De strijd om het grondwater

Verzuipen in de woestijn

Ondanks alle regen van de afgelopen tijd kampt Nederland met een sluimerend droogteprobleem. In de strijd om het grondwater hebben boeren, natuurbeschermers en drinkwaterbedrijven hun eigen belangen. Eenduidig beleid ontbreekt.

Nationaal Park De Groote Peel © Olaf Kraak / HH

Het is deze Aswoensdag stil in het Limburgse Griendtsveen. Stil en nat, het heeft gesneeuwd, op de half verharde straten liggen waterplassen. ‘Ach, zo ligt het er altijd bij’, zucht iemand uit het bonte gezelschap aan de keukentafel van dorpsraadlid Ingrid Stam. Ze houden van deze plek, midden in hoogveengebied De Peel, op de grens van Brabant en Limburg. Ze zijn er geboren en gebleven of verhuisden hiernaartoe voor de natuur. Maar ze zijn het vernatten van de natuur in het gebied zat. Omdat bomen omgaan en er niets dan een kale vlakte overblijft. Omdat vernatting akelige steekmuggen met zich meebrengt. Nergens werd in Nederland ooit zo’n hoge concentratie muggen aangetroffen als hier.

‘We wonen hier om dit’, zegt Stam, wijzend naar haar idyllische achtertuin. ‘Maar wat heb je hier te zoeken als je de hele zomer binnen zit?’ Erger dan de muggen is de schade. 34 huizen kampen met verzakkingen en waterschade. Een centimeters brede scheur splijt de tegelwand in de keuken van Leon. Het gezelschap spreekt van ‘Groningse toestanden’. Verhuizen is geen optie, want wie koopt zo’n verzakkend pand? Natuurontwikkeling in De Peel is oorzaak van de misère, zegt de groep. Ze voelen zich niet gehoord door overheden en natuurbeheerders. Daarom voeren ze al tijden actie. Vorig jaar hing de club bordjes langs de straten met de tekst ‘Help, De Peel verzuipt’.

‘De Peel verzuipt? Welnee joh’, schampert Wim van Opbergen een paar maanden eerder. ‘“Help, De Peel verdroogt”, dát zou op die bordjes moeten staan!’ De 64-jarige voorzitter van Werkgroep Behoud De Peel heeft net zijn Renault Kangoo een bospaadje opgereden en wisselt nu zittend op de rand van de kofferbak zijn schoenen om voor laarzen. Meer uit gewoonte dan uit noodzaak. Bij het Griendtsveen is de grond hooguit wat zompig. In het ooit kletsnatte hoogveengebied is het wandelpad overgroeid met manshoge varens. ‘Adelaarsvarens’, weet Van Opbergen. ‘Als je die ziet, weet je dat het te droog is. Ze groeien alleen op uitgedroogde plekken.’

Iets verderop hurkt Van Opbergen bij een plasje water met een ijsvliesje erop en vist er een groen pluimpje uit. ‘Kijk, waterveenmos. Net een palmboompje. Een heel nat palmboompje, echt hoogveen is natter dan melk.’ De aangroei van veenmossen, daar is het Van Opbergen om te doen. Sinds 1978 maakt Werkgroep Behoud De Peel zich hard voor het ‘behoud en herstel van het Peelgebied als een hoogveen(achtig) landschap met alle daaraan verbonden historische waarden en natuurkwaliteiten’. ‘Toen we hier eind jaren zeventig begonnen was het hartstikke uitgedroogd. Door dammen te bouwen hebben we het flink natter gemaakt, maar na de zomer van 2018 is het weer net zo droog als toen we begonnen. We zijn terug bij af.’

De droge zomers van 2018 en 2019 hadden grote gevolgen. Huizen verzakten door inklinking van de grond, veroorzaakt door het oppompen van te veel drinkwater. De schade voor de landbouw wordt geraamd op 0,8 tot 1,4 miljard euro. Flora en fauna hadden – en hebben – het zichtbaar moeilijk. Met het nieuwe droogteseizoen voor de deur is de natuur, ondanks alle regen van de afgelopen maanden, nog steeds niet overal hersteld, met name in het ‘hoge’ oosten en zuiden van Nederland, regio’s waar minder oppervlaktewater voorhanden is en die dus afhankelijker zijn van grondwater dan West-Nederland.

De droogte van 2018 staat niet op zichzelf. Door klimaatverandering worden de zomers steeds langer en droger. Tegelijk neemt de watervraag van consumenten tot 2040 naar verwachting met dertig procent toe. Om dat te ondervangen moeten we het water dat ’s winters overvloedig uit de lucht valt beter vasthouden. Onder druk van Europese regels gebeurt dat in sommige gebieden al: in waterafhankelijke Natura 2000-gebieden worden alle zeilen bijgezet om de grond te vernatten. Maar dat veroorzaakt weer problemen als verzakkende huizen en drassig akkerland en poelen vol steekmuggen.

Er zijn scherpere keuzes nodig rond grondwatergebruik, waarschuwen hydrologen. Maar van strikter grondwaterbeleid komt weinig terecht. Plannen waar al sinds de grote droogte van 1976 aan gewerkt wordt, zijn nog altijd niet gerealiseerd.

Uit een enquête van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico onder waterschappen, een analyse van Natura 2000-plannen en een reeks interviews met experts en betrokkenen blijkt dat een stevige aanpak van verdroging niet van de grond komt. Vooral door gebrekkige data, lacunes in de wetgeving en politieke onwil.

‘Het probleem is niet dat er te weinig water is in Nederland’, zegt hydroloog Niko Wanders in een glazen vergaderhok op de Utrechtse universiteitscampus, waar de regen tegen de ramen zwiept. ‘We krijgen per seconde drieduizend kuub uit de Rijn binnen en driehonderd kuub uit de Maas. Dat zijn enorme hoeveelheden. En dan is het ook nog lekker nat’, wijst hij naar buiten. ‘Het probleem is dat we het niet kunnen opslaan. We hebben geen stuwmeren, kunnen het niet overal infiltreren in de bodem, want dan loopt het vlakke Nederland al snel onder.’ Doordat gemalen het water in de winter snel wegpompen richting zee, ontstaan er ’s zomers problemen, als de vraag naar grondwater groter is dan wat er binnenkomt. ‘Als opslaan niet lukt, moet je het water dat wél beschikbaar is beter uitsmeren over de tijd’, zegt Wanders. Maar dan heb je duidelijke afspraken nodig, en daar schort het aan. Iedereen kan een put in zijn tuin slaan en grote hoeveelheden grondwater oppompen. Waterschappen weten vaak niet goed op welke plekken, hoe vaak, wanneer en hoeveel grondwater wordt opgepompt.

‘Grondwater is niet sexy’, verklaart Wanders het gebrek aan kennis en regelgeving rond grondwater. ‘Hoog water is wat anders. Als de kades onderlopen is dat meteen op het nieuws. Nederland is goed voorbereid op overstromingen. Maar fluctuaties in het grondwater zie je niet. Pas als het echt nijpend wordt, zoals in de zomer van 2018, komt er iets op gang.’

Het kantoor van Werkgroep Behoud De Peel, op zolder van het gemeenschapshuis in Deurne, staat vol metalen archiefkasten gevuld met ordners. Voorzitter Wim van Opbergen druppelt zijn ogen – ‘niet alleen De Peel heeft een droogteprobleem’ – en schept koffie uit een oude mayonaisebak in het filter. ‘Zijn’ Peel heeft twee grote problemen, legt hij uit. Een stikstofoverschot en watertekort. Van Opbergen diende zo’n drieduizend bezwaarschriften in, waaronder een aantal tegen de Aanpak Stikstof, die vervolgens van tafel ging. ‘Bezwaarkoning uit Deurne drijft Den Haag tot wanhoop’, kopte Omroep Brabant vorig jaar. Eenzelfde queeste moet het waterpeil in De Peel omhoog doen gaan. Tot frustratie van omwonenden die hun huizen zien wegzakken.

Sinds de Dienst Landelijk Gebied in 2015 werd opgeheven, gaat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo) over de beheer-plannen van Natura 2000-gebieden. In 2017 kwam de dienst met een beheerplan voor De Peel. Maar daar klopt geen snars van, zegt Van Opbergen. ‘In het beheerplan staat dat het ont-trekken van water voor beregening rond De Peel slechts een “gering” effect heeft op de natuur. Dat is niet waar, die studies bestaan allang.’

Water oppompen rond De Peel is tot op zekere hoogte toegestaan, de schade wordt weggestreept tegen maatregelen die zijn genomen om binnen het natuurgebied zelf meer water vast te houden. Maar volgens Van Opbergen mag dat juridisch helemaal niet. ‘We hebben een wettelijke plicht om de situatie in De Peel te verbeteren. En nog iets: het ijkpunt voor natuurverbetering moet volgens Europese jurisprudentie het moment zijn waarop een lidstaat een gebied als Natura 2000 aanmeldt.’ Voor De Peel is dat 1996. Maar het beheerplan neemt 2008 als ijkpunt. Het verklaart alle destijds bekende waterputten in de nabije omgeving vergunningvrij. Werkgroep Behoud De Peel vocht het beheerplan succesvol aan. De rvo moet nu het plan op dit punt aanpassen. Toch blijft Van Opbergen cynisch. ‘Ja, op papier bereik je wat. Maar wat gebeurt er in het veld? Waterschap Aa en Maas vond de afgelopen jaren nog 39 illegale putten.’

‘Het probleem is dat we de grote hoeveelheden water niet kunnen opslaan. We hebben geen stuwmeren, kunnen het niet overal infiltreren in de bodem, want dan loopt het vlakke Nederland al snel onder’

Illegale waterputten, daar zijn er veel meer van in Nederland. Waterschap Aa en Maas ging afgelopen zomer alle putten in zijn bestand langs: coördinaten nalopen, boeren aanschrijven. Illegale putten werden dichtgegooid, putten die drie jaar op rij niet gebruikt werden ook. Wetterskip Fryslân controleerde specifiek rond Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold en vond 55 putten in plaats van de dertig die bij het waterschap geregistreerd stonden.

Om te weten hoeveel water we ’s winters moeten vasthouden om droogte in de zomer te voorkomen, is het belangrijk te meten hoeveel grondwater er precies wordt opgepompt. Maar een groot deel van die informatie is er simpelweg niet.

Uit de antwoorden op een vragenlijst die we de waterschappen stuurden – die werd ingevuld door 17 van 21 waterschappen – blijkt dat zij niet altijd even goed op de hoogte zijn van de onttrekkingen in het eigen gebied. De waterschappen kregen het gezag over kleine onttrekkingen in 2009 overgedragen van de provincies, die zelf verantwoordelijk blijven voor grote onttrekkingen van waterbedrijven en industriële spelers. De lijst met onttrekkingen die zij daarbij overgedragen kregen was volgens zes waterschappen niet compleet, drie kunnen niet met zekerheid zeggen of deze compleet was. De meeste waterschappen zeggen wel actief te controleren op illegale activiteiten. Maar, merkt bijvoorbeeld het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard op: ‘Het probleem met illegale onttrekkingen is dat ze niet zichtbaar zijn en dus moeilijk te controleren. Ons team Toezicht & Handhaving is natuurlijk wel oplettend, maar we hebben geen grondwaterrechercheurs in dienst die illegale putten opsporen.’ Sancties werden zelden opgelegd; in de meeste waterschappen kwamen overtreders er met een waarschuwing van af.

Kleine onttrekkingen hoeven alleen gemeld te worden. Voor grote onttrekkingen is een vergunning nodig. Maar de definitie van beide verschilt van gebied tot gebied. De kleinste onttrekkingen – ook deze definitie is overal anders en verschilt van één kubieke meter (zo’n tien badkuipen) per uur tot twintig kubieke meter – worden nergens geregistreerd. Verschillende experts waarschuwen dat die in de toekomst ook een rol gaan spelen: als iedere burger een putje in zijn tuin slaat, heeft dat onvermijdelijk invloed op het grondwaterpeil. Dat is slecht voor vogels, want wormen kruipen dieper de grond in. Het schaadt ook funderingen van huizen en infrastructuur. En plantenwortels kunnen niet meer bij het grondwater.

Het gevolg is een vicieuze cirkel. Om gewassen toch te beregenen pompen boeren en burgers water uit de grond. Een deel van dat water gaat terug de grond in, maar een ander deel verdampt. Dus duikt het peil nog dieper naar beneden.

Een stevige aanpak van verdroging komt niet van de grond in het Peelgebied tussen Brabant en Limburg © Olaf Kraak / HH

‘We denken dat er in Brabant duizenden kleine onttrekkingen zijn, met name van burgers met grote tuinen’, zegt Lambert Verheijen. Hij is al vijftien jaar dijkgraaf bij waterschap Aa en Maas, waar ook De Peel deels onder valt. Naar die kleine waterputten doet het waterschap op dit moment geen onderzoek. ‘Niemand is bereid de vinger op te steken en te zeggen: die ga ik handhaven.’

Aa en Maas houdt kantoor op een anoniem bedrijventerrein aan de rand van Den Bosch. Naast de deur van zijn hoekkantoor heeft Verheijen een paar knalgele regenlaarzen staan. Het waterschap loopt wel voorop met nieuw beleid, dat beter inspeelt op grote droogtes zoals in de zomer van 2018. Met het oog op de steeds ‘dynamischere weersomstandigheden’, zowel droogte als stortbuien, experimenteert Aa en Maas tegenwoordig met flexibel waterbeheer. ‘Afgelopen tweehonderd jaar werkten we met een vast seizoenspeil, maar dat is niet meer van deze tijd’, zegt Verheijen.

Aa en Maas probeert nu in de winter meer water vast te houden, om te voorkomen dat in de droge zomermaanden de natuur uitdroogt. Daarmee helpt het waterschap weliswaar natuurbeschermers als de werkgroep van Wim van Opbergen, maar loopt het weer risico zijn neus te stoten in andere juridische conflicten.

‘Op 15 februari mogen boeren volgens de wet mest uitrijden’, vertelt Verheijen. ‘Dan moeten de akkers droog genoeg zijn om er met zware landbouwmachines op te kunnen. Anders hangt men bij ons aan de telefoon.’ Met ‘men’ doelt Verheijen op de boeren, die traditioneel een belangrijke stem hebben in het waterschapsbestuur. Bij natschade kunnen zij een vergoeding eisen bij het waterschap. Toch denkt de dijkgraaf de omgeving mee te krijgen in de verhoging van het peil rond natuurgebieden. ‘’s Zomers kunnen boeren voordeel hebben van die hogere grondwaterstand in de winter. Anders moeten zij hun gewassen nathouden door te beregenen. Die installaties kosten ook geld.’

Zeg dat tegen Hay Geurts, blauwe-bessenteler in America, bakermat van de Nederlandse blauwe bes aan de Limburgse kant van De Peel. Naar eigen zeggen zakten zijn machines opeens weg in grond waar hij decennia lang fluitend overheen was gereden. Na een lange regenbui in 2014 bleef het water vijf dagen staan. Toen het water eindelijk zakte was 42 hectare struiken verwoest en had Geurts voor anderhalf miljoen euro schade. Die probeert hij sindsdien te verhalen bij waterschap Limburg. Maar dat geeft niet thuis. ‘Bewijs maar dat het door De Peel komt, zeggen ze. Hoe kan ik dat doen? Toen ze de vernatting begonnen, zijn er geen peilbuizen geplaatst voor een nulmeting, omdat degene die dat moest doen nota bene thuiszat met een burn-out.’

Volgens Waterschap Limburg is de schade overigens niet veroorzaakt door fouten in het watersysteem, maar door de extreme regen die destijds viel. Een extern bureau oordeelde vorig jaar dat het bestaande meetnetwerk afdoende is, aldus het waterschap.

Het gebrek aan harde data over grondwaterstanden maakt de slag om het grondwater tot een juridisch mijnenveld. De effecten van een waterwinning of vernattingspoging zie je niet na een uur – soms pas na jaren. De structuur van de grond is overal anders. Afhankelijk van de diepte van waterpakketten waaruit gewonnen wordt, hoeven de effecten niet bij de buren op te treden, maar kan dat ook kilometers verderop zijn. Causaal verband tussen wateronttrekking en schade is lang niet altijd duidelijk. De waterschappen op hun beurt hebben vaak geen idee hoeveel er in hun regio onttrokken wordt door boeren en andere grootverbruikers van grondwater.

Wat er wel nodig is om grote keuzes te forceren? ‘Er komt pas echt wat op gang als meerdere sectoren geraakt worden, of na vijf mislukte oogsten in Twente’

Dat laat ruimte voor eigen interpretatie. Naar de effecten van waterwinstation Terwisscha in het Drents-Friese Wold werden bijvoorbeeld zeker twaalf hydrologische studies gedaan, steeds voor een andere opdrachtgever, met steeds een andere hydroloog aan het roer en een net andere uitkomst. Gehaaide advocaten maken gebruik van dat informatievacuüm. Een groep slimme investeerders zag brood in een massaclaim van een groep boeren tegen waterwinbedrijven. Leveranciers als Vitens hebben schaderegelingen voor agrariërs die vinden dat ze droogteschade hebben geleden. Boeren kunnen naar een onafhankelijke commissie stappen. De bewijslast ligt echter bij de boer. ‘Maar het huidige proces om tot schadevergoeding te komen functioneert niet goed. Er wordt al decennia slechts een klein deel gecompenseerd van de schade die boeren lijden. Terwijl ze er recht op hebben – dat staat gewoon in de Waterwet. Bovendien duurt de procedure vaak jaren’, stelt Rein Philips, directeur van Droogteschade BV.

Hij opende de site droogteschade.nl en riep gedupeerde boeren op zich te melden. Dat deden ze massaal: 1167 boerenbedrijven uit heel het land doen mee.

Philips probeert in overleg tot een oplossing te komen maar bereidt ook een rechtszaak voor over de onderwerpen waarover naar verwachting geen overeenstemming zal worden bereikt. Hij werkt op no cure no pay-basis: wint hij, dan dragen de boeren 35 procent van hun schadevergoeding af aan Droogteschade.

‘Bufferzones rond natuurgebieden zijn te klein’

‘De meeste beheerplannen van Natura 2000-gebieden houden een standaard bufferzone aan van twee- of driehonderd meter waarbinnen maar beperkt water mag worden onttrokken. Maar voor natuurgebieden die te lijden hebben onder droogte, is dat veel te weinig’, zegt ecohydroloog Flip Witte. ‘Die afstand is uit de lucht gegrepen. De invloedssfeer van een onttrekking verschilt van gebied tot gebied, afhankelijk van de gronddichtheid. In een gebied als De Peel kom je dan al gauw uit op een buffer van duizend meter.’

Werkgroep Behoud De Peel vocht het Natura 2000-beheerplan voor hoogveengebied De Peel succesvol aan. Het zou de negatieve invloed van het oppompen van water door boeren te licht nemen. Investico bestudeerde 45 beheerplannen. Een analyse leert dat de te kleine bufferzone rond De Peel niet op zichzelf staat. Veel beheerplannen, opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, hebben als doel niet te veel inbreuk te doen op bestaande, economische activiteit rond de natuur.

Europees programma Natura 2000 maakt onderscheid tussen gebieden die ‘instandhouding’ en gebieden die ‘verbetering’ als doel hebben. De Peel valt in de laatste categorie. Volgens Wim van Opbergen van Werkgroep Behoud De Peel moeten daarom alle middelen aangewend worden om het gebied te versterken.

Door vuile databestanden en gebrek aan regulering is er weinig zekerheid over de hoeveelheden water die we jaarlijks onttrekken. ‘Tja, dan moet je gaan schatten in je onderzoeken, en dan krijg je daar kritiek op. Dan zit je klem’, zegt ecohydroloog Flip Witte, een fitte zestiger gekleed in een T-shirt met de Russische president Poetin en een beer erop. Witte is gespecialiseerd in de ecologische gevolgen van droogte. Hij verhaalt dat droogtes van alle tijden zijn, maar sinds de Tweede Wereldoorlog steeds harder aankomen. Uit angst voor voedseltekort werd het landschap vanaf toen steeds verder ontwaterd om akkerbouw en veeteelt beter te kunnen faciliteren: neerslag moest zo snel mogelijk afgevoerd worden richting Noordzee. Dat is gelukt, tussen 1950 – het jaar waarin de trekker doorbrak, met dank aan de Marshallhulp – en 2015 vertienvoudigde de landbouwproductie in Nederland. Die groei hangt vooral samen met schaalvergroting en intensivering, concludeerde het cbs in 2017.

Maar de efficiënte afvoer van water heeft onvermoede en ingrijpende gevolgen voor het landschap. ‘Afgelopen jaar werd er tijdens een zomernacht in juli in Twente zelfs 1,6 graden nachtvorst gemeten. Dat komt door een tekort aan bodemvocht – dat heb je overdag nodig voor verkoeling en ’s nachts voor verwarming. Verwoestijning heet dat.’

Witte, die ooit cultuurtechniek studeerde, ging het droogte-onderzoek in na ‘horrorjaar 1976’. Sindsdien leverde hij en zijn collega’s net te veel onderzoeksrapporten af die ze in een la zagen verdwijnen. Boekenkasten schreven ze vol over verdroging, maar politieke actie bleef uit. Witte zag subsidieprogramma’s stranden. En wat er wél was – een uitgebreid meetnetwerk van 189 peilbuizen van Staatsbosbeheer – werd in 2019 om zeep geholpen. ‘Het is een beetje een janboel.’ Hij mist regie, vooral van de rijksoverheid. Het natuurbeleid ging over op de provincies, ieder doet de monitoring op een eigen manier. Toezicht op onttrekkingen valt een beetje tussen wal en schip. ‘Als je naar de teelt kijkt in een bepaalde regio, kun je wel inschatten hoe er met water wordt omgegaan. Gaat het om twintig- of dertigduizend euro opbrengst per hectare in plaats van twee- of drieduizend, ja, dan moet er water bij. Linksom of rechtsom. En pompt de buurman water op, dan trekt hij ook water onder jouw land uit. Dat is een soort prisoner’s dilemma: het is heel moeilijk die spiraal te doorbreken.’

Zo zit het Nederlandse grondwaterbeleid gevangen in een web van tegengestelde belangen en gebrekkige data. Natuurbeschermers, boeren en drinkwaterbedrijven bestrijden elkaar in de rechtszaal. Kan dat niet anders?

‘Waterhuishouding en landinrichting kun je niet los van elkaar zien’, erkent hydroloog Niko Wanders van de Universiteit Utrecht. Op dit moment zijn we gewend om altijd water op te kunnen pompen, en als dat niet meer gaat, heb je recht op een vergoeding, stelt hij. ‘Het wordt vaker droog, dat kunnen we niet blijven financieren.’ Sommige boeren zitten op plekken die eigenlijk niet gunstig zijn. Had je daar vroeger in natte gebieden als beekdalen hooilandjes liggen – omdat daar kwel omhoog kwam – nu worden daar gerust aardappels gepoot. Die willen het niet te nat en niet te droog hebben.

Wanders stelt dat er grote keuzes gemaakt moeten worden. Om minder kwetsbaar te zijn voor klimaatverandering en droogte, kun je ervoor kiezen om op sommige plekken geen boerenbedrijven meer te laten bestaan en daar dan natte natuur te maken. Of andersom: natuur opgeven of verplaatsen ten bate van de landbouw. Een soort Deltaplan, zoals bij het uitkopen van varkensboeren vanwege het stikstofbeleid.

‘Maar daar zal niet snel een politieke meerderheid voor zijn’, verwacht Wanders. Wat er wel nodig is om grote keuzes te forceren? ‘Er komt pas echt wat op gang als meerdere sectoren geraakt worden, of na vijf mislukte oogsten in Twente’, denkt hij. ‘Stiekem denk ik dat we al heel veel keuzes maken, maar daarbij niet benoemen wat de gevolgen van die keuzes zijn. Als je zegt dat vijftig procent van de boeren moet worden uitgekocht, kies je impliciet voor de natuur en voor drinkwatervoorziening. Laten we alles bij het oude, dan is dat een keuze voor de landbouw, maar ook voor verdere bodemdaling, verwoestijning en meer concurrentie voor drinkwaterbedrijven.’

Nu gebeurt er wel degelijk een en ander: de provincies en waterschappen in hoog Nederland kwamen bij elkaar – een unicum, zoveel clubs aan tafel – om een gezamenlijke droogteaanpak te formuleren, en Den Haag organiseerde een ‘beleidstafel’ droogte. Naar aanleiding van nieuw onderzoek werd Wanders vorig jaar om advies gevraagd door de waterschappen over de mogelijkheden om droogte te voorspellen, maar hij hoorde niets meer terug. De urgentie leek alweer gedaald. En er is – en dat is een belangrijk verschil met de rechtszaak tegen de stikstofaanpak – geen enkele wet of instantie die ons dwingt om anders om te gaan met grondwater. Ook de Europese Unie niet. Wanders: ‘De volgende droogte kan volgend jaar zijn, of pas over 25 jaar.’ Vorige maand was de op twee na natste februari sinds het begin van de metingen. ‘Mijn angst is dat we daardoor de problemen met droogte in 2018 heel snel weer vergeten en er weer niets gebeurt. En dat ik dan over zeven jaar moet zeggen: ja jongens, dat zei ik in 2018 al.’


Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.