Vijand gevraagd

Dino Buzzati
De woestijn van de Tartaren
Uit het Italiaans (Il deserto dei Tartari, 1945) vertaald door Anthonie Kee
Wereldbibliotheek, 224 blz., euro 18,50

De naam Buzzati kwam je altijd tegen in bundels fantastische vertellingen. Zo verscheen in de jaren zeventig van hem Paniek in de scala – en andere griezelverhalen. Zijn beroemdste roman, De woestijn van de Tartaren, waarvan niet duidelijk is of hij eerder vertaald is, werd vergeleken met Camus en Kafka, ook een manier om iemand in de boekenkast plat te drukken. Recent zijn er nu drie titels van hem vertaald. De ronde van Italië is een krantenreportage uit 1949 van de Giro. Onlangs verscheen de roman Een liefde (1963), over de obsessieve liefde van een vijftigjarige architect voor een jonge, grillige prostituee. En nu deze roman, die Buzzati al in 1938 schreef. Het verhaal krijgt er een extra lading door, hoewel in de roman zelf geen plaats en tijd worden genoemd.
Als Giovanni Drogo van de Militaire Academie afzwaait wordt de Vesting Bastiani zijn eerste standplaats – zijn carrière gaat beginnen, denkt hij. Bij aankomst blijkt het een vervallen en verlaten garnizoen van niks te zijn. Meteen wil hij weg, maar hij laat zich overhalen vier maanden te blijven. Als het zo ver is verandert als bij toverslag het grijze, door sleur aangetaste kazerneleven in één grote belofte – de belofte houdt hetzelfde in als de legende van de Tartaren die eens zullen komen. Zo heeft iedereen in het garnizoen zich laten bedotten door het spannende vooruitzicht van een naderende vijand. Men is zich bewust dat het een illusie is, die nodig is om het bestaan zin te geven. Niemand in het garnizoen wordt er gevangen gehouden, toch kan niemand weg: de meesten zijn er al tientallen jaren. En de vijand komt, jawel, maar dan is Drogo inmiddels tot majoor gepromoveerd, over de vijftig en ernstig ziek. Op de grote dag wordt hij in een hospitaalkoets naar de bewoonde wereld gebracht. Al die jaren is er niets gebeurd, maar de tijd vloog voorbij.

Over wachten gaat het en de listen van de tijd. Als in slowmotion zie je de officier de fuik in zwemmen. Natuurlijk moet je aan Kafka denken, maar Kafka’s sterke kant – het concrete van een situatie die verder onbepaald is – is ook die van Buzzati. Het eenvoudige verhaal is gelukkig te ingewikkeld en te dubbelzinnig om een fabel te worden. Dat de titel van een roman van Coetzee erop lijkt, Wachten op de barbaren, lijkt me gezien het thema «vijand gevraagd» geen toeval.