Verwarring van groen

Terwijl mijn oren zijn woordpulp inslikten, dacht ik na. Over de ui. Op een ander niveau dan het zijne, maar dat risico loopt een spreker altijd. Toehoorders zijn er ook voor hun eigen genoegen. Ui met ansjovis, dacht ik. Misschien omdat de ui aan het woord ‘bijten’ was toegekomen. Werkwoord vol valkuil. Voor een ui niet ongevaarlijk.

Wat in het oog sprong was dat de ui dingen wel wist maar ook dingen niet. Daar zat niets mediamieks in, dat geldt voor iedereen. Maar overeind blijft dat de door mij nog niet eens gerangschikte belevenissen rondom het zwembad eerder door hem ter sprake waren gebracht dan door mij. Hij had de contouren al voorgetekend. Ik hoefde ze slechts in te kleuren.
Had ik onder ogen te zien dat de ui geen ui, maar hallucinerend onderdeel van mijzelf was? Zag ik de ui daarom niet omdat ik zelf een bril op mijn neus had in de vorm van een ui?
Was het ook dankzij een dergelijke constructie dat de ui mij al snel meer dan (en bijna te), vertrouwd was geraakt?
Of kwam het omdat ik eenzaam was? Maar was ik eenzaam? Een gezond etend mens met bloemen in een vaas op tafel is toch niet eenzaam? De Engelsman was of scheen eenzaam te zijn omdat hij voortdurend zweeg. Hij keek ook niet om zich heen. Met zo'n onwrikbare vastberadenheid dat het geen toeval was. Misschien had hij alles al gezegd en gezien en had hij evenals de ui ook geen behoefte aan herhaling als stijlmiddel. Hij wilde geen risico lopen, whatsoever. Hij keek voor zich op zijn bord. Ware hij een Fransman geweest, je zou denken dat alles om hem heen voor altijd sombere zondag was.
Op dat bord lag elke dag, als voorgerecht tenminste, hetzelfde. Een verwarring van groen blad, blanke komkommerschijfjes en gesneden uiringen. Maar ook weer niet helemaal hetzelfde. Het hing er wel degelijk van af door wie de komkommer, de ui en het slablad die ochtend waren gesneden. De Engelsman had daar geen aandacht voor. Hij liet alles op indrukwekkende wijze aan zich voorbijgaan.