Videoseizoen

Werken voor een filmfestival is van nature seizoengebonden. Dat heb ik nooit een probleem gevonden. Na een jeugd in de bollenstreek zou ik niet eens weten hoe je zonder seizoenen zou moeten leven. Momenteel bevind ik me in het seizoen van de vhs'jes. In een wereld van verschillen met pal, secam, mesecam, ntsc en ntsc 4.43 geeft de vhs-cassette nog een schijn van standaard en de multi-system videoplayer meestal op zijn minst een vage indruk van een filmbeeld. Bij het naderen van de sluitingsdatum van de selectie voor het festival begint het uit alle hoeken en gaten van de wereld vhs-sen te regenen. Het is goed te merken dat het overschrijven van film naar video de laatste jaren gemeengoed en goedkoop is geworden.

In ieder geval laat geen enkele filmer zich nog weerhouden door de kosten van porto en het aanmaken van videokopieen om zijn film in te sturen naar een reeks van internationale festivals. Het resultaat is een rijstebrijberg van video’s waar de samenstellers van een festival zich in een hoog en altijd gulzig tempo doorheen moeten eten. Het heeft iets van een marathon televisiekijken, al is het gemiddelde kwaliteitsniveau - ik durf het bijna niet op te schrijven - in feite nog een stuk lager dan wat die bijna dertig kanalen via de kabel durven door te geven. Al die ongevraagde video’s die de postbus van het festival doen overstromen, leveren per saldo voor het programma weinig op. Je zou makkelijker, en ook heel goed, een festivalprogramma kunnen maken door al die video’s ongeopend en ongezien weer retour afzender te sturen. Een vriendelijk briefje erbij met de mededeling dat ze een volgende inzending niet meer terug hoeven te verwachten, zou bovendien een aardige besparingspost vormen. Maar we kijken toch. We blijven kijken tot we met brandende ogen voor de buis in slaap vallen, want je weet maar nooit. Dus ga je in het seizoen steevast met twee (voor het evenwicht) gele ‘see- buy-fly’ plastic tassen (verzameld in het gelukkiger seizoen waarin festivalprogrammeurs de wijde wereld intrekken) stijf gevuld met video’s naar huis.
Het is nauwelijks mogelijk om je er een voorstelling van te maken hoeveel rommel en onbenulligheid er op film en op video wordt gemaakt. Dat mensen zich daarmee onledig houden is tot daaraan toe, maar waarom ze het nodig vinden om hun maaksels naar een festival te sturen, is raadselachtig. Gelukkig ontwikkel je een beschermend zintuig voor de ergste onzin. Je kunt aan een tape bijna ruiken dat het niets is en vanwege de openingstitels kun je de cassette alweer door je recorder laten uitspugen. Het ergste is dan ook niet de echte tinnef. Die herken je snel en kun je dus ook snel weer opbergen. Nee, erger zijn de films met een twijfelachtige kwaliteit. Films waarvan je na een half uur eigenlijk wel weet dat het niks meer wordt, maar die je voor de zekerheid - en niet voor je plezier - toch maar uitziet. Als de eindcredits opdoemen weet je meestal dat je je tijd hebt verdaan, maar goed, je weet het in ieder geval zeker. Echte zekerheid krijg je alleen als je iets goeds ziet.
Ook die zeldzame video’s met iets goeds denk je te kunnen ruiken en na enkele minuten beeld kun je rustig voor je plezier verder kijken. Na vele middelmatige video’s kun je nog wel eens aan je beoordeelingsvermogen gaan twijfelen. Er kruipt iets schuldigs en onrustigs in je omhoog. Het kan toch niet allemaal zo slecht zijn? Ben ik te moe, te verveeld of te humeurig om ook nog maar iets te kunnen waarderen? Op zo'n moment is het prettig om die ene krent in de pap te kunnen vinden. Dat ene kleine filmpje van die onbekende naam die je duidelijk maakt dat het slepen met video’s ergens goed voor is.
Het seizoen van de video’s is bijna afgelopen. Er volgt een kort tussenseizoen waarbij je onaf werk ziet op avid’s en montagetafels. Vlak voor de oogst, in de stilte voor de storm, kunnen de tassen worden gevuld met scenario’s. Het wordt hoog tijd om eens lekker naar de film te gaan.