Economie

Verwarring

De afgelopen maanden verschenen er boeken met titels als Ontspoord kapitalisme, Fantoomgroei en Ruw ontwaken uit de neoliberale droom – maar ook Met ons gaat het nog altijd goed. Wat is het nu?

Gabriël van den Brink signaleert in Ruw ontwaken ‘een woede die maar niet verdwijnt’. Maar de onderbouwing met enquêtemateriaal wordt te weinig met andere cijfers geconfronteerd. Respondenten vinden bijvoorbeeld al tien jaar dat er meer geld naar veiligheid en werkgelegenheid moet – terwijl de criminaliteit en werkloosheid naar historisch lage waarden daalden. Misschien weten de respondenten niet zo goed waar ze het over hebben. De meeste Nederlanders zijn bovendien én heel tevreden én heel bezorgd, blijkt uit SCP-cijfers. Hier, en niet zozeer bij een ‘voortdurende woede’ (van wie dan?) ligt de echte vraag, lijkt mij. Maar het is een vraag die wringt met Van den Brinks stelling dat er een neoliberale droom in duigen ligt. Het boek overtuigt daardoor niet.

Sander Heijne en Hendrik Noten vragen zich in Fantoomgroei af hoe het komt dat de loongroei lager is dan de economische groei. Het is aanleiding ons economisch systeem te bevragen, eindigend met een pleidooi voor lokale coöperaties. Dat heeft toch een hoog silver bullet-gehalte: aan de fundamentele systeemvragen die de auteurs opwerpen wordt zo geen recht gedaan. Verfrissend is wel weer dat de auteurs zelf ook benadrukken het allemaal niet precies te weten en hun zoektocht in dialoog met het publiek online voortzetten.

Ontspoord kapitalisme is de terugblik op Nederlands economische politiek sinds Lubbers door CDA-mastodont Bert de Vries, zelf een leidende figuur in de jaren tachtig en vroege jaren negentig. In de media is zijn voorstel voor een andere inrichting van de eurozone uitvergroot, maar het boek is een breed opgezette economische geschiedenis, ideeëngeschiedenis en beleidsevaluatie waaraan De Vries zeven jaar werkte. De ontsporing zit wat hem betreft in toenemende ongelijkheid, het verlies van de inzichten van Keynes, de liberalisering en hypergroei van de financiële sector – kortom, in de ongebreidelde vrije markt. Gaap. Dat is in die zeven jaar al best vaak opgeschreven, Bert. Ontspoord kapitalisme is daarom weinig vernieuwend. Het is een degelijke economische geschiedenis (met persoonlijke noot) van Nederland sinds de jaren tachtig, die als lesstof voor studenten economie niet zou misstaan – mits die nog Nederlandstalige boeken mogen lezen.

Twintig jaar geen vooruitgang – en ‘met ons gaat het goed’?

Met ons gaat het nog altijd goed is de vreemde eend in de bijt van de zomerboeken, in twee opzichten. Het is positief over de huidige stand van zaken en het gaat niet over de economie – hoewel auteur Peter Hein van Mulligen toch hoofdeconoom bij het CBS is. Maar hij kijkt niet naar de economische inrichting van Nederland, alleen naar uitkomsten. Zijn inzet is dat gesomber en geklaag wel goed verkopen, maar niet op feiten berusten. We zijn rijker dan ooit, de ongelijkheid is niet toegenomen, Nederland werd veiliger, de gender gap slinkt, iedere generatie migranten doet het beter dan de vorige. Saamhorigheid, vertrouwen en participatie zijn hoog. Van Mulligen levert welkome correcties, bijvoorbeeld over dat toenemende gevoel van onveiligheid, dat door de cijfers niet wordt gestaafd (contra Van den Brink). En de lonen stijgen al zeventig jaar meestal minder dan het bbp, laat hij zien, dus dat vindt hij niet een systeemfalen van onze tijd (contra Heijne en Noten).

Helaas trapt Van Mulligen soms in zijn eigen val, bijvoorbeeld wanneer hij met cijfers uit enquêtes komt die meer saamhorigheid laten zien. Waarom zouden die respondenten het dan níet mis hebben, en de somberaars wel? Is perceptie nu wel of niet een feit?

Bovendien leidt zijn blinde vlek voor het systeem tot vreemde interpretaties. In Op1 zei hij dat Black Lives Matter het succes van onze samenleving toont: iedereen kan zijn plek opeisen. Tja. Wie tevreden is, bevestigt Van Mulligens gelijk. Wie niet tevreden is, ook. Heads I win, tails you lose. Zijn optimisme lijkt bovendien soms strijdig met de cijfers. Op bladzijde 43 staat een grafiek van het reëel besteedbaar inkomen. Die is plat in de 21ste eeuw. Twintig jaar geen vooruitgang – en ‘met ons gaat het nog altijd goed’? Hm.

Het tekent de verwarring van deze tijd: we weten dat de kapitalistische economie niet goed meer functioneert, maar nog niet waarom niet – en wat te doen.