Verwiggelen

‘We kunnen het verschil maken in Afghanistan’, schreef GroenLinks-leider Jolande Sap. Welk verschil heeft GroenLinks hier gemaakt?

WIE OF WAT maakt in de geschiedenis het verschil? Zodat een protest niet verstomt, maar uitgroeit tot een revolutie en die op haar beurt tot de gedroomde, verbeterde levensomstandigheden? Of dat een ingrijpen in een ver land niet averechts werkt, maar leidt tot de gewenste verbetering?
Deze weken wordt in Tunesië, Egypte en andere Arabische landen geschiedenis geschreven. Duizenden gewone mensen gaan de straat op in de hoop met hun aantal en hun vasthoudendheid het verschil te kunnen maken, zodat corrupte regimes worden vervangen en de burgers in die landen een goed leven krijgen. Amerika en andere westerse landen kunnen niet anders dan de ontwikkelingen volgen en hun eigen beleid ten aanzien van deze landen bijsturen op de golven van het aanhoudende protest.
Vooral het behoedzaam manoeuvreren van de VS, decennialang de steunpilaar van de door de protesterende Egyptenaren verguisde president Hosni Moebarak, is fascinerend om te volgen. Zal achteraf, bij een toekomstige WikiLeaks, blijken dat geheime gesprekken van de VS met het Egyptische regime in deze roerige dagen bijgedragen hebben aan de uiteindelijke uitkomst van deze revolutie? Of kunnen ook de VS op dit moment niet het verschil maken?
In het licht van wat er in enkele Arabische landen gebeurt, doet één zin uit de brief waarin GroenLinks-leider Jolande Sap en partijvoorzitter Henk Nijhof hun steun voor de politiemissie in de Afghaanse provincie Kunduz aan hun achterban uitleggen pompeus aan. ‘We kunnen het verschil maken in Afghanistan’, schrijven ze aan de vooravond van wat dit weekeinde in Utrecht een roerig partijcongres belooft te worden.
Zou het waar zijn wat de GroenLinks-top beweert? Zijn dat in het licht van de geschiedenis niet wat al te grote woorden? Wie alleen al deze vragen stelt, wordt in Den Haag beticht van cynisme. Andersom, wie werkelijk gelooft dat met de nu voorgenomen politietrainingsmissie het verschil wordt gemaakt in een land dat worstelt met terrorisme, onderlinge stammenstrijden, corruptie en ongeletterdheid, krijgt te horen naïef te zijn.
Dan toch maar even cynisch. GroenLinks heeft ja gezegd, onder meer omdat het kabinet heeft beloofd dat er een trackingsysteem en terugkomdagen komen voor de door ons getrainde Afghaanse politieagenten. Dat riekt toch wel heel erg naar een Haagse papieren werkelijkheid. De geschiedenis zal het leren, maar vooralsnog wekken deze toezeggingen de indruk toch vooral bedoeld te zijn geweest om de nog aarzelende oppositiepartijen GroenLinks en ChristenUnie over de streep te trekken.
Al ontkennen politici dat graag bij zoiets zwaarwegends als het uitzenden van Nederlandse mannen en vrouwen naar gevaarlijke gebieden, maar er is natuurlijk gewoon politiek gemanoeuvreerd, zo u wilt een politiek spel gespeeld - al is die laatste terminologie helemaal vloeken in de kerk bij dit onderwerp.
Dat Nederland sinds een aantal maanden geregeerd wordt door een minderheidskabinet maakte voor dat politieke spel overigens minder verschil dan nu soms wordt gedacht. Bij de eerste missie in Afghanistan had het toenmalige kabinet van CDA, VVD en D66 de oppositie ook hard nodig, omdat de laatste niet instemde.
Geheel in lijn met het ontkennen van het politieke spel wenste VVD-premier Rutte op zijn wekelijkse persconferentie het doorgaan van de missie niet te duiden in termen van winst of verlies. Dat vond hij niet passend als het om het uitzenden van politietrainers gaat. Bijzonder om te zien hoe hij daarvoor werd geprezen; als een CDA'er zulke woorden in de mond neemt, krijgt hij daarvoor het etiket hypocriet opgeplakt. Meten met twee maten is niemand vreemd.
Maar natuurlijk heeft Rutte gejuicht - al was het dan in stilte - toen hij zag dat zijn heen en weer bewegen succes had. Hij had Sap toch maar mooi met haar rug tegen de muur gezet en dat nog wel op het moment dat zij dacht hem in die positie te hebben gemanoeuvreerd, zoals Sap vorige week niet zonder voldoening tijdens het Kamerdebat zei.
Wederom met het risico van cynisme beticht te worden: mijn hypothese is dat de oorspronkelijke opzet van de trainingsmissie door het minderheidskabinet bewust niet voldeed aan wensen van GroenLinks en ChristenUnie, zodat de oppositiepartijen aanvankelijk wel naar een nee moesten neigen. Die opstelling kon het kabinet weinig kwaad doen, want een nee tegen de missie konden ze toch al afschuiven op de oppositie. Het kabinet bood zichzelf ermee echter de mogelijkheid toegevend te zijn. Goed voor het beeld dat het minderheidskabinet graag van zichzelf neerzet: met een uitgestoken hand naar de oppositie. Dat beeld had ook overeind kunnen blijven als de oppositie tegen was gebleven, want bij een nee hadden VVD en CDA kunnen zeggen: wij doen er alles aan, maar zij willen niet, met daaraan gekoppeld het dan des te sterker overkomende verwijt dat daarbij partijpolitieke overwegingen in plaats van inhoudelijke de doorslag hebben gegeven.
Het kabinet wist dat het met die opstelling met name GroenLinks in problemen kon brengen, want zeg nog maar eens nee als je vol passie je eisen in een gesprek onder vier ogen bij de premier op tafel legt en ze op het altijd geduldige papier krijgt ingewilligd. Voor Rutte’s optreden is een mooi Nederlands woord: verwiggelen, net zo lang heen en weer bewegen tot iets los komt te staan, in dit geval drie oppositiepartijen - ook D66 en ChristenUnie - van hun afkeer tegen dit door de PVV gedoogde minderheidskabinet.
Al veinst hij zo niet te denken, Rutte heeft dit spel gewonnen. Het is Jolande Sap die zich dit weekend moet verdedigen tegenover een tegenstribbelende GroenLinks-achterban en het weglopen van leden moet proberen tegen te gaan, terwijl Rutte afgelopen weekend vrolijk de nieuwe leden van zijn VVD kon ontvangen. Welk verschil heeft GroenLinks hier gemaakt?