Viagra voor de euro

Combineer chauvinisme met machismo, en je bent een heel eind met het samenvatten van de discussie over de euro. Bovenop liggen Duitsland en Nederland. Zij verlangen terug naar hun ‘harde’ d-mark en gulden, hebben weinig vertrouwen in de ‘boterzachte’ beloften van de Zuid-Europeanen en hielden hun poot stijf en de rug recht in de onderhandelingen over een reddingspakket. Tot afgelopen weekeinde. Uiteindelijk heeft de wens de euro ‘overeind’ te houden het gewonnen van de afkeer van de ongedisciplineerde knoflooklanden. Griekenland, Spanje en Portugal mogen niet ‘omvallen’ - al was het alleen maar vanwege de Duitse, Franse en Nederlandse banken, die miljarden zouden verliezen op een staatsbankroet.

De euro is gered. Maar voor hoe lang en tegen welke prijs? Binnen enkele weken heeft zich een Europese paradigmawisseling voltrokken, een omwenteling die niemand voor mogelijk had gehouden. De voorheen politiek onafhankelijke Europese Centrale Bank gaat tegen haar anti-inflatoire principes in staatsobligaties opkopen. Anders gezegd: ze zet in navolging van Amerika en Groot-Brittannië de geldpers aan om de crisis te bestrijden. Er komt ook een gigantisch reddingsfonds van meer dan zevenhonderd miljard euro, deze keer niet voor banken maar voor landen. En misschien wel het belangrijkste: om te voorkomen dat spilzieke regeringen daar te makkelijk uit lenen, gaat Europa strenger toezien op het begrotingsbeleid van de lidstaten. Wie te veel schulden maakt, wordt à la Griekenland onder curatele gesteld. Dat is niets minder dan het begin van de door Sarkozy zo vurig gewenste Europese economische regering.

Democratisch is dat alles niet. En daarin ligt het probleem. De economen die eind jaren negentig kritiek uitten op de invoering van de euro en die nu hun gelijk hebben gekregen, wezen erop dat de nieuwe munteenheid het lidstaten onmogelijk maakt een ander, socialer economisch beleid te voeren. Landen hebben door de Europese begrotingsregels in tijden van crisis minder ruimte om de economie te stimuleren. Had Griekenland nog de drachme, dan zou het die simpelweg kunnen devalueren om concurrerender te worden.

De euro beknot zo bezien de economische keuzevrijheid en daarmee de democratie. Dat probleem wordt uitgerekend opgelost door haar in een nog strakker keurslijf te persen. Griekenland krijgt een neoliberale shocktherapie opgelegd. Die zal het herstellend vermogen van haar economie alleen maar verder om zeep helpen. Geen serieuze Noord-Europese deskundige die zulke megabezuinigingen in eigen land zou durven aanbevelen, maar in het geval van de mediterrane landen bevredigt het in elk geval de wraakgevoelens: hadden ze maar niet boven hun stand moeten leven. Zo ontstaat een nieuwe kloof in Europa: Keynes voor de rijken, Milton Friedman voor de sloebers.

Zonder dat erover gestemd is, neemt Europa de oude rol van het IMF over. Waar zulke recepten toe leiden, heeft de Azië-crisis in de jaren negentig getoond. Wil Zuid-Europa uit de crisis komen, dan zijn creatievere maatregelen nodig. Niet bezuinigen om het bezuinigen; eerst moeten onder dreiging van een staatsbankroet de banken gedwongen worden een deel van de schulden kwijt te schelden. Dat schept ruimte om de Zuid-Europese economieën weer aan te zwengelen. Pas daarna kunnen en moeten de overheidsfinanciën op orde worden gebracht. Als de Noord-Europese landen zich in plaats daarvan verder laten leiden door monetair machismo, dan zullen de honderden miljarden uit het nieuwe reddingsfonds niets anders blijken dan financiële viagra. Zulke kunstgrepen kunnen de euro niet duurzaam overeind houden.