Verzopen shakespeare

Wie Romeo en Julia, een van de bekendste toneelvertellingen van de afgelopen vierhonderd jaar, op de planken wil brengen, moet twee dingen helder houden. Een: het moet duidelijk zijn dat de slepende vete tussen de families Capuletti en Montecchi - hoe onduidelijk ook in hun oorsprong - gevaar inhoudt; het gaat hier om een oorlog tussen maffiose bendes. Twee: het moet geloofwaardig worden gemaakt dat Romeo en Julia - twee telgen uit die rivaliserende families - vanaf het eerste moment van hun ontmoeting smoorverliefd op elkaar zijn. Daarmee staat de plot van deze toneelvertelling als een huis: Romeo en Julia gaat over de onmogelijke liefde. En dan heeft de regisseur nog problemen genoeg. De slordige afwikkeling van de plot bijvoorbeeld. Shakespeare was zich, toen hij Romeo and Juliet schreef, nog aan het warmlopen als beste toneelschrijver van het nu bijna voorbije millennium.

Allemaal geen probleem voor Ivo van Hove. Hij laat de namen van Shakespeare’s bekendste liefdesduo op het affiche van het Zuidelijk Toneel zetten. Maar hij regisseert hun vertelling niet. De vormgeving (Jan Versweyveld) is kaal - een parkeergarage, maar dan wel (laf) voorzien van gordijnen, zodat bijrollen daar af en toe artistiek verantwoord in een kier kunnen gaan zitten. De kostumering (Tessa Lute) is kaal, namelijk unaniem zwart, zodat je de contesterende clans niet uit elkaar kunt houden. De enscenering (Ivo van Hove) is kaal, vooral door haar extreme leegheid. De ontmoeting en de liefde tussen Romeo (Ramsey Nasr) en Julia (Camilla Siegertsz) wordt afgewikkeld als een nonchalante vrijage in een kale ruimte, zeg maar een parkeergarage, waarboven (of waarónder, maakt het uit?) zich een houseparty afspeelt, waarvan wij het geluid voortdurend horen. Iedereen draagt flitsende messen. Die moeten we klaarblijkelijk accepteren als het superieure beeld van de familievete. Er worden voorts broeken opengeritst en borsten betast, wie doodgaat doet eerst nog een heftig dansje, en de witte vlekken in de vertelling worden afgewerkt als klassieke koorzangen op tekst van een zondagsdichter, waar mijn haren van overeind gingen staan. Peter Verhelst als hertaler/herdichter kan niet eens over de schaduw van zijn grote voorganger heenhuppelen. Hij heeft broddelwerk afgeleverd.
In de voorstelling is verder veel ruimte voor hysterische uitvallen, van de vaders van Romeo en van Julia bijvoorbeeld - voor het gemak gespeeld door dezelfde acteur, Steven van Watermeulen. En voor moeder Capuletti (door Oda Spelbos - ik heb deze door mij bewonderde actrice nog nooit zo lelijk zien acteren). De voedster van Julia (Chris Nietvelt) gooit ook al één bonk verkeerd gerichte, want hysterisch uitgespeelde energie op het speelvlak. En dan hebben we het nog niet gehad over Bart Slegers, die als de bemiddelende pater Lorenzo wat rust in het drama zou moeten brengen, maar dat op de planken presenteert met een energie waar ik als kijker helemaal gek van werd. Ik vroeg in gedachten aan de regisseur: denk je dat ik als toeschouwer debiel ben, of hoe zit het?
Samenvattende conclusie: ik begrijp niet waarom deze voorstelling is gemaakt. Het verhaal is verknald, de oorspronkelijke taal is vervangen door de textuur van een prutser, de regisseur heeft ons naar het theater gelokt maar is vergeten zijn verhaal te vertellen. En de acteurs straalden zonder uitzondering grote wanhoop uit. Eigenlijk had ik het kunnen weten. De ondertitel van de voorstelling luidde namelijk: Studie van een verdrinkend lichaam. En dat was precies wat we te zien kregen.