Vicieuze crisis

Waar was eurocommissaris Ollie Rehn op uit toen hij Nederland vorige week de aanbeveling deed om komend jaar het financierings­tekort wat extra terug te dringen? Gaat het hem echt om een lager tekort of was hij uit op een psychologisch effect? Dat laatste lijkt op z’n minst een bij-effect van Rehns aanbeveling. De weerstand richtte zich vooral daarop, met als gevolg dat het iets hogere tekort van drie procent nu meer als ‘van ons’ en minder als door Brussel gedicteerd voelt en er ook minder aandacht is voor de andere aanbevelingen van de eurocommissaris.

Medium commentaar 23 2013 vicieuze crisis

Die andere aanbevelingen zijn op terreinen waar het huidige kabinet al maatregelen neemt. Rehn wil echter dat het sneller gaat met zaken als de beperking van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente, het invoeren van de inkomensafhankelijke huurverhoging in de sociale woningbouw, de aanpak van het ontslagrecht, de inzetbaarheid van oudere werknemers, het afschaffen van de aanrechtsubsidie en het terugdringen van de kostenstijging in de zorg. Dat het kabinet over deze hervormingen afspraken heeft gemaakt met vertegenwoordigers uit het veld omdat de ministersploeg draagvlak ook een belangrijke voorwaarde vindt, geldt blijkbaar niet voor de eurocommissaris.

Als het kabinet Rehns aanbevelingen zou opvolgen, komt het klem te zitten. Een afspraak met dit kabinet blijkt dan geen afspraak te zijn. Laat het kabinet de afspraken met de sociale partners en andere betrokkenen uit het veld wél intact, dan zou het kabinet op een andere manier kunnen bezuinigen om toch aan de norm voor het financieringstekort te voldoen. Die bezuinigingen zullen, zoals cda-Kamerlid Eddy van Hijum vorige week opmerkte, dan echter ook mensen raken en bij hen voor verlies aan draagvlak zorgen. Wanneer het kabinet er om die reden dan maar voor zou kiezen om via lastenverhogingen het tekort terug te dringen, heeft vooral coalitiepartner vvd een probleem. Die beloofde immers lastenverlichting.

De drieprocentsnorm mag door Rehns aanbeveling voor een lager tekort dan mogelijk meer ‘van ons’ voelen, het wordt steeds urgenter om de vraag te beantwoorden of stringent vasthouden aan die norm de economie nog wel dient. Als die norm er vooral was om de financiële markten gerust te stellen, dan was het – zoals veel economen opmerken – tekenend dat die markten niet van slag raakten toen het kabinet eerder dit jaar besloot een pakket van 4,3 miljard euro aan bezuinigingen voor zich uit te schuiven.

Dat is geen oproep aan de overheid om dan maar geld uit te gaan geven, maar om zich te bezinnen op de vraag of al weer nieuwe bezuinigingen uiteindelijk niet contraproductief werken. Niet alleen heel concreet omdat ze kunnen leiden tot nog grotere werkloosheid en als gevolg daarvan tot nog minder staatsinkomsten, maar ook omdat hierin de psychologie een rol speelt.

Het was de econoom Arthur Cecil Pigou die begin vorige eeuw al wees op de rol die pessimisme speelt in de economie en op de besmettelijkheid daarvan. De overheid moet zich afvragen of ze inmiddels dat pessimismevirus niet zelf overdraagt. Bezuiniging op bezuiniging zaait steeds maar weer onrust en onzekerheid bij werk­nemers, ondernemers, werklozen en ouderen. Tijd om aan de al ingezette hervormingen te wennen zou nu wel eens een beter medicijn kunnen zijn voor de economie dan het oude recept van bezuinigen.