Vier seizoenen

Het nieuwe centrum-rechtse kabinet lijkt de pizza van Pechtold wel. Vier partijen, één quattro stagioni, met verschillende ingrediënten op elke punt.

d66-leider Alexander Pechtold heeft gevoel voor humor en moet dan zelf vaak het hardst lachen om zijn eigen grappen. Tijdens het einddebat met informateur Gerrit Zalm over het regeerakkoord dat vorige week is gesloten tussen vvd, cda, d66 en ChristenUnie dolde Pechtold met de kritiek van GroenLinks-leider Jesse Klaver op de plannen van het nieuwe kabinet om het laagste btw-tarief te verhogen, het tarief waar juist de eerste levensbehoeften onder vallen zoals groente, fruit en vlees.

In het voorjaar had Pechtold wekenlang met Klaver onderhandeld over de totstandkoming van een kabinet. GroenLinks was voor d66 de favoriete vierde coalitiepartner, maar de partij trok zich terug omdat ze zich niet kon vinden in de migratie- en vluchtelingenparagraaf. Door al die gesprekken met Klaver weet Pechtold echter heel goed dat ook GroenLinks het btw-tarief had willen aanpakken, heel fors zelfs, niet van zes procent naar negen maar naar 21 procent. Overigens wel alleen voor producten die niet klimaatvriendelijk zijn, zoals bijvoorbeeld vlees.

Hoe dat dan moest met een pizza quattro stagioni, dat was toch niet te doen, op een deel van die pizza zit wel vlees, op een ander deel niet, onder welk tarief valt die quattro stagioni dan, vroeg een lachende Pechtold aan Klaver. Een antwoord was niet nodig.

Het was een moment tijdens het Kamerdebat vorige week dat veel zichtbaar maakte. Ten eerste dat Pechtold zich over zijn teleurstelling over het opstappen van GroenLinks uit de kabinetsonderhandelingen heeft heen gezet. De ChristenUnie mag niet de favoriete keuze zijn geweest, hij mag die partij bij een eerste verkennend gesprek dit voorjaar met veel kritiek en welhaast onbeschoft hebben afgewezen, inmiddels verdedigt Pechtold de nieuwe coalitie en het behaalde onderhandelingsresultaat.

Het pizza-moment liet ook zien waarop de belangrijkste kritiek van GroenLinks, op dit punt samen optrekkend met SP en pvda, zich toespitst: op een belastingtarief. De btw-verhoging die in het vooruitzicht is gesteld, gaat iedereen bij het boodschappen doen voelen in de portemonnee, de laagste inkomens relatief meer dan de hogere omdat bij hen de dagelijkse boodschappen een groter deel uitmaken van hun uitgaven. Maar omdat er ook een lastenverlichting tegenover staat, zal voor velen het effect uiteindelijk niet negatief zijn. Mogelijk trouwens juist wel voor middeninkomens die veel consumeren, maar die kunnen dan – meer dan bij het betalen van inkomstenbelasting – baas zijn over de eigen portemonnee en gaan consuminderen. Precies wat GroenLinks graag wil. Probeer dan maar eens oppositie te voeren tegen juist die maatregel van het kabinet. Hoe geloofwaardig is dat?

Het pizza-moment toont weer eens hoe smal de marges zijn in de politiek. We willen misschien groots en meeslepend leven, maar als puntje bij paaltje komt willen we geen grootse en meeslepende politiek die alles overhoop gooit. Velen roepen om visie, willen passie zien. Maar het moet wel hun eigen visie zijn en passie die aansluit bij die van henzelf. Politiek is juist het botsen van meningen over allerlei onderwerpen en daar dan uiteindelijk toch uit zien te komen en afspraken over zien te maken. Ook daarom was het te berde brengen door Pechtold van juist de pizza quattro stagioni goed gekozen: vier seizoenen, met elk verschillende ingrediënten op een eigen punt en toch vormen ze samen een geheel, op een bodem. Het lijkt het nieuwe kabinet wel.

Dat kabinet treedt volgende week aan, ruim zeven maanden na de verkiezingen. Dat de formatie daarmee een record brak, daar zijn allerlei verklaringen voor: de versnipperde samenstelling van de Tweede Kamer, de noodzaak om met vier partijen te overleggen gezien de wens van de Kamer om een meerderheidskabinet te vormen, de tot twee keer stukgelopen onderhandelingen met GroenLinks en de behoefte van de onderhandelaars om tussendoor vakantie te hebben.

We willen geen grootse en meeslepende politiek die alles overhoop gooit

Dat het kabinet uiteindelijk bestaat uit deze vier partijen, vvd, cda, d66 en ChristenUnie, ook daar is een verklaring voor. De op één na grootste partij, de pvv die in maart twintig zetels haalde, valt af als coalitiepartner, omdat zij geen meerderheid heeft in de Kamer voor een aantal van haar standpunten, zoals grenzen dicht, uittreden uit de EU en het de-islamiseren van het land. pvv-leider Wilders mag blijven roepen dat hij is gepasseerd en daarmee het gemoed van zijn kiezers blijven voeden met verongelijktheid, hij zelf weet precies waarom hij niet mee regeert.

GroenLinks stapte vervolgens zelf uit de onderhandelingen. De SP, met veertien zetels even groot als GroenLinks, hield vast aan haar voor de verkiezingen ingenomen standpunt niet samen te willen werken met de vvd. Een coalitie over links had vervolgens niet alleen moeten bestaan uit meer dan vier partijen, maar er waren nog meer redenen waarom deze er niet kwam. Dan had een nieuw kabinet de twee grootste partijen genegeerd, niet alleen de pvv maar ook de vvd. Bovendien wilde de grootste verliezer, de pvda, haar wonden likken en herbronnen in de oppositie. En het cda wilde aan deze coalitie niet meewerken.

Wat Nederland na die afvalrace uiteindelijk krijgt, is een centrum-rechts kabinet. Maar dat kabinet weerspiegelt wel een trend in de samenleving, een trend die niet alleen in Nederland is waar te nemen, maar ook in andere landen, zoals afgelopen zondag nog bij de verkiezingen in Oostenrijk. Politicologen hebben daar allerlei verklaringen voor, zoals het verdwijnen van de arbeidersklasse en de daarmee gepaard gaande groei van de middenklasse waardoor linkse partijen minder kiezers trekken op sociaal-economische onderwerpen, en daarnaast de komst van veel immigranten waardoor kiezers die zich zorgen maken over hun inkomen, hun leefomgeving en hun tradities houvast zoeken bij conservatieve partijen.

Dat dit centrum-rechtse kabinet dan als twee belangrijke onderwerpen voor zijn beleid kiest voor duurzaamheid en het verder versoberen van de hypotheekrenteaftrek is opmerkelijk. Het is niet wat je verwacht bij de omschrijving van de kleur van de nieuwe kabinetsploeg. Dat laat zien hoe die terminologie van rechts en links aan verandering onderhevig is. Klimaat wordt geassocieerd met links, maar doordat wat traditioneel rechts wordt genoemd meer en meer inziet dat het verbeteren van het klimaat populair gezegd een uitdaging is voor het bedrijfsleven die in het voordeel van datzelfde bedrijfsleven kan gaan uitpakken, klopt dat beeld niet altijd meer.

Net als bij de btw-verhoging laat ook het klimaatbeleid zien hoe moeilijk het zal zijn voor de oppositie om hard en fel weerwoord te bieden, hoe smal dus de marges ook voor de oppositie zijn. Wederom was het GroenLinks-leider Klaver die werd teruggepakt toen hij kritiek had, in dit geval op de opslag van CO2 onder de grond waar het nieuwe kabinet de mogelijkheden voor gaat onderzoeken. Ook deze maatregel had GroenLinks zelf voor ogen toen ze aan de verkiezingen deelnam. Het zou bij GroenLinks om een kleiner tonnage van CO2 gaan en ook niet als hoofdmaatregel, maar GroenLinks wees het toen niet principieel af en is daarom niet geloofwaardig als ze dat nu ineens wel doet.

Dat ook de hypotheekrenteaftrek wordt aangepakt, zal zeker te maken hebben met de oververhitting – met name in de steden in de Randstad – van de woningmarkt. Dat moet ook de vvd aan het denken zetten, omdat hoge hypotheekschulden de banken in de problemen kunnen brengen en het wonen in de stad voor velen onbereikbaar maakt. Wat is daar rechts aan? Flip de Kam, hoogleraar economie en voormalig pvda-Kamerlid, schrijft als een reactie op het nieuwe regeerakkoord dat ‘het opvalt dat de afgelopen vijf jaar – toen de pvda meeregeerde – bij de belastingverzwaring voor de eigen woning veel minder vooruitgang is geboekt dan nu de door de chriberale vier in het vooruitzicht wordt gesteld’. Een compliment van links waar de vvd zich niet voor hoeft te schamen.

Hoe zet het kabinet dat streven naar minder flexwerk om in beleid?

Net als het kabinet van vvd en pvda dat volgende week na bijna vijf jaar ophoudt te bestaan, wil ook het nieuwe kabinet vast werk minder vast maken en flexwerk minder flex. Je kunt het een visie noemen, maar wie wil volharden in het etiket visieloosheid zal dat niet snel toegeven. Net als bij de vertrekkende ploeg is de vraag hoe het nieuwe kabinet dat streven naar minder flexwerk gaat omzetten in beleid. En dan wordt het taai en technisch, dan gaat het over minimumuurlonen voor zzp’ers, over een verlengde proeftijd bij een contract voor onbepaalde tijd en over tussenpozen tussen tijdelijke contracten.

Politiek met passie klinkt mooi, maar zoals ook bij dit onderwerp gaat het in de politiek vaak om het van koers verleggen van een weerbarstige, complexe werkelijkheid die veel weg heeft van een mammoettanker. Vraag het aan aftredend pvda-minister Asscher, die weet daar alles van, want hij is er met al zijn goede bedoelingen en mooie woorden ook niet in geslaagd de groei van het flexwerk aan te pakken.

De titel centrum-rechts kabinet behelst dat er ook flanken zijn. Die worden niet bevolkt door partijen als GroenLinks, pvda en zelfs SP voor wie oppositie voeren moeilijk zal worden als ze zichzelf niet willen verloochenen. Op de flanken zitten nieuwkomers als pvv, 50plus en Forum voor Democratie (FvD). Ten opzichte van het centrum nemen ze extreme standpunten in zoals uittreden uit de EU en verbieden van de islam, en daarnaast onder meer het kiezen voor het eenzijdige belang van de ouderen of invoeren van het bindend referendum. Voor hen is afstand nemen van het kabinet veel makkelijker.

Wat het voor een aantal van hen nog simpeler maakt om fel tekeer te gaan tegen het nieuwe kabinet, of welk kabinet ook, is dat een pvv en FvD ook niet uit zijn op regeren in de Nederlandse omstandigheden van coalitieregeringen, niet genegen zijn compromissen te sluiten of rekening te houden met minderheden. Met die houding op de flanken zal ook het nieuwe kabinet moeten dealen. Soms door te luisteren naar de kritiek die erin klinkt, ook al zal daar commentaar op komen, maar ook door de Nederlandse democratische rechtstaat voor ogen te blijven houden en in bescherming te nemen. Dat laatste is een houding die vroeger vanzelfsprekend was, maar dat inmiddels niet meer is.

Bij de presentatie van het regeerakkoord zei vvd-leider en beoogd minister-president van zijn derde kabinet, Mark Rutte, dat zijn nieuwe ploeg er wil zijn voor de gewone, normale Nederlander. Drie woorden, die alle drie gevoelig liggen. Toen Rutte zes jaar geleden zei dat rechts zijn vingers bij het toenmalige kabinet kon aflikken, was er ook een storm van kritiek. Toen ging hij regeren met cda en gedoogsteun van de pvv. Nu is wederom het cda van de partij, maar met als tegenkrachten d66 en ChristenUnie, traditionelere partijen dan de pvv.

Je zou kunnen zeggen dat deze laatste ploeg gezien de Nederlandse parlementaire geschiedenis zelf ook gewoon en normaal is, en we volgende week een gewoon, normaal Nederlands kabinet krijgen. Gewoner en normaler in ieder geval dan in 2011. En misschien zelfs wel dan in 2012 toen de verkiezingsuitslag vvd en pvda, twee opponenten, tot elkaar veroordeelde.

Vier seizoenen telt deze nieuwe ploeg, maar dan wel seizoenen in een gematigd zeeklimaat dat geen strenge winters kent en ook geen hete zomers. Het gewone, normale Nederlandse klimaat dus.