Vier jaar duurt lang in het midden-oosten

Het waren de verkiezingen van de angst, de angst dat Israel te veel toezeggingen zou doen zonder daarvoor in ruil een solide vrede te krijgen. En de angst voor ontploffende autobussen: Hamas heeft Likoedleider Netanyahu uiteindelijk aan tien procent joodse stemmen geholpen. Hezbollah beroofde Peres op zijn beurt van de benodigde Arabische stemmen: de door haar uitgelokte Israelische strafacties in Zuid-Libanon, bedoeld om een verder verlies van de Arbeiderspartij aan rechts te stoppen, hebben vele Arabische kiezers vervreemd.

Met andere woorden, de terreur van een minderheid heeft ertoe geleid dat de hoop op vrede, door de meerderheid gekoesterd, massaal om zeep is geholpen.
De terreur zelf is een uitvloeisel van het onvermogen de Oslo-akkoorden in de Arabische wereld legitimiteit te verschaffen - niet zozeer onder de heersers alswel onder het gewone volk. De meeste Arabische intellectuelen beschouwen de autonomie-akkoorden tussen Arafat en Rabin als een Palestijns Versailles. De uitslag van de Israelische verkiezingen bewijst dat het vredesproces nu ook van joodse kant niet meer over een meerderheid beschikt.
Het vredesproces is dood, al zullen de onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen officieel wel doorgaan. Aangezwengeld door de Amerikaanse president Clinton en een internationale batterij van do-gooders kunnen zij nog jarenlang doorsukkelen, zonder dat de Palestijnen er veel beter van zullen worden. Met Netanyahu zal het vredesproces overeind blijven onder het mom dat de nieuwe Likoedregering de door haar voorganger aangegane verplichtingen nu eenmaal dient te respecteren. Netanyahu’s eerste stappen wijzen al in deze richting. De besprekingen zullen, zo valt te vrezen, echter zonder inhoud zijn.
Ondertussen zal de bouw van nieuwe nederzettingen met voortvarendheid ter hand worden genomen. De rechtse minister in spe Sharon heeft al aangekondigd van plan te zijn om in vier jaar een half miljoen joden op de Westoever te posteren. Dit kolonisatieproject kan natuurlijk megalomane nonsens zijn, niettemin kan er genoeg mee worden aangericht om een Palestijnse staat voorgoed onmogelijk te maken. In Jeruzalem zal Orient House, de lang gedoogde Palestijnse vertegenwoordiging, zijn poorten sluiten. De beloofde ontruiming van Hebron zal voor onbepaalde tijd worden uitgesteld.
Naar een eigen staat, twee maanden geleden nog mogelijk gemaakt door een voorzichtige wijziging in het verkiezingsprogramma van de Arbeiderspartij, kunnen de Palestijnen fluiten. Het maximale dat hen zal worden geboden, zijn een soort bantoestans.
De welhaast onontkoombare bijstelling van Israels beleid kan tot drie dingen leiden: een geweldexplosie, handhaving van de status quo of - voorlopig schiet onze fantasie tekort - een nieuwe doorbraak. Palestina-watchers waarschuwen voor een tweede intifada. Het is overigens de vraag of de gedemoraliseerde Palestijnen, meer verdeeld dan ooit en steeds meer onder de duim van Arafats veiligheidsdiensten, daar de energie voor kunnen opbrengen. Zo ja, dan zal Israels reactie niet mals zijn. Clinton zal - zeker in een verkiezingsjaar - achter de joodse staat blijven staan, zodat sancties onwaarschijnlijk zijn. Het ligt voor de hand dat toenemend Palestijns geweld de vorm van nieuwe zelfmoordacties zal aannemen. Als de aanstokers van deze nieuwe aanslagen vervolgens hun heil zoeken in de autonome Palestijnse enclaves, zal het Israelische leger gedwongen zijn weer Gaza of Nabloes binnen te vallen. Arafat staat straks voor een weinig benijdenswaardig dilemma: ofwel wordt hij Israels Buthelezi, ofwel hij comformeert zich aan het oplaaiend extremistische geweld. In beide gevallen verliest hij.
De regering-Netanyahu zal de Palestijnen steeds meer prikkelen en provoceren, tot zij ten slotte zelf met het vredesproces zullen breken. Het is onwaarschijnlijk dat de regering-Netanyahu de vier regeringsjaren niet vol zal maken. En vier jaar is in het Midden-Oosten een lange tijd. Het is veeleer de vraag of Arafat het zo lang zal redden. Als Israel zijn beschermende hand niet langer boven Arafats hoofd houdt, is de kans aanwezig dat hij daar een kogel doorheen krijgt. Er moet worden gevreesd voor bloedige afrekeningen tussen de warlords der geheime diensten en een populistisch-fundamentalistische Hamasbeweging. Misschien dat het tij over vier jaar zal keren, maar dan heeft Israel geen Palestijnse partner meer, afgezien van het feit dat er niets meer over zal zijn van het geloof in de vrede. Ondertussen - nog even het doemscenario volgend - bouwt Iran verder aan zijn nonconventionele wapenarsenaal. De eerste nucleaire proefexplosie van de ayatollahs zal alles in het Midden-Oosten veranderen: Israels afschrikkingspotentieel zal in duigen vallen en de Arabische wereld zal tot het besluit komen geen behoefte aan vrede met de joodse staat meer te hebben.
Of zal het hernieuwde geweld de partijen weer naar de onderhandelingstafel terugjagen? Heeft het vredesproces wellicht een eigen dynamiek?
Links troost zich met de platitude dat het juist de toenmalige Likoedleider Begin was die vrede met Egypte sloot. Er is een sterke onderstroom van zowel Israeli’s als Palestijnen die zich de hoop op vrede niet wenst af te laten nemen, misschien tegen beter weten in. Die hoop - een direct uitvloeisel van de akkoorden van Oslo - was nu al zo groot dat de Likoed de verkiezingen is ingegaan met de ‘veilige vrede’ als belangrijkste thema en niet het het streven naar een Groot Israel.
Als Netanyahu, tegen de verwachtingen in, zich inderdaad tot een vredestichter ontwikkelt, is de steun van links op voorhand gegarandeerd. Een vrede op initiatief van de nieuwe premier zal binnen Israel per definitie over een breder draagvlak beschikken dan de initiatieven die Peres op dit terrein heeft genomen. Het is echter de vraag of Begins precedent herhaalbaar is. De ruimte voor een compromis is heel wat kleiner. De wereld moet maar hopen dat Netanyahu’s opportunisme en ijdelheid hem ertoe zullen bewegen zijn ideologische verkramptheid plaats te laten maken voor een streven om uiteindelijk als een vredestichter de geschiedenis in te gaan.