Michel Houellebecq

Verzadigingspunt bereikt

De pornoficatie van de samenleving is een hot issue geworden. De morele paniek werd tien jaar geleden al beschreven door Michel Houellebecq. Volgende week is hij te gast op De Avond van de Groene Amsterdammer.

Houellebecq wil eigenlijk liever niet aangesproken worden als kenner van porno en lust. Maar hij vond ook dat het van intellectuele lafheid zou getuigen als hij zich zou terugtrekken uit zijn eigen discours. Michel Houellebecq (1958) spreekt op 27 oktober voor het eerst in het openbaar op Nederlandse bodem. Sinds zijn doorbraak met de roman Elementaire deeltjes (1998) zijn de meeste uitnodigingen en verzoeken tot interviews geweigerd. In 2002 publiceerde de Volkskrant een portretterend gesprek en in 2005 zond de vpro voor het programma R.A.M. een documentaire over hem uit aan de vooravond van de bekendmaking van de prestigieuze Prix Goncourt (die hij niet won).

Beide gesprekken bevestigen het beeld dat van hem bestaat: een moeizame, langzame prater die zich uitermate oncomfortabel voelt bij iedere benadering over zijn eenzame jeugd bij zijn grootmoeder, zijn privé-leven en zijn emotionele drijfveren als schrijver. Over literatuur spreekt hij wel, zij het traag zoekend – en soms onnavolgbaar associërend – naar antwoorden.

In het vorig jaar in Nederlandse vertaling verschenen Michel Houellebecq: De ongeautoriseerde biografie zet Denis Demonpion hem neer als een depressieve, kettingrokende, afspraken schendende, licht autistische eenling. Als een personificatie van de wereld zoals hij die in zijn hele oeuvre beschrijft: het atomaire individu dat in de kapitalistische consumptiemaatschappij ontspoort en zich in zijn vervreemding vastklampt aan vrije seks, New Age en nutteloze luxeartikelen. Het bankroet van de libertaire westerse samenleving is volgens Houellebecq ingeluid door de generatie van ’68, die de oude waardenstelsels opblies zonder daar iets aan menselijke waarden voor terug te geven. Het is niet verwonderlijk dat dit mensbeeld van egoïsme, materialisme en neurotische seksuele preoccupatie rond de eeuwwisseling een schok veroorzaakte. Wie in Elementaire deeltjes en Platform (2001) las over de haat en verdriet zaaiende seksuele lust en de frustratie van materiële behoeftebevrediging sloeg het boek liever dicht. De samenleving die Houellebecq hierin neerzette, was te onverdraaglijk. Veel mensen wezen hem woedend af als een perfide, reactionaire, vrouwen hatende schrijver. Maar zijn boeken leverden hem even zovele bewonderaars op. In het afgelopen decennium is Houellebecq uitgegroeid tot een van de meest succesvolle schrijvers van Europa.

De controverse rondom zijn boeken ligt ver weg en is bijna niet meer als zodanig navoelbaar. Het onbehagen is inmiddels breed doorgedrongen in het politieke en publieke debat. De realiteit heeft de fictie ingehaald – wat Houellebecq tot een klassieke maatschappijkritische schrijver maakt.

In Nederland is dit ongenoegen over de alomtegenwoordigheid van seks in de huidige cultuur de afgelopen maanden volop geuit. Zoals bekend is er aan initiatieven om het tij van de ontaarde seksuele revolutie te keren geen gebrek. Minister Plasterk (ocw) bindt de strijd aan met de media die vrouwen reduceren tot lustobject. Affiches met sexy vrouwen die allerhande producten aanprijzen hebben langzamerhand een verzadigingspunt bereikt. Zelfs Joost Zwagerman, exponent van de hedonistische Amsterdamse jaren-tachtigscene, zet zich af tegen porno als dictatuur.

Wat is er toch aan de hand als de bezorgdheid over de geseksualiseerde samenleving zo breed wordt gevoeld? Gaat het alleen om porno, die door het internet voor iedereen binnen handbereik ligt en een verderfelijke invloed heeft op opgroeiende kinderen? Of moeten we met Houellebecq constateren dat we onvermijdelijk leven in een wereld van markt en strijd, met seks als dogma, en waarin de mens op de vleesmarkt dolend op zoek is naar liefde en de vrouw haar marktwaarde tracht op te krikken door aan haar verleidingskapitaal te (laten) knutselen?

Wat zegt dit over onze maatschappij? Porno is in de afgelopen dertig jaar vanuit de homowereld salonfähig geworden. Sinds pornografie in 1970 in Nederland werd gelegaliseerd, is ze vanuit de stiekeme sfeer van ‘vieze blaadjes’ onder de toonbank en peepshows in achterafsteegjes gedemocratiseerd tot een ‘gewoon’ massaproduct. Zoals ook de ostentatieve seksualiteit sinds de jaren tachtig vanuit het homocircuit is overgewaaid naar de hetero-jongerenscene. Deze ontwikkeling loopt parallel met de vermarkting van diezelfde samenleving, waar alles te koop is en het lijkt of zelfs menselijke emoties en een mooi uiterlijk verhandelbare producten op de markt van welzijn en geluk zijn.

De bezorgdheid om de pornonorm is eerder een confrontatie met ons pessimisme over de postmoderne samenleving. Maar Houellebecq biedt ook hoop, zoals Aart Brouwer in 2001 in De Groene Amsterdammer schreef. ‘Juist dankzij die onthechting is de homo houellebecquis gevoelig voor de gemoedsbewegingen die een mensenleven de moeite waard maken, zoals oprechtheid, opoffering en liefde. Hij heeft niets te verliezen: alles wat hij aan tederheid en warmte wint is meegenomen. Daarin schuilt zijn kracht, en tevens de kracht van Houellebecqs boeken en van zijn visie op de hedendaagse westerse mens. Ook in zijn meest sardonische buien is Houellebecq nooit cynisch, elke grove uitspraak is als het ware het fotonegatief van een diep verlangen naar liefde en menselijke warmte.’

Op 27 oktober zal hierover nader worden gedebatteerd. Met een man die er niet van houdt op te treden in het openbaar.