POPMUZIEK

Veteranen op dreef

Guided by Voices

Bandreünies. Ze zijn er om te cashen, voor de nostalgie en voor de lol. Zelden kunnen ze met een nieuwe plaat nog hetzelfde losmaken als in hun creatieve hoogtijdagen. Toch weet een band er soms een goede herinnering even mee te laten her­leven. Na de lichting jaren-tachtigartiesten lijkt het nu steeds vaker de beurt aan de artiesten die een decennium later hun voetsporen nalieten. Zeker nu de gitaarmuziek niet bol staat van vernieuwing, kan vertrouwd én authentiek meer dan aangenaam klinken.

‘I challenge you to rock’, zingt Robert Pollard, de bejubelde lo-fi adept in de jaren negentig, misschien ook wel richting de huidige generatie. Hij brengt het vol bravoure op de verrassend sterke laatste plaat Let’s Go Eat the Factory van zijn heropgerichte band Guided by Voices. Waar in 2004 volgens iedereen het beste wel van af was, maakt Pollard anno 2012 weer liedjes zoals de meesten zich van hem zullen herinneren: ongetwijfeld in rap tempo, to the point, kort tot heel kort, vaak schetsmatig en soms zelfs klinkend als half af. Wat stijl betreft varieert het aanbod nog steeds van bizarre artrock tot zeer aanstekelijke popmelodieën. De geestige songtitels als Doughnut for a Snowman of The Unsinkable Fats Domino ontbreken niet. In Hang Mr. Kite laat Pollard ondubbelzinnig horen dat The Beatles zijn grootste invloed blijven. Verder steekt de Amerikaan ons tobbende continent nog een hart onder de riem met de ode My Europe. ‘We will survive, I don’t care what they may think’, zo lijkt hij de crisis weg te willen zingen. Van alles en nog wat valt er op deze achtbaan van 21 nummers in bijna 42 minuten te beleven met deze band op dreef.

Dat laatste geldt ook voor The Scene uit Amsterdam, een groep in de voorhoede van de tweede golf nederpop, begin jaren negentig. Met hun recente plaat CODE blijkt de band definitief aan een tweede jeugd begonnen. Het is een sterk vervolg van hun eerste nieuwe album (Liefde op doorreis, 2009) na hun jarenlange stop. Op CODE klinkt de vertrouwde, poëtische en funky rock levendig als in hun beste dagen. ‘In spanning nader ik jouw lichaam’, zingt zanger Thé Lau al broeierig op Echt als opening tegen een achtergrond van een stuwende ritmesectie en knarsende, gejaagde gitaren. Hartstocht voert als vanouds tekstueel de boventoon: onlust­gevoelens die sluimeren in je brein (Overal), een smeulend vuur door een glimlach verborgen (Water en vuur) en het snakken naar bevrijding (Dier) tot sidderende warme handen in de schemer (Waar mensen wonen). Het voor Lau’s doen wel erg dramatisch aangezette Hel of het geforceerd talige Dier (‘heg noch steg me, onderweg we, hak me, krak me, ongemak me’ et cetera) vallen bij het sterke geheel wat uit de toon. ‘Ik weet niet of de tijd en het budget aanwezig zijn om een album te maken dat dezelfde impact heeft als bijvoorbeeld Californication (van de Red Hot Chili Peppers). Voor minder ga ik niet.’ Dat zei Lau vijf jaar geleden over een eventuele nieuwe plaat met The Scene. Díe uitwerking hebben de nieuwe platen na de onderbreking en dus ook CODE niet, maar wel is het prettig om deze veteranen zo goed in hun vel te horen zitten.

Guided by Voices _,_ Let’s Go Eat the Factory, label: Fire Records/Konkurrent. The Scene_ ,_ CODE, label: V2