Verzorgingsstaatnostalgie

Even leek het zo ver. Toen werkgevers en werknemers in het voorjaar van 2010 hun pensioenakkoord sloten, kwam een hervormd pensioenstelsel steeds meer in zicht. Totdat één speler zand in de machine gooide.

Medium groene comm. fnv

FNV Bondgenoten, onderdeel van FNV Vakcentrale, weigert zich naar het akkoord te schikken. Twistpunt is de zekerheid van de uitkeringen. Als enige binnen de FNV-top eist voorzitter Henk van der Kolk harde garanties over de hoogte van de pensioenen. De rest van de vakcentrale wil ze meer met de economische conjunctuur laten meebewegen. Bondgenoten bevestigt daarmee haar reputatie als dwarsligger. Eerder eiste de achterban van de bond het vertrek van FNV-voorzitter Agnes Jongerius.

Het lijkt een ordinaire machtsstrijd binnen de vakcentrale, maar het conflict is een afspiegeling van de politiek-economische kloof in Nederland. Die gaapt tussen de hervormingsgezinden en de behoudende burgers die zich vastklampen aan de sociale modellen van de twintigste eeuw. Een houding die socioloog Mark Elchardus typeerde als ‘verzorgingsstaatnostalgie’. Die laatste groep, voor een belangrijk deel PVV- en SP-stemmers, vormt het kader van FNV Bondgenoten.

Nostalgie is een gevaarlijk sentiment. Een welvaartsgarantie bij pensioen op 65-jarige leeftijd is namelijk een onhoudbare belofte. De reden is eenvoudig: de toekomst is altijd onzeker. Niemand is in staat die nabije economische toekomst te voorspellen, laat staan die over veertig jaar. De recente financiële crisis toonde dat eens te meer aan. Ook experts zijn het erover eens dat welvaartsvaste pensioenen geen haalbare kaart zijn. Het IMF berekende dat bij ongewijzigd beleid de pensioenkosten jaarlijks stijgen met bijna drie procent van het bruto nationaal product. Het veel geprezen Nederlandse pensioenstelsel is daarmee een van de duurste ter wereld. En te hoge pensioenkosten remmen de economische groei, zo waarschuwde het World Economic Forum onlangs nog. FNV Bondgenoten laat zich weinig gelegen liggen aan dit soort waarschuwingen. Ze denkt de invloed van de wereldeconomie te kunnen trotseren door vast te houden aan een pensioenstelsel dat stamt uit de tijd dat economische voorspoed van West-Europa nog onbetwistbaar was.

De gevolgen van deze kortzichtigheid zijn groot. Alle pijlen wijzen op de noodzaak van hervormingen maar met de vakbond als instrument weet een smaldeel van de beroepsbevolking - waarvan de meerderheid de pensioenleeftijd nadert of al voorbij is - alles op slot te gooien. De ruzie toont dan ook het failliet van een poldermodel waarbij de vakbonden de scepter zwaaien over ons pensioenstelsel. Als Jongerius niet zwicht voor de eisen van Van der Kolk dreigt FNV Bondgenoten ‘een eigen koers te varen’. Advies: laat ze vooral gaan. Scheuring binnen de FNV zet de vakcentrale buitenspel in de pensioendiscussie. Zo verschuift de verantwoordelijkheid voor het pensioenstelsel verder naar waar die moet liggen: bij de beleidsmakers in Den Haag.