Vier godards

Meer en meer gaat Jean-Luc Godard door voor ontoegankelijk. Ik ga hier niet het tegendeel beweren. Makkelijk is Godard nooit geweest en met de jaren is er naast meer wijsheid, ironie en cynisme ook meer complexiteit gekomen. Films schijnen niet complex te mogen zijn en daarom is de verschijning van een nieuwe Godard in de nationale bioscopen en filmhuizen zeer zeldzaam geworden. De vertoning van zijn nieuwste film For ever Mozart op het Rotterdamse filmfestival heb ik daarom maar waargenomen. Na Rotterdam verdwijnt hij tenslotte weer uit het land, om vermoedelijk zelden of nooit weer terug te komen.

Ondanks de hectische drukte voor het festival vond een bereidwillige operateur nog tijd om de film speciaal voor te vertonen. Er was slechts een klein probleem: één van de vijf acten was tijdelijk niet in huis. Voor een fragment in een filmprogramma was de acte op bezoek in Hilversum (wat direct bewijst dat de belangstelling voor Godard niet helemaal dood is). Vier acten is bijna een hele film en bij de doorsnee film is het zelden een probleem om een stuk te missen. Zoniet bij Godard. Ook bij een complete Godard heb je vaak het gevoel dat er ergens nog acten liggen te wachten om de gaten in de puzzel op te vullen. Ik moet bekennen dat het me bij het zien van de gecoupeerde film niet eens duidelijk was waar het gat in de film zat. De film is van zichzelf zo fragmentarisch, divers en collage- achtig dat een extra ellips als het ware een schutkleur aanneemt.
Ik zou dit stukje niet hebben durven schrijven als ik For ever Mozart na deze curieuze eerste kennismaking niet nogmaals had gezien. Dan blijkt de film nog steeds van de hak op de tak te springen, maar er verschijnt een systeem in de sprongen. De structuur van de film begint langzaam de doorzichtigheid van een schaakspel aan te nemen. Iedere beginnende schaker ziet alleen een wirwar van stukken, maar de meester ziet meteen die ene zet. Ik ben ervan overtuigd dat als ik de gelegenheid zou hebben om For ever Mozart nog tien keer te zien, de film volledig transparant voor mij zou worden.
De meester zelf kondigt For ever Mozart niet aan als één film maar als vier. Vier films die niet noodzakelijkerwijs met elkaar zijn verbonden. Alsof dat niet genoeg waarschuwing is, verschijnt er aan het begin een titel die zegt dat het gaat om zesendertig personages op zoek naar een verhaal. Bij beschouwing kon dit alleen maar meevallen. De vier vervlochten films gaan niet helemaal hun eigen weg en van die zesendertig personages zijn er ook genoeg die samen optrekken.
De eenvoudigste figuur in de film lijkt aanvankelijk een filmmaker die verdacht veel op Godard lijkt. Ah, het alter ego denk je dan. Dit blijkt toch iets minder simpel te liggen als later meer Godard-achtige filmmakers de film blijken te bevolken. Op haast grimmige wijze drijft Godard hier de spot met zijn eigen imago. Voor de kijker kan het een troost zijn dat hij het zichzelf nog veel moeilijker heeft gemaakt dan de kijker. De Godard- kloon helpt zijn neef met het organiseren van een opvoering van een toneelstuk in Sarajevo. (Typische Godard-uitspraak in de film: Waarom zou een Frans geze;schap een toneelstuk in Sarajevo moeten brengen als er in Parijs zeventien theaters leegstaan?') Op weg naar Sarajevo raken ze verzeild in een burleske oorlogsschermutseling en de filmregisseur neemt de benen. In Parijs zoekt hij troost in de muziek. (Godard:Er zijn te veel noten bij mozart.’)
Mocht er nog twijfel bestaan: For ever Mozart is een politieke film. Een film die stilstaat bij onze weeinig verheffende houdingtegenover de meest operateske oorlog uit de recente geschiedenis. Een oorlog die als curiositeit in de geschiedenisboeken wordt bijgeschreven nog voordat hij was afgelopen. Godard scheurde een aantal bladzijden uit dat geschiedenisboek, hield ze tegen het licht en keek toen vol afgrijzen en zonder mededogen in de spiegel.