HOLLAND FESTIVAL

‘Viele sind untot’

Eine Kirche

We zijn een half uur onderweg als de voorstelling Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir letterlijk wordt opengetrokken. De projectieschermen toonden tot nu celdelingen als vloeistofdia’s op een hippe verjaardagspartij in de jaren zestig, het intieme draaitoneel onthulde ziekenhuiskamers, of moeder thuis aan de telefoon, dat ze weer niet op het bezoekuur kan komen, filmpjes van een kind aan het strand, en thuis, zichzelf wassend, het kadaver van een haas dat nog ademt en stuiptrekt uit angst om een ding dat hem van binnenuit leegvreet. En plots wordt de speelvloer opengetrommeld en uiteengescheurd, we zien de volle pracht van het glas-in-lood uit de ons beloofde kerk, een geprojecteerde monstrans – normaal de ruime katholieke omlijsting van een geconsacreerde hostie, nu een lijst voor de röntgenfoto van zwaar gemutileerde longen. De ruimte vult zich met licht en met katholieke echo’s van een mis, maar dan een exotische variant, gospelsong, of negroïde reli-kitsch à la Missa Luba. Het middenpad van onze zitplaatsen (kerkbanken) vult zich met een schier oneindige processie van tientallen gospelzangers met enorme pruiken en soepjurken, een kindpaus in zijn draagstoel, folkloristisch uitgedoste pubers, figuren die klikkende metronomen dragen – Fellini verdwaald in Bayreuth. Alles wervelt naar voren, naar een altaar, waar de muziek dimt en de metronomen een voor een het zwijgen worden opgelegd

De oerkracht van deze opkomst wordt onderbroken door een voorganger, die begint met de tekst (het motto?) van Joseph Beuys: ‘Wer seine Wunde zeigt/ wird geheilt/ wer sie nicht zeigt/ wird nicht geheilt’. Een vrouw naast de voorganger: ‘Und alle’. En de goegemeente brult de herhaling. Voorganger: ‘Wir gedenken des zukünftig verstorbene/ der vieles leisten wollte’. Hier begint wat ons was voorzegd, de dodenmis voor de nog-niet-gestorvene, de Trauerfeier voor de mens die vlak voor zijn aangezegde dood tot God (of tegen de kanker) roept: ‘Ik laat het er niet bij zitten!’ De voorganger: ‘Viele sind tot/ viele sind untot/ uns hat man jedenfalls noch nicht beeerdigt’. Ik verslik me in een lach. De goegemeente valt hem weer bij. ‘Halleluja!’ Dan barst een pandemonium los, waarvan het wonder is dat alles hetzelfde gaat als zonet, maar dan ondersteboven én razendsnel. Terwijl de viering nog nauwelijks is begonnen haast nagenoeg het complete kerkvolk zich ruggelings het altaar af, het middenpad door, de kerk uit, het hazenpad op – dezelfde muziek wordt achterstevoren afgedraaid.
We zijn dan nog niet op de helft van Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir een Fluxus-Oratorium bedacht en gemaakt (en gedeeltelijk ook gespeeld) door de kunstenaar/schrijver/performer/regisseur Christoph Schlingensief (Oberhausen 1960). Deze voorstelling – ‘happening’ kan ook, en áls de gebeurtenis al ooit zal worden gebrandmerkt als ‘oratorium’, dan toch met de bemerking dat het genre via dit Gesamtkunstwerk een zeldzame zweepslag naar voren heeft gekregen – markeert deze week de opening van het Holland Festival 2009. Ik heb Schlingensiefs kerk nu een paar keer van binnen mogen bekijken en ben in toenemende mate geïntrigeerd geraakt door deze mix van rituele bezwering, esthetische tijdreis en artistieke autobiografie, tot aan de rafelranden opgerekt tot ultiem persoonlijke en niet van geposeerdheid ontdane jammerklacht. Komend weekend nog een keer. (wordt vervolgd)

Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir is op het Amsterdamse Westergasterrein te zien op 5, 6, 7 (twee voorstellingen) en 8 juni in het kader van het Holland Festival.
www.hollandfestival.nl