Tot dat moment is het een goed boek. In het eerste hoofdstuk wordt de pijn beschreven die Harold teistert. Hij is nagenoeg blind, heeft als enige houvast een morfinepomp en spartelt verwoed tegen in het ziekenhuisbed dat als een doodskist in zijn huis staat. Vervolgens worden in korte hoofdstukjes de verschillende stadia doorlopen: de eerste tekenen die achteraf waarschuwingen hadden moeten zijn, het telefoontje waarin het dodelijke woord valt, de effecten van de chemotherapie, enzovoort. Cohen vertelt het met een sarcastische ondertoon, wat in tweede instantie de verbittering van de verteller blijkt als deze op eenderde van het boek in de ik-vorm overgaat en meedeelt dat hij het voorafgaande geschreven heeft. Dan is dus al langer gaande wat op pagina 35 werd aangekondigd toen hij schreef: ‘In augustus ging Harold dood. Alec bleef achter in een zwarte leegte. Hij probeerde zichzelf om te praten zo'n boek over de dood van een naaste te schrijven dat hij nooit had kunnen lezen.’ Maar de ellende van het boek dat de lezer nu in handen heeft begint twee pagina’s later: ‘omdat hij wist dat hij de rest van zijn leven bezig zou zijn met het opsporen van Harold, ervan overtuigd dat in de dood van Harold de oplossing besloten lag voor zijn eigen raadsel, wat dat ook mocht zijn.’ Het medium tussen beide broers is een door beiden begeerde mooie verpleegster, van wie de schrijver abusievelijk gedacht heeft dat zij ook de roman moest opfleuren. Ondertussen is er een heel ander boek voor het eerste geschoven, het boek dat de gemankeerde schrijver via zijn broer over zichzelf wil schrijven. Daarin wil Harold helemaal niet dood. Als Alec, op weg om zijn kind van school te halen, een impuls volgt en op een middag een club binnengaat, ontmoet hij daar zijn dode broer die zegt ‘laten we een pilsje nemen en erover nadenken’. ‘Dan wordt de roman een echte Cohen-roman’, zegt de uitgever, maar ik betwijfel of dat voor Cohen pleit. Wat de lezer dan nog te wachten staat is het bekende verhaal over een huisvader die aan lager wal raakt, relatiegedoe, oud familiezeer. Dat alles wordt besloten met een macabere verbroedering op het graf van ‘Harold Constantine 1954-1992’, een anatomieles in de open lucht. Maar lees de eerste hoofdstukken.