Verzwarend

Links onder op de voorpagina van NRC Handelsblad van 9 februari onderhoudt Koos van Zomeren ons in zijn eigen hoekje over drie soorten van moord (doodslag), opgesomd in toenemende mate van verwerpelijkheid: 1. moord uit begeerte, 2. moord uit achteloosheid (bijvoorbeeld door een agressieve of dronken bestuurder in het wegverkeer) en 3. moord uit idealisme.
Het gaat mij om de plaats van 2 in dit rijtje. Van Zomeren: ‘Justitieel valt dit doorgaans onder “dood door schuld” of onder doodslag, minder dan moord, terwijl het in wezen erger is.’

En hij gaat door: ‘Het ontbreken van een motief (als onder 1) zou als verzwarende omstandigheid moeten gelden.’
Het klinkt aannemelijk en vooral ook sympathiek, maar het is onjuist. Ook Van Zomeren weet dat de, eerst vanuit de litaratuur maar daarna ook in de werkelijkheid zo bekend geraakte, 'mort gratuite’ het zonder motief doden ook als moord wordt berecht. Meestal zal de rechter bij het gewild maar zonder motief doden van iemand, dat laatste ook als strafverzwarend beschouwen. Waar het echter in de tweede groep om gaat, is dat de wil om te doden ontbreekt. Het gebeurt, en het gebeurt door de schuld van de automobilist, als hij dronken is zelfs door grove schuld. En het resultaat is even erg als bij moord en doodslag (nogmaals: met of zonder motief). Maar de handeling zelf: het ongewild, ja tegen zijn wil, doodrijden van iemand moet in elk behoorlijk strafstelsel worden onderscheiden van de gewilde moord of doodslag.
Dat wil niet zeggen dat er geen gevallen zijn waarin doodslag, ja zelfs moord minder verwijtbaar is en dus lager moet worden gestraft dan dood door (grove) schuld. Maar Van Zomerens indeling in categorieen van toenemende verwerpelijkheid is wat groep 2 betreft ondeugdelijk.
Iemand zal tegenwerpen: maar als A in een overvolle winkelstraat zijn pistool op ooghoogte leegschiet en daarbij twee willekeurige mensen doodt, kan hij dan ook zeggen: 'Alles goed en wel, maar de dood van die mensen heb ik niet gewild’? Zeggen kan hij het, maar het zal hem niet baten, omdat hij door zo te handelen de enorme kans dat er doden zouden vallen op de koop toe nam. Een straalbezopen automobilist die met hoge snelheid door dezelfde overvolle straat scheurt, zit vlak bij de categorie van die schutter.
Maar wie door achteloosheid iemand doodt moge onze afschuw opwekken, hij valt buiten de categorie van moord en doodslag. Ook als van zijn achteloosheid niet een grijsaard van tweeentachtig maar een zestienjarig schoolmeisje het slachtoffer is, mag woede en afgrijzen er toch niet toe leiden dat wij motief en wil verwarren of gelijkstellen.