van de andere moeder was niet veel anders. Verbonden door deze gemeenschappelijke ervaringen besloten zij zich hard te maken voor de mogelijkheid tot euthanasie binnen de psychiatrie. Hun argumenten zijn nagenoeg vergelijkbaar met die van Uit Vrije Wil.
Niet verrassend had de redactie van Pauw & Witteman de bekende psychiater Bram Bakker tegenover de vrouwen aan tafel geplaatst. Bakker erkende direct dat mensen verschrikkelijk kunnen lijden onder psychische stoornissen, maar gaf daarbij aan dat het verbinden van euthanasie hieraan niet gemakkelijk is. Want van de pakweg 350 patiënten die jaarlijks een doodswens uiten, heeft een groot deel zich twaalf maanden later bedacht. Het argument van Bakker is dus dat doodswensen ook van tijdelijke aard kunnen zijn. Slechts een gering aantal van de mensen met suïcidale neigingen zet uiteindelijk door. Maar zou het bestaan van een legaal traject dat aantal groter maken?
En zou daarnaast het feit dat sommige mensen terugkomen op hun voornemens bepalend moeten zijn voor het lot van hen voor wie zelfdoding wel de enige uitkomst is? Van gelijke orde is de vraag of de grilligheid van het concept uitzichtloos - probeer eerst eens Frankrijk! - een geldige reden vormt om een humane uittreding voor 70-plussers af te wijzen.
Wat denk jij, Meindert, kan niet gewoon iedereen het recht op hulp bij zelfdoding worden toegekend? Of is de dreiging dan te groot dat we er en masse een einde aan maken? >
Beste Sjoerdje,

Ik vond het geweldig om te zien hoe Hedy d'Ancona de legalisering van hulp bij zelfdoding voor mensen boven de zeventig verdedigde met een beroep op de vrije wil en haar actiecomité van krasse knarren omschreef als een logische voortzetting van de emancipatie van vrouwen waar zij haar hele leven voor gestreden had. En bijna nog mooier vond ik dat Frits Bolkestein ook deel uitmaakt van het comité Uit Vrije Wil. Ik hoor het hem al zeggen: 'Wij liberalen gaan uit van de kracht en de autonomie van het individu.’
In het debat over het voorstel van Hedy vind je bijna geen mensen meer die zich keren tegen vrijwillige zelfdoding met een verwijzing naar de bijbel. Het argument dat God met ons leven een bedoeling heeft en dat wij Zijn aanwijzingen moeten opvolgen leeft kennelijk niet meer in brede kring. Maar de overtuiging dat de vrije wil niet bestaat leeft nog volop. Alleen al in de Volkskrant en NRC Handelsblad van 20 februari vond ik die argumentatie vele malen herhaald. Samenleven doe je niet alleen, zeggen de tegenstanders, en besluiten over het leven al helemaal niet. Het besluit om het leven te beëindigen komt zo in een heel ander licht te staan. Met subtiele en minder subtiele middelen kunnen echtgenoot en kinderen, familieleden en vrienden, ja zelfs politici druk uitoefenen op de eenzame oudere om er nu maar eens een einde aan te maken. Tegen die maatschappelijke druk moet de wetgever bescherming bieden door hulp bij zelfdoding strafbaar te houden. Het is een argumentatie die destijds werd gebruikt om weduweverbranding te verbieden. Die arme weduwes in India zouden door de kinderen en de omgeving gedwongen worden aan de zijde van hun overleden echtgenoot te gaan hemelen. 'Trouw tot in de dood’ kreeg daarmee het karakter van een gedwongen zelfmoord. Het comité Uit Vrije Wil wil nu dat verbod op weduweverbranding weer intrekken. Schande!
Maar er is ook een omgekeerde redenering mogelijk om zelfdoding strafbaar te houden. 'Net als een zak met geld op zolder’, schrijft componist Simon Burgers in de Volkskrant, 'zal de mogelijkheid tot levensbeëindiging iets in gang zetten in de hoofden van de betrokkenen. Nieuwe mogelijkheden blijven niet bescheiden wachten tot ze gewenst zijn. Ze verleiden en verwarren, dringen zich op, gaan met je aan de haal.’ Een overtuigende argumentatie, die echter met evenveel verve ingezet wordt tegen het afschaffen van weduweverbranding. Moeten wij die Indiase weduwes in spe dwingen om na te denken over het leven na de dood van hun echtgenoten? De mogelijkheid na de dood van haar echtgenoot zet iets in gang in het hoofd van de aanstaande weduwe. 'Zij verleidt en verwart, dringt zich op en gaat met haar aan de haal.’ Niet afschaffen dus, die weduweverbranding…
Simon Burgers wil dat vast niet (hoewel, bij componisten weet je het nooit) en daarom levert hij een additioneel argument om zelfdoding strafbaar te houden. Zijn moeder verloor haar man toen zij 83 was en was kapot van verdriet. Ongeveer een jaar later wist zij uit het dal te klimmen en zij heeft, naar het oordeel van Burgers, 'nog tien waardevolle jaren gehad’. Als ze haar man onmiddellijk achterna gereisd was, had ze die gemist.
Ook hier is geen speld tussen te krijgen, behalve dan dat wat voor het besluit op levensbeëindiging geldt in principe voor alle besluiten opgaat. Als mijn oud-oom niet besloten had om naar Amerika te emigreren, had hij in Nederland nog vele waardevolle jaren kunnen hebben. Als mijn ouders geen condoom gebruikt hadden, hadden meer Fennema’s een waardevol leven gehad. Logisch gezien argumenteert Burgers tegen elk besluit dat het leven een andere wending geeft.
En toch lijkt deze argumentatie aan overtuigingskracht te winnen als je hem inzet tegen hulp bij zelfdoding van jongeren. Zij hebben immers nog een heel leven voor zich en zelfdoding snijdt alle mogelijkheden om van dat leven iets te maken definitief af. De argumentatie lijkt nóg sterker als het gaat om jongeren die levensmoe zijn. Want een depressie wordt door de meeste mensen als tijdelijk gezien en depressiviteit wordt niet als een chronische ziekte beschouwd.
Het argument van het voltooide leven sluit daar impliciet op aan. Bij een voltooid leven gaat men ervan uit dat de drager van dat leven geen spectaculaire ervaringen meer te wachten staat. Het einde is dan minder jammer.
En toch overtuigt deze redenering mij niet. Want een spectaculaire ervaring is naar zijn aard een subjectieve beleving en het concept van een 'voltooid leven’ draagt de notie in zich dat het leven een bedoeling heeft. Niet iedereen gelooft daarin, sterker nog, sommige mensen vinden dat een heel enge gedachte. Heeft jouw vader niet een boek geschreven onder de titel Wees blij dat het leven geen zin heeft?
Mijn oud-oom, die op zijn 75ste naar Amerika is geëmigreerd, zou daarvan genoten hebben. Hij was een overtuigd atheïst die met de diepere bedoeling van het leven korte metten maakte door tegen ons te zeggen: 'Als roken goed was voor de mens, dan had onze Lieve Heer ons wel een schoorsteen gegeven.’
En toch, als ik hoor dat een jonge man of vrouw zich van het leven heeft beroofd, schrik ik geweldig. Niet omdat ik denk aan het waardevolle leven dat daarmee verloren is gegaan, maar aan de worsteling die daaraan vooraf gegaan is. Anders dan de mensen die hulp bij zelfdoding willen verbieden, ga ik er kennelijk van uit dat je jezelf niet zo gauw van het leven berooft en dat diegenen die dat wel doen daar wel heel goede redenen voor gehad moeten hebben.
Nog één keer Burgers: 'Niemand kan de gevolgen van hulp bij zelfdoding overzien, of hoe de winst- en verliesrekening eruitziet. Beleid waarvan de consequenties duister zijn, is onverantwoordelijk.’ Daar ben ik het nu helemaal mee eens. Daarom moet de overheid zeer terughoudend zijn. Als beleid al onverantwoord is, is een verbod dat nog veel meer.

Beste Meindert,

Je wijst erop dat depressie doorgaans wordt beschouwd als tijdelijke aandoening en niet als chronische ziekte. Het is inderdaad zo dat een depressie een andere prognose met zich meebrengt dan de diagnose longkanker in de laatste fase, maar de redenering is misschien toch wat kort door de bocht. Immers, net als bij fysieke aandoeningen komen geestelijke aandoeningen voor in allerlei soorten en maten. Een van mijn aangetrouwde familieleden lijdt al ruim dertig jaar aan manische depressiviteit en genezing is zo goed als uitgesloten. Zijn aandoening is onderhand wel chronisch te noemen. Daarnaast is uit studies gebleken dat mensen die een depressieve episode hebben meegemaakt vijftig procent kans hebben dat deze ziekte zich in de loop van de tijd weer aandient. Heeft iemand drie depressieve episodes meegemaakt, dan is de kans op terugkeer zelfs negentig procent.
Het idee dat depressiviteit ook chronische vormen kan aannemen is op zichzelf nog niet voldoende reden om een euthanasietraject te starten. Chronisch wijst namelijk enkel nog op 'uitzichtloos’, maar over 'ondraaglijk’ is hiermee nog niets gezegd. Naar mijn weten heeft dit familielid bijvoorbeeld tot op heden nog nooit geprobeerd zichzelf van het leven te beroven. In zijn geval lijkt het er meer op dat hij een soort compromis heeft gesloten tussen zijn ziekte en zijn levensgenot. Maar niet alle psychiatrische patiënten zijn hiertoe in staat. De ene psychiatrische aandoening is de andere niet. Er zijn ook patiënten met een veel ernstiger ziektebeeld. Denk aan mensen die jarenlang lijden aan schizofrenie, psychoses of een samenraapsel van verschillende diagnoses waarbij slechts duidelijk is dat iemand volkomen buiten de realiteit leeft. En wat nou als die belevingswereld een regelrechte hel is? Dat is nog eens andere koek.
De moeders die schuilgaan achter het initiatief van euthanasie in de psychiatrie menen dat hun kinderen inderdaad jaren achtereen in verschrikkelijke werelden verbleven. In een interview in de Volkskrant (11 januari) vertelt moeder Carine dat haar zoon Tjeerd in zijn eindexamenjaar plotseling te kennen gaf dat er iets geknapt was in zijn hoofd. Vervolgens is hij acht jaar lang psychotisch gebleven. Meerdere opnames en verschillende medicijnen mochten niet baten. Haar zoon heeft in die tijd meermalen aangegeven, al dan niet door het ondernemen van zelfmoordpogingen, dat hij zijn leven wilde beëindigen omdat zijn lijden ondraaglijk was. Hij heeft zijn moeder hiervoor om begrip gevraagd. Toen Tjeerds ouders beseften dat het menens was, hebben zij geprobeerd met de huisarts te praten over euthanasie, maar die wilde daar niets van weten. Uiteindelijk is Tjeerd voor een trein gaan staan met een koptelefoon op en zijn handen voor zijn ogen om zodoende een einde te maken aan zijn jarenlange geestelijke worstelingen.
Jeannette, de andere moeder achter het initiatief, vertelt dat haar dochter Monique al sinds haar vroege jeugd een doodswens uitsprak. Volgens haar psychiater leed ze aan borderline, een dissociatieve stoornis, en was ze een pathologische leugenaar waardoor normaal functioneren onmogelijk was. Ook bij Monique bleken talloze medicijnen en opnames praktisch zinloos. Uiteindelijk heeft ook zij besloten zichzelf uit haar lijden te verlossen. Na haar zelfmoord werd door de psychiater erkend dat zij ongeneeslijk ziek was geweest. Monique’s situatie was dus zowel ondraaglijk als uitzichtloos.
Op een digitaal forum aansluitend op het artikel van de moeders staan veel reacties die ofwel geschreven zijn vanuit herkenning en steun ofwel vanuit religieuze weerstand. De meest opvallende reacties vond ik die van Paco en Ll. Zij vertellen allebei hoe ze jaren achtereen aan zware psychiatrische stoornissen hebben geleden en hoe ze daarbij ook doodswensen koesterden. Vervolgens beschrijven zij allebei dat ze inmiddels zijn genezen en hun leven weer hebben opgepakt. Toch geven zij aan voorstander te zijn van een euthanasietraject. Kennelijk geldt voor hen het feit dat zij hun ziekte hebben overwonnen niet als argument om euthanasie in de psychiatrie af te wijzen. De schrijvers kunnen zich juist heel goed voorstellen dat er voor sommigen echt geen andere uitweg meer mogelijk is en die mensen zouden hun laatste stap niet moeten hoeven nemen in alle eenzaamheid. Dit soort reacties ondersteunt de eerdere constatering dat doodswensen niet per definitie leiden tot zelfmoord. Want hoezeer deze patiënten ook dood wilden, uiteindelijk leven ze allebei nog. Ik ga er dus van uit dat deze voormalige patiënten van mening zijn dat wanneer er ten tijde van hun ziekte een euthanasietraject beschikbaar was geweest, zij eveneens nog in leven waren geweest. Zo niet, dan is het wat vreemd dat zij als gelukkig herstelden toch voorstander blijven van een traject dat mensen mogelijkerwijs net dat duwtje in de afgrond biedt.
Meindert, ook al ben ik nu begonnen aan het voorzichtig bepleiten van euthanasie in de psychiatrie, ik realiseer me maar al te goed dat ik mij met steun voor dit initiatief op glad ijs begeef. Maar verwerpen voelt ook verkeerd. Burgers stelt dat beleid waarvan de consequenties duister zijn niet verantwoord is. Dat klinkt logisch. Maar is beleid waarvan de consequenties helder zijn dan wel verantwoord? Ook al zijn deze heldere consequenties diep triest en uitermate wrang? Het verbod op hulp bij zelfdoding heeft nu tot gevolg dat voor sommige mensen op een gegeven moment alleen nog maar de mogelijkheid rest om in alle eenzaamheid op al dan niet gruwelijke wijze een einde aan hun leven te maken. Met alle gevolgen van dien voor hun nabestaanden en betrokkenen. Is dat dan wel aanvaardbaar?

Beste Sjoerdje,

Ik ben diep onder de indruk van de moeders van Tjeerd en Monique, die hun eigen belang ondergeschikt gemaakt hebben aan dat van hun chronisch zieke kinderen. Hun ondraaglijk lijden heeft gemaakt dat de moeder de doodswens van haar kind respecteert ook al leidt dat tot een bijna even ondraaglijk lijden van haarzelf. Meestal is het natuurlijk andersom. Tegen kinderen die een doodswens hebben zeggen ouders of hulpverleners steevast dat suïcide ondraaglijk is voor de ouders, broers en zusjes, of voor de partner. De doodswens wordt als een uiting van ultiem egoïsme bestempeld. Dat laatste werd mij nog eens extra duidelijk toen ik jouw dilemma voorlegde aan een Amerikaanse kinderpsychiater die al veertig jaar in het vak zit. Het eerste wat zij opmerkte over moeders die de doodswens van hun kind meenden te moeten respecteren, was: 'Maar misschien wilden ze wel van hun kind af.’ Maar deze reactie bracht haar onmiddellijk in verwarring. Haar spontane beschuldiging leidde tot grote emoties. Het was alsof ze zich pas realiseerde wat ze gezegd had, toen ze het gezegd had. In het vervolg van het gesprek bleek zij zelf een echtgenoot te hebben met Alzheimer die zij in een kliniek had laten opnemen. Ook hij had een doodswens en dat had haar veel verdriet gedaan. Tijdens dit gesprek fluisterde de dochter van de psychiater mij toe dat euthanasie in de Verenigde Staten eigenlijk onbespreekbaar is.
Er ligt aan het taboe op suïcide een paradox ten grondslag: de ultieme autonomie van het individu ligt immers in de mogelijkheid om zichzelf te vernietigen. Het taboe richt zich niet tegen de vernietiging van het individu, maar tegen de ultieme autonomie. De meeste mensen die om principiële redenen tegen hulp bij zelfdoding zijn, zijn niet tegen de vernietiging van het individu. Zij zijn geen principiële pacifisten en sommigen zijn zelfs voorstander van de doodstraf. Tegenstanders van hulp bij zelfdoding vinden dus dat de vernietiging van het individu door anderen onder bepaalde omstandigheden is toegestaan, maar dat de vernietiging van het individu door het individu zelf nooit is toegestaan. Vandaar ook dat er tot voor kort een straf stond op een poging tot zelfmoord. Een straf die per definitie alleen maar opgelegd kan worden als de poging mislukt is, tenzij men gelooft in het leven na de dood. In het laatste geval kan men de dode straffen door te weigeren hem te begraven. De weigering van de laatste sacramenten is vanuit sociologisch perspectief natuurlijk vooral een middel om de omgeving te straffen. Of de overledene ook gestraft wordt zullen wij nooit weten.
Je hebt nog een ander punt aangestipt dat met de autonomie van het individu te maken heeft. De vraag of je een geesteszieke mag helpen bij zelfdoding is direct gerelateerd aan de vraag of iemand die geestesziek is, wilsbekwaam is. Vaak wordt aangenomen dat dat niet het geval is, waardoor de doodswens van een geesteszieke niet als authentiek geaccepteerd wordt. Ik vind dit een groot probleem, want wij weten natuurlijk nooit precies of iemand wilsbekwaam is. Maar mijn intuïtie zegt dat een mens tijdelijk de trappers kwijt kan zijn en een doodswens koestert waarvan hij achteraf zegt dat hij die godzijdank niet uitgevoerd heeft.
Mike Boddé, die onlangs het boek Pil schreef over zijn jarenlange depressie, beschrijft hoe hij in verschillende perioden een doodswens koesterde: 'Ik lijd. Dood, dood, dood en dood in mijn kop. En maar vechten tegen dat idee. Ik bekogel mezelf met een onafgebroken spervuur van verwijten, doodswensen, rampscenario’s; af en toe een poging tot kalmeren, maar daarna weer hetzelfde recept van dood dood dood. Ik hou het niet meer.’ Boddé vertelt aan zijn vader dat het voor hem soms gewoon niet meer hoeft, en schrijft: 'Ik voel na dit gesprek dat ik diep van binnen niet dood wil, maar dat ik gewoon de pijn niet meer volhoud. Dat is ook zo. Ik wil ook niet dood.’ Boddé heeft uiteindelijk inderdaad geen zelfmoord gepleegd en heeft ook niemand gevraagd hem daarbij te helpen. Is dat nu een reden om hulp bij zelfdoding strafbaar te stellen? Ik geloof inderdaad van niet, hoewel de condities waaronder dat toegestaan is wel erg goed moeten worden omschreven.
Sjoerdje, ik hoop dat jij nooit in een positie komt waarin je deze filosofische bespiegelingen echt nodig zult hebben, maar zeker daarvan ben je nooit.