Popmuziek - Henry Rolllins

Vierkante man

Henry Rollins speelde ooit op het hoofdpodium van Pinkpop terwijl tegelijkertijd op het kleinere podium punkband Bad Religion optrad. De zanger van Bad Religion maakte een goedmoedig grapje over Rollins en deed hem na.

Daarvoor was maar één ding nodig: zijn spieren aanspannen en heel boos kijken. Jarenlang was dat het beeld én het geluid van Henry Rollins: een fysieke uitbarsting. Vierkante man. Een lichaam van staal, daarboven een strakke kop – de kaken hoekig, de ogen diep in de kassen – en nummers als een work-out: herhalen, opbouwen, exploderen.

Interviews met Henry Rollins waren geen gesprekken maar een masterclass in een levensbeschouwing die viel terug te brengen tot één begrip: discipline. Hij was zelf het uithangbord van de resultaten ervan. Zonder discipline kon een mens niet zo fit zijn, zo veel spelen, albums maken, acteren, voice-overs inspreken, radio- en televisieprogramma’s presenteren en ook nog boeken schrijven. Uitgegeven door, uiteraard, zijn eigen uitgeverij: 2.13.61, vernoemd naar zijn geboortedatum.

Zingen doet hij inmiddels nauwelijks nog, optreden wel heel veel. En dan niet met muziek, maar met verhalen. Henry Rollins met een microfoon in de hand is een genre op zichzelf. Hij is grappig, maar zeker geen stand-upcomedian. Hij is zeer geëngageerd, maar allerminst een activist. Er valt veel te leren, maar het is geen lezing. Wat is het dan wel? Een man die zijn verhaal vertelt.

Jaren geleden was dat verhaal behoorlijk politiek geladen, maar toen zat George W. Bush nog in het Witte Huis, een favoriet doelwit van elke geëngageerde Amerikaanse kunstenaar. Obama openlijk afvallen deed Rollins liever niet, een vertwijfeling waar hij overigens eerlijk over was op het podium, zoals over ogenschijnlijk alles. Maar er is nog een reden dat Rollins minder praat over de toestand in zijn eigen land: hij is er nauwelijks meer.

Zijn shows zijn stilaan veranderd in het verslag van een man die in z’n eentje de wereld rond reist en zich verbaast over alles en iedereen. Een fraaie weerslag van die reizen en verbazing is Rollins’ boek Occupants, een verzameling foto’s (uiteraard is Rollins ook nog fotograaf) en verhalen over zijn reizen door onder meer Afghanistan, Koeweit, Irak, Rusland, Iran, Sri Lanka, Bangladesh en Cambodja.

Enige mildheid valt hem inmiddels niet meer te ontzeggen, maar ook als reiziger is Rollins zijn eigen categorie. Want ja, hij is nieuwsgierig en heeft de open blik zonder welke reizen geen enkele zin zou hebben, maar hij is nog steeds een man met ferme opvattingen, ook in den vreemde. Bij een foto, gemaakt in Thailand in 2008 van een medewerker van McDonald’s die de clown Ronald McDonald staat schoon te maken: ‘See that our clown is kept clean. (…) You’re a slave to pigs. Have you figured that out yet? We export death to your country. (…) How many decades more will you take of this humiliation and casual murder? (…) We won. You lost. We live. You died.’

De toerist Rollins komt met een camera, een notitieblokje en een scheermes.

Henry Rollins, Charmingly Obstinate_. Paradiso, Amsterdam, 28 januari_