De beste boeken van 2018

Verwachtingen en dromen

Rob van Essen schreef met De goede zoon een meesterlijke roman, het beste wat het afgelopen jaar op Nederlands literair gebied verscheen. Het is een gecompliceerd, veellagig boek, dat uit alle macht lichtheid blijft nastreven, grappigheid soms, en een diepere betekenis heeft die voortdurend nét onder het oppervlak schuilgaat. Een ongelooflijk mooi kunstwerk dat naar een aangrijpend einde toe werkt en scènes bevat die ik nooit meer zal vergeten. Die scènes spelen zich vooral af in het verzorgingstehuis waar de moeder langzaam uit het leven aan het glijden is, en de zoon zich probeert voor te stellen dat ze het spéélt, dat de dementie een ontsnappingstruc is. ‘Ik had het haar gegund maar uiteindelijk had ik het vooral mezelf gegund, als alles maar anders was geweest.’ Wat een troost, om het maar even met een suf woord te zeggen, dat iemand het uithoudingsvermogen en talent heeft om zo’n geserreerde en inventieve roman te schrijven over het verglijden van de tijd, ouder worden en ja, het geheugen verliezen.

Het gekke is alleen dat ik het niet gauw aan iemand cadeau zou doen, in tegenstelling tot mijn andere beste boek van het jaar: You Think It, I’ll Say It , van Curtis Sittenfeld. Is het toch de somberte die zich moeilijk in cadeaupapier laat verpakken? Sittenfelds verhalen zijn overigens óók hard, in de manier waarop ze haar personages hun verwachtingen en dromen voortdurend moet laten bijstellen. Maar ook geestig en overrompelend in hun voorstelbaarheid en nabijheid. Het mooiste verhaal gaat over een man die er genoeg aan heeft om met de vrouw van zijn broer mailtjes uit te wisselen over klassieke muziek. Al is het verhaal over de vrouw die denkt dat de man van een vriendin een fatale verliefdheid voor haar heeft opgevat ook onweerstaanbaar. Come to think of it, er zit geen zwak verhaal tussen. Sittenfeld schrijft niet op de clou, zozeer niet zelfs dat ik de verhalen meteen weer opnieuw zou willen lezen.