H.J.A. Hofland

verward leiderschap

In Duitsland heeft zich eind vorige week een staaltje eersteklas politiek trapezewerk afgespeeld. Bij ons is dat nauwelijks opgevallen. De grote kranten, het NOS Journaal en RTL4 hebben er goede correspondenten, maar de media waren te veel in beslag genomen door de opgekookte rel bij het Slavernijmonument, de mondiale happening van Live Aid met de daaraan verbonden nostalgie en de goede raad van burgemeester Leers van Maastricht aan premier Balkenende.

Wat is er in Duitsland gebeurd? Bij recente verkiezingen in drie deelstaten – de laatste in Noordrijn-Westfalen – heeft de SPD van bondskanselier Schröder zwaar verloren. In zijn eigen achterhoede zijn deserteurs tot gezworen vijanden geworden, voorop Lafontaine die met populisme teleurgesteld links en rechts probeert te verenigen. De nieuwe politieke doelgroepen: werklozen en gepensioneerden. Terwijl Schröders roodgroene coalitie zich opmaakt voor nieuwe ingrijpende hervormingen tot herstel van de economie brokkelt het draagvlak af. Met een meerderheid van drie stemmen in de Bondsdag gaat het niet langer.

Om zich van een nieuw mandaat te verzekeren heeft de bondskanselier een eenakter geregisseerd. Hij heeft een motie van wantrouwen tegen zichzelf uitgelokt. Benijdenswaardige regeringsleider die daartoe in staat is. Van de 595 stemmen waren er 151 voor Schröder, 296 tegen en 148 onthoudingen. In een mooie toespraak verklaarde hij dat daarmee het eerste traject naar nieuwe verkiezingen was afgelegd. Daartoe moet dan eerst de Bondsdag worden ontbonden. De beslissing hierover is aan bondspresident Köhler. De grondwet voorziet niet in dit door Schröder uitgelokte geval. Is hij een formalist, dan moet de bondskanselier met zijn wankele steun de officiële tijd uitzitten, of in ieder geval zolang zijn wankele meerderheid duurt. Laat de president de politieke wenselijkheid prevaleren, en heeft dit de goedkeuring van het Constitutionele Hof in Karlsruhe, dan gaan de Duitsers op 18 september naar de stembus.

Zoals de meeste West-Europese landen is Duitsland in een proces van pijnlijke aanpassing. De lasten van de verzorgingsstaat worden onbetaalbaar, de economische groei stagneert, immigratie trekt een zware wissel op de algemene verdraagzaamheid, en dat probleem wordt nog verergerd door de grote, op dit ogenblik uitzichtloze werkloosheid. De mondialisering, het verdwijnen van werkgelegenheid naar de landen met lage lonen, speelt een rol. Alle kwalen zijn bekend, alles is ettelijke keren gedefinieerd en bediscussieerd. Ook daarin verschilt Duitsland niet van de westelijke buren: een politiek leiderschap dat een oplossing voorstelt die voor een grote meerderheid aanvaardbaar is, ontbreekt. Duitsland is alleen in zoverre een uitzondering dat Schröder, met zijn drama tot inleiding van vervroegde verkiezingen, een oplossing wil forceren.

Radicalisme langs een omweg. Het is een ander beleid dan dat van Chirac, die na de nederlaag van het referendum een nieuwe premier heeft. Chirac is een verbruikte man. In zijn nieuwe regering wordt de toon gezet door minister Sarkozy van Binnenlandse Zaken, anti-immigratie, authentiek handhaver van rust en orde, en in economisch opzicht evenzeer een bewaarder van de economische status-quo. De landbouwsubsidies zijn en blijven onaantastbaar. Maar in vergelijking tot de concurrenten die in 2007 een gooi naar het presidentschap willen doen heeft hij één groot voordeel. Hij heeft een populistische techniek. Het volk verstaat hem. Zelfs zijn slechte huwelijk weet hij tot zijn voordeel te gebruiken.

Enigszins anders gaat het in Nederland. Met een kabinet dat zich uitput in hervormingen, waarvan een der belangrijkste die in de gezondheidszorg, maar dat door zestig procent niet wordt begrepen zodat er een geweldige campagne op touw wordt gezet om het de mondige kiezers nog eens uit te leggen. Alle bewindslieden van onbesproken huwelijksgedrag. Geen die in het openbaar laat merken dat hij/zij zich ongerust maakt over de steun in het volk, laat staan dat er een crisis wordt geforceerd om per verkiezingen een nieuw mandaat te vragen. Een kabinet dat niet in staat is de economie weer op gang te brengen of zelf de hoop daarop te wekken, maar dat in plaats daarvan al besturend een algemeen gevoel van malaise bevestigt.

Dan hebben we Blair nog. Nadat bij verkiezingen als gevolg van zijn oorlogskameraderie met Bush zijn meerderheid met tweederde was verminderd, heeft hij de publieke aandacht voor de Britse aanwezigheid in Irak naar de achtergrond weten te dringen. Aan het begin van zijn presidentschap van de Europese Unie heeft hij zich meteen als leider geprofileerd door Duitsland en Frankrijk op te roepen hun economie te moderniseren. Deze week is hij in Gleneagles bij Edinburgh gastheer van de G8. Een van de belangrijkste punten op de agenda is het broeikaseffect. Het verdrag van Kyoto zal weer ter sprake komen. President Bush heeft in een interview met de BBC-televisie op de hem eigen manier al laten weten dat hij er niet aan denkt zijn afwijzing van Kyoto te herzien.

Het vraagstuk van oorlog en klimaat is geen kwestie van gelijk oversteken, zei Bush. Door aan de oorlog deel te nemen, heeft Blair gedaan wat goed is voor zijn land. Door de eisen van Kyoto weer te verwerpen, doe ik wat goed is voor Amerika. Het zal de populariteit van Blair bij de Britten niet vergroten. Maar hij heeft nog altijd de Olympische Spelen. Vorige week is hij naar Singapore gegaan om de kandidatuur van Londen te verdedigen.

Politiek is crisis, altijd. Maar zelden zal de leiding van het Westen een zo onovertuigend gezelschap zijn geweest, zo in verwarring tegenover innerlijke malaise en uitdaging en dreiging uit de rest van de wereld. Het is anders, maar het begint een beetje op de jaren dertig te lijken.