Verwachtingen

Het zijn grote woorden en ik heb ze geregeld met gepaste verontwaardiging opgeschreven: institutioneel racisme. Met twee woorden en negen lettergrepen verklaarde ik zo in navolging van Pierre Bourdieu de onderwijsachterstand van allochtone kinderen. Volgens de Franse socioloog zijn leerachterstanden van buitenlandse kinderen het gevolg van de lage verwachtingen die leerkrachten van hen hebben. Van meet af aan benaderen ze een Turks jongetje anders dan een Hollands leeftijdgenootje. Hij krijgt simpele vragen, in de veronderstelling dat hij ingewikkelde opdrachten toch niet kan volbrengen. Het kind wordt nooit uitgedaagd, en dus nimmer gestimuleerd om boven zichzelf uit te stijgen. De buitenlandse kinderen gedragen zich zo meer en meer conform de lage verwachtingen. Een klassieke self-fulfilling prophecy.

In de rapportage Minderheden 1999 draait het Sociaal Cultureel Planbureau deze theorie radicaal om. Niet de lage verwachtingen maar de te hoge verwachtingen spelen de allochtone kinderen parten. Met dezelfde Cito-toetsscore krijgen allochtonen een hoger schooladvies dan hun autochtone klasgenoten. Het is misschien een echo van de kritiek op de culturele vertekening in intelligentietesten. Bij verhalende rekensommen - in tien minuten fietst Henk vier kilometer. Hoeveel kilometer zal Henk in een half uur afleggen? - kan immers ook de beperkte woordenschat een probleem zijn. Wat betekent ‘afleggen’? Dus wordt welwillend het advies opgekrikt. In dit geval keren de opgepompte verwachtingen zich tegen de allochtone leerlingen. Zij redden het niet op het hoge schooltype, en wie eenmaal uitvalt, kukelt vaak nog verder naar beneden.
Ook de onderwijsraad meent dat er eerder sprake is van het over- dan van het onderschatten van de kwaliteiten van allochtone leerlingen. Ze hebben gemiddeld een achterstand van twee jaar in taalvaardigheid en van één jaar met rekenen. De raad heeft minimumeisen geformuleerd. Zo moeten negen van de tien twaalfjarigen de som over Henk kunnen oplossen. Op acht- en twaalfjarige leeftijd zouden de leerlingen moeten worden getoetst.
Het gevaar is dat deze toetsen stigmatiserend werken. Als kinderen op jonge leeftijd al het stempel krijgen opgedrukt dat ze ondermaats presteren, is dat niet bevorderlijk voor hun zelfvertrouwen. Maar dat is geen excuus om achterstanden liefdevol te verhullen. Van zaken verzwijgen wordt niemand wijzer. Betekent dit het einde van het gepraat over institutioneel racisme? Ik moet eerlijk zeggen dat ik gecharmeerd blijf van de theorie van de lage verwachtingen. Het prettige aan deze benadering is dat niet de leerling maar de leerkracht beter zijn best moet doen. Daarop moet het beleid worden gericht. Als een echte gelovige ben ik geneigd om vol te houden. Liever dan mijn ongelijk toe te geven, bedenk ik slimme oplossingen: wellicht zijn soms te hoge, soms te lage verwachtingen het probleem. Fraai is zulk gedraai niet, dat besef ik terdege.
Een troost is wel dat de nieuwe rapporten ook meer heil zien in het aanpakken van het onderwijs dan in het aanpakken van de kinderen. Projecten met opvoedingsondersteuning voor het vierde jaar, zoals Opstap, leveren volgens het SCP weinig op. Het meest succes boeken vier basisscholen in Rotterdam die meedoen met het zogeheten 'kleinschalige experiment achterstandsbestrijding’. Zij confronteren hun leerkrachten veel meer met hoe ze lesgeven. Videoregistraties kunnen daarbij wonderen verrichten. Zo zien leerkrachten hoe ze leerlingen aanspreken en hun les structureren of dat pijnlijk nalaten. Of het probleem nu de te hoge of de te lage verwachtingen van allochtone leerlingen is, de remedie blijft gelijk: meer eisen van docenten.