Theater

Verwondering in de Oekraïne

Theater: De brief

Het boek Tegen beter weten in van Ies Vuijsje heeft in Nederland nog eens het debat opgeroepen: wie heeft wat wanneer kunnen weten over de vernietiging van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog? In de toneelmonoloog De brief
horen we een variant daarop. Catherine ten Bruggencate speelt een joodse vrouwelijke arts in de Oekraïense stad Berdytsjiv onder de Duitse bezetting, die weet wat er met haar en twintigduizend andere joden uit haar stad gaat gebeuren, maar die ervoor kiest te doen alsof zij het niet weet. Ze besluit het lot van de anderen te delen en zo te proberen de laatste dagen hun leven zo veel mogelijk te verzachten.

De fictieve brief is een deel van het boek Leven en lot van de joodse Sovjet-Russische schrijver Vasilij Grossman (1905-1964), in veel talen vertaald, maar in Nederland nog vrijwel onbekend. Grossman was vóór de Tweede Wereldoorlog een doorsnee sociaal-realistische sovjetschrijver; hij groeide tijdens de oorlog uit tot de beste, dapperste en onder de soldaten populairste oorlogsverslaggever en hij werd na de oorlog een schrijver die door het regime steeds meer werd gewantrouwd. Leven en lot werd geconfisqueerd door de Russische geheime dienst en kon pas in 1980 door toedoen van dissidenten als Vojnovitsj en Sacharov in Zwitserland worden gepubliceerd.

In de brief geeft Grossman zijn eigen moeder een stem. Grossman voelde zich schuldig over haar lot: pas na de bevrijding hoorde hij wat er met zijn moeder en de andere joodse inwoners van Berdytsjiv was gebeurd. De moeder legt aan haar zoon uit wat er gebeurt als de Duitsers zijn binnengevallen, hoe haar buren zich op haar bezittingen en appartement werpen, hoe zij wordt ontslagen in het ziekenhuis en naar een getto moet, hoe zij en de andere joden daar wachten op hun zekere dood. Het verhaal klinkt grimmig en dat is het ook.

Deze voorstelling maakt de tekst niet zwaarder dan hij is. Er is een voorzichtig geluidsdecor (van Mark Bain), voornamelijk verwarde menselijke stemmen. Er is een bescheiden videografie (van David Haneke), waarbij we zien en horen hoe de woorden van de brief langzaam worden geschreven. Ook de regie van Nataliya Golofastova is uiterst ingehouden.

Catherine ten Bruggencate laat vooral haar grote verwondering zien. Haar verbazing over de verschrikkelijke loop van de geschiedenis, haar verbijstering over het gedrag van haar medemensen. Ze vertelt met een zekere humor over vroegere collega’s en buren die haar plotseling niet meer groeten, die haar bezittingen stelen terwijl ze er nog bij zit. Maar ze vertelt ook dat een patiënt van haar, een simpele drukker, een sombere, zelfs hardvochtig lijkende man, nu uit eerbied aanbiedt haar koffer voor haar naar het getto te dragen.

Soms weet ze niet wat moeilijker te verdragen is: het leedvermaak of de sentimentele, medelijdende blikken. En toch, en nu verbaast zij zich over zichzelf, voelt zij, die zich nooit joods had gevoeld, een zekere liefde voor al deze joodse verschoppelingen. Dat geeft haar de kracht de feiten te ontkennen en dag aan dag bij de zieken langs te gaan, al kan ze ze niet meer in de ogen kijken. Nergens blijkt zo veel hoop te bestaan als in het getto en deze hoop heeft maar één bron: «Het instinct van de levensdrift, dat zich zonder enige logica verzet tegen die verschrikking, dat wij alleen onontkoombaar en spoorloos ten onder moeten gaan.»

Het is deze grote paradox die Catherine ten Bruggencate zuiver en sober laat zien. Zij speelt Grossmans moeder als een onopvallende mevrouw met grijze krulletjes en een ouderwetse bril (zoals Vasilij die zelf ook droeg). Haar innerlijke kracht blijkt uit haar woorden. Het is het portret van een moeder die voor altijd verdwijnt en die haar zoon door het schrijven van deze brief wanhopig terug probeert te brengen.

De brief

25 t/m 28 mei in Theater Branoul, Den Haag; 7 t/m 10 juni in Frascati, Amsterdam. Randprogramma met lezingen. Zie www.de-brief.nl