Pedojagen is genormaliseerd

‘Viezeriken’ in de val

Kindermisbruik is hét thema geworden van een moderne kruisvaart tegen het ultieme kwaad. De gevolgen van de morele paniek zijn verregaand, zoals ook blijkt uit de virulente complottheorieën van de QAnon-beweging.

Demonstratie tegen de (her)oprichting van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD). Den Haag, 12 september © Nacho Calonge / Getty Images

Aan bomen, lantaarnpalen en hekken op de Oude Gracht, de Neude, het Domplein, het Janskerkhof – door de hele binnenstad van Utrecht hangen knuffelberen met pamfletten. ‘Laat mij hangen’, staat er in dikke letters boven, en als je verder leest: ‘Wij als ouders en grootouders maken ons bezorgd wat er allemaal gaande is mbt kindermisbruik in welke vorm dan ook en alle doofpotaffaires mbt kindermisbruik die er zijn!’ Namens organisaties als Children FreeandSafe, Save our Children / Stop PNVD, Freedom for all Children wordt opgeroepen tot ‘liefdevolle acties voor alle kinderen’.

Of die acties altijd liefdevol uitpakken is maar de vraag. In Arnhem verleidden vorige maand zeven jongens een 73-jarige man via een online homochatroom tot een seksafspraak in de buurt van zijn woning. Hij werd in elkaar geslagen en overleed aan zijn mishandeling. Volgens de advocaat van een van de verdachten is de actie ontstaan ‘uit verveling in deze coronatijd’ en zouden ze ‘geïnspireerd geraakt zijn door verhalen over pedojagers, maar liep het flink uit de hand’. Een ander recent voorbeeld van eigenrichting is een video die werd gepost in diverse pedojager-Facebook-groepen waarop te zien is hoe een groepje met maskers op een man tegen de grond werkt. Een van hen zegt, met vervormde stem: ‘Je bent aangehouden wegens artikel 248e’ – verwijzend naar het artikel in het Wetboek van Strafrecht dat ‘grooming’ strafbaar stelt.

Activisten tegen kindermisbruik en pedofilie manifesteren zich steeds luider. Mogelijk draagt de coronatijd daar aan bij. Jongeren die met hun lege sociale agenda uit spanningszucht zoeken naar een slachtoffer waarop ze zich kunnen uitleven. Voor een keer, voor de lol. De doorgewinterde pedojagers zullen de urgentie van hun strijd in deze tijd van algehele onzekerheid ongetwijfeld nog meer voelen. Maar het fenomeen is er niet nu opeens, het neemt al jaren toe.

Het internet geeft zowel de misbruikplegers als de zelfbenoemde politieagenten en rechters ruim baan. Zoals pedofielen en pedoseksuelen in chatrooms en in het dark web wereldwijd aan hun trekken kunnen komen, zo zijn activisten zich gaan verenigen via sites en Facebook. De deelnemers bevestigen elkaar in de grove taal dat pedo’s monsters zijn. Sommigen zijn in één adem door net zo woedend over andere misstanden, zoals dierenmishandeling. De gemene deler is dat de politiek niks doet voor slachtoffers en dat rechters te soft zijn en dat zij het heft zelf in handen moeten nemen om hun kinderen te beschermen.

Ze werken volgens het principe van naming and shaming: namen, adressen, foto’s en al dan niet bewezen feiten worden op hun websites geplaatst of via pamfletten verspreid om het brede publiek te waarschuwen voor zedendelinquenten die op vrije voeten komen, een ‘enge buurman’, of voor pedonetwerken die tot de bodem uitgezocht moeten worden. De ‘viezeriken’ gaan aan de schandpaal, hun huizen worden beklad, ze worden met de dood bedreigd of mishandeld. Dat er reputaties sneuvelen en levens geruïneerd worden, soms ook van onschuldige personen, is bijkomende schade van de goede zaak.

Een andere aanpak is pedoseksuelen in de val lokken. Met een vals profiel doen de jagers zich voor als minderjarig en verleiden groomers al chattend tot uitspraken of een afspraakje om ze persoonlijk te kunnen confronteren met hun daden. Het is een opsporingsmethode waar politie en justitie sinds een aantal jaren steeds meer gebruik van maken. Burgers nemen die methode over, en dat gebeurt de laatste tijd steeds agressiever.

‘Pedojagen is genormaliseerd’, zegt de Britse socioloog Frank Furedi. ‘Het wordt maatschappelijk breed geaccepteerd omdat kindermisbruik in onze moderne samenleving is gaan fungeren als een mythisch en absoluut kwaad – iets wat van alle misdaden het dichtst bij de duivel komt. Daarover is iedereen het eens. En wie twijfelt aan de schuld van de dader of kanttekeningen plaatst bij de eigenrichting van pedojagers wordt zelf dubieus gevonden.’

In zijn boek Moral Crusades in an Age of Mistrust (2013) analyseert Furedi hoe de drang tot morele zuiverheid past in een tijd waarin de moraal gefragmenteerd en onbegrensd is geworden. Dat gaat volgens hem gepaard met wantrouwen in de overheidsinstituties, in de deskundigheid van wetenschappers, in een elite die het goed voor zichzelf regelt. ‘Burgerinitiatieven zijn daar het gevolg van. Op zich een positieve ontwikkeling, maar niet altijd, zoals de eigenrichting van pedojagers of de Brexit’, zegt hij door de telefoon vanuit Engeland.

‘Wie twijfelt aan de schuld van de dader wordt zelf dubieus gevonden’

Furedi noemt nog iets anders: een opvoedcultuur in de westerse wereld die is doorgeslagen in het bijna dwangmatig beschermen van kinderen tegen gevaar in de buitenwereld. ‘Ouders hangen als helikopters boven de wereld van hun kroost. Elk risico moet vermeden worden, als ze klimmen in een boom kunnen ze eruit vallen, als ze spelen in een park kan er een kinderlokker in de bosjes loeren. Maar uitdagingen, negatieve ervaringen en kleine risico’s helpen kinderen zich te ontwikkelen tot sterke en onafhankelijke volwassenen. Ik zie dat overgebrachte gevoel van angst voor gevaar bij de millenniumgeneratie bijvoorbeeld terug in het voeren van discussies in “safe spaces”. Alsof het daarbuiten niet veilig is. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: enerzijds een pedagogisch klimaat van overdreven aandacht voor het kind, anderzijds een obsessie met kindermisbruik en pedofilie.’

Nu is morele paniek over het bedreigde onschuldige kind natuurlijk geen recent verschijnsel. Het keert als archetypisch beeld terug in klassieke sprookjes – Roodkapje die door de boze wolf wordt opgegeten, de Rattenvanger van Hamelen die kinderen verleidt met een fluit. Joden worden al eeuwenlang beschuldigd van het ontvoeren van christelijke kinderen om ze op te eten als onderdeel van hun rituelen waarbij zij zouden samenzweren met vrijmetselaars, de Illuminati en satan-aanbidders. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw gonsde het in België van geruchten over ‘roze balletten’ – seksfeesten waarbij hoge ambtenaren, ministers en rijkswachters zich zouden vergrijpen aan minderjarigen. De geschiedenis leert dat dergelijke complottheorieën altijd gedijen in een politiek moerassig klimaat.

Dat fenomeen doet zich nu weer voor, waarbij het Amerikaanse QAnon laat zien dat pedojagen inmiddels ook de gedaante aanneemt van een virulente politieke ondermijning. De beweging is in korte tijd uit de marge van sites als 4chan en 8chan mainstream geworden en inmiddels zelfs doorgedrongen tot het Amerikaanse Congres. De aanhangers bedienen zich van een prototypisch alomvattend verklaringsverhaal: een wereldwijde kliek van satan-aanbidders heeft de leiding over pedofiele kringen en niemand minder dan Donald Trump is de grote kruisvaarder die deze monsters bestrijdt en verlichting brengt aan ongeruste vaders en moeders.

‘Wanneer deze politici geen rationele argumenten meer hebben om kiezers te overtuigen, zullen ze een beroep doen op emotioneel geladen thematiek’, stelde de Amerikaanse hoogleraar Gabriel Andrade onlangs in zijn artikel ‘Won’t Somebody Please Think of the Children’. Net als zijn Britse collega Furedi vindt hij dat ‘we door ons zo bezorgd te maken over de benarde situatie van kinderen zelf kinderlijk zijn geworden. Op onze beurt vallen we ten prooi aan manipulators die gemakkelijk gebruikmaken van ons hyperemotionele, onvolwassen denken. We laten onszelf gemakkelijk omzeilen door goedkope morele argumenten en complottheorieën.’

Want hoe absurd en doorzichtig de complottheorie van QAnon ook is, het glijdt erin als koek. Vooral vrouwen gaan er ‘uit een gevoel van moederlijke plicht’ schreeuwend in mee, zonder dat ze beseffen hoe hun informatieaanbod wordt gemanipuleerd en zij worden gebruikt voor de kliek rondom Trump en alt-right. Net als pedojagers verspreiden zij op hun sites en via Facebook en Instagram informatie over pedo’s, maar met het verschil dat zij zich specifiek richten op politici, journalisten en rechters uit Democratische hoek. Die worden zonder het geringste bewijs beschuldigd van kindermisbruik en het verzamelen van kinderporno.

‘In het hart van QAnon ligt een onmiskenbaar angstaanjagend ethos dat harde straf eist voor de steeds groeiende lijst van politieke vijanden. De geschiedenis leert ons dat sekspaniek uiteindelijk niet goed eindigt voor alle kwetsbare minderheden in de samenleving’, schreef Annie Kelly in The New York Times aan de vooravond van de presidentsverkiezingen. Ze denkt ook dat de ‘zachte voorkant’ van QAnon in de vorm van actiegroepen als Save the Children, dezelfde van de pamfletten in Utrecht, het gemakkelijk maakt om vrouwen aan boord te krijgen.

Toch gaat er onder de eigenrichting van al die moderne kruisvaarders, al dan niet gemanipuleerd en aangejaagd voor politieke machtsdoeleinden, ook een ongemakkelijke waarheid schuil: er zijn pedonetwerken en seksreizen naar landen ver van huis. Er is een wereldwijde kinderporno-industrie, er is kinderhandel en er vindt achter gesloten deuren kindermisbruik plaats. Veel kwesties zijn pas onder maatschappelijke druk naar buiten gekomen. De katholieke kerk waar jongetjes in de klauwen vielen van priesters en paters of de luxebordelen van Jeffrey Epstein en zijn partner in crime Ghislaine Maxwell, waarin minderjarige meisjes, vaak afkomstig uit laagopgeleide, gebroken gezinnen, tegen betaling het vleselijk verlangen van de baas en dat van de rijken en beroemden der aarde moesten bevredigen. De beerputten gingen pas na veel tegenwerking open. De achterdocht van pedojagers is dan ook niet onrealistisch.

Hierop wijst Jolien Debouvere in haar onderzoek Pedofielenjagers: Een studie van de potentiële impact van hun acties dat zij in 2015 deed aan de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Gent. Ze constateert dat pedofielenjagers hun acties onder meer rechtvaardigen met het tekortschieten van het bestaande strafrechtelijk systeem. Volgens haar kan de werkwijze van pedofielenjagers soms een belangrijke hulpbron zijn voor de politie bij de opsporing en de vervolging van pedoseksuele delinquenten.

‘Natuurlijk kan het niet de bedoeling zijn dat eigenrichting mensen op welke manier ook schaadt en onrust aanjaagt in de samenleving. Er wordt een sfeer gecreëerd waarin het lijkt dat pedofilie en pedoseksualiteit om elke hoek van de straat liggen te loeren’, schrijft Debouvere in haar onderzoek. Ze doet een aantal aanbevelingen voor hoe binnen de huidige wetgeving pedojagers beter aangepakt kunnen worden. Ze noemt onder meer dat slachtoffers een beroep kunnen doen op het recht op privacy en het recht om vergeten te worden op het internet. Uit schaamte zullen ze dat zelden doen. Wat betreft het aanpakken van daders pleit ze voor het invoeren van een internationaal register van veroordeelde (pedo)seksuele delinquenten en voor een intensieve inzet van lokagenten. De ellende van misbruikte kinderen smeekt erom.