Vier gestrande weduwen

Louise Erdrich, Verhalen van brandende liefde. Uit het Amerikaans vertaald door Dorien Veldhuizen, De Prom, 418 blz., Ÿ 49,90 ..LE Iedereen in dit boek is weliswaar gericht op ÇÇn man, maar het gaat uitsluitend om vrouwen, en zoals het voor Noord-Dakota past, speelt ook de sneeuw een belangrijke bijrol. Het begint met de paassneeuw in 1981 wanneer onze man, Jack Mauser, op weg naar de tandarts een vrouw op straat ziet, het met haar op een zuipen zet en zich in een cafÇ met haar laat trouwen. Het huwelijk duurt ÇÇn nacht, want onderweg stapt zij uit en de volgende dag wordt ze doodgevroren gevonden.

Zo kort als hij haar kende, dacht hij toch bescherming bij haar te hebben gevonden, wat hij blijkbaar van alle vrouwen verwacht. Na die fatale nacht in 1981 trouwt hij nog vier keer. In het tweede hoofdstuk, gedateerd juni 1994, is hij net opnieuw getrouwd, sinds kort van de drank af en vastbesloten zijn leven te beteren. Kan hij het helpen dat hij toevallig op dat moment weer verliefd wordt op zijn tweede vrouw?
Na ongeveer honderd pagina’s komt er zoiets als een handeling op gang wanneer Jack, voor de vierde keer door zijn vijfde vrouw verlaten, zich op oudejaarsavond bedrinkt en zijn huis in vlammen ziet opgaan. Omdat men denkt dat hij is verbrand en omgekomen, vindt op 5 januari de begrafenis plaats, waar drie weduwen elkaar treffen. Zij besluiten de vierde, die in een casino werkt, op te halen. Vervolgens strandt het viertal die nacht in de sneeuw. Weldra veranderen de ruzi‰nde rivales in zusters en wanneer ze elkaar hun geschiedenis met Jack vertellen, wordt de auto een biechtstoel.
Zo uiteenlopend de motieven, het begin en het verloop van de relatie waren, zo verschilt ook de man al naar de vrouw die hem heeft meegemaakt. Twee van hen vonden elkaar toen de een het kind wilde dat haar opvolgster droeg, tegen de zin van Jack; het werd een ‘sympathetische zwangerschap’ deux. Op het laatst, als de levende Jack tot inzicht gaat komen, levert dat deze prachtzin op: 'Zijn zoon zou dus opgroeien bij een dubbel stel schitterende borsten - hem eens zo dierbaar, nu borsten die trots en op hun eigen voorwaarden met andere borsten samenleefden.’
In dezelfde alinea wordt in datzelfde mannenhoofd de moraal van al deze verhalen geformuleerd, zijn heimelijke angst 'dat zijn twee vrouwen het met hem en met mannen in het algemeen voor gezien hadden gehouden en liever elkaar hadden.’
Dit is geen feministische roman uit de jaren zeventig, maar een volkomen mislukte roman van iemand die ooit een paar echt goede boeken heeft geschreven. Ik heb het blind voor het Boek van de Maand voorgesteld, omdat ik ooit zeer enthousiast was over haar debuut, Liefdesmedicijn, en daaropvolgende romans als De suikerbietenkoningin en Sporen. In een stijl die aan Faulkner deed denken maar toch heel eigen was, vertelde ze fantastische verhalen die mooi gekleurd werden door herinneringen aan haar Indiaanse afkomst. Dat alles verwordt nu tot breed uitgesponnen mannetjes-vrouwtjes-vrouwtjeskitsch, schematisch van psychologie, vol pseudopo‰tische onzinnen.
Er verschijnt het ene boek na het andere met 'liefde’ in de titel - bijna in alle gevallen een veeg teken.