Vijand gevraagd

Edward Hilsenrath, Het sprookje van de laatste gedachte. Vertaald door Elly Schippers, € 24,95

Wat iemands laatste gedachte al niet vermag - zie de laatste pagina van de epiloog van Het sprookje van de laatste gedachte. 1988, Zürich. Op zijn 73ste ligt de van oorsprong Armeense Thovma Khatisan in Zürich op sterven en praat tegen de sprookjesverteller in zijn hoofd, die eveneens op het punt staat zijn laatste adem uit te blazen.

Medium hilsenrath sprookje

‘Ik weet dat mijn laatste gedachte terug zal vliegen naar de lacunes in de Turkse geschiedenisboeken.’ Dat wordt dan een terugvlucht want in de bijna vijfhonderd pagina’s ervoor heeft meddah, de sprookjesverteller, de laatste gedachte van Thovma teruggevoerd naar Hayasta, het land van zijn voorouders aan de voet van de berg Ararat. Terug in de tijd ook, zijn geboortejaar 1915, toen de genocide op de Armeniërs begon, waarbij tussen 1915 en 1917 bijna anderhalf miljoen Turkse Armeniërs omkwamen in wat de finale oplossing van 'de Armeense kwestie’ had moeten worden, een van bovenaf geplande volkerenmoord. Kan daarover een sprookje verteld worden? Ja: 'Er was eens, er was eens niet, er was eens…’
Het is maar een fractie van een seconde, toch ziet de verteller kans een uitermate ingewikkelde geschiedenis, een grote waarin ook nog eens een kluwen kleine levensverhalen verwikkeld is, te laten zien, je kunt ook zeggen zich af te laten spelen in die laatste gedachte van de Armeniër die ver van zijn geboortegrond op sterven ligt. Dat wordt in de eerste plaats de geschiedenis van de vader van Thovma: Wartan Khatisian, geboren tijdens de grote deportatie van vrouwen, kinderen en bejaarden, nadat de mannen al massaal waren vermoord.
De jeugd van de vader dient ook om te laten zien hoe het ging zoals het altijd was gegaan, het leven in een afgelegen Armeense dorp: uitgehuwelijkt op zijn derde met een pasgeboren dochter van de burgemeester, de bruid na de eerste bloeding vetgemest en op het hoogtepunt van de bruiloft door Koerden geschaakt. Door magische tekens werd al vroeg vastgesteld dat het jongetje Wartan was voorbestemd om dichter te worden, waarnemer; eerst werd hij boer en verkoper van koeienvlaaien. In Amerika, waar hij in 1898 naartoe ging, werd hij straatveger én schreef hij gedichten; in 1914 keerde hij terug en was precies op 28 juni in Sarajevo. Dat kwam de Turkse autoriteiten goed uit, want het paste in de door hen verzonnen grote samenzwering waarbij Wartan het beslissende schot op de Oostenrijkse troonopvolger en zijn echtgenote afvuurde, en ontmaskerd werd als agent van het Armeense wereldcomplot.
Hoe de Armeniër tot een bekentenis gedwongen wordt, die vooraf al door alle instanties getekend is, slaat in wreedheid en bedrog alle verhalen daarover in welke dictatuur dan ook. Maar het blijft een sprookje, al zegt de verteller, op de vraag van de laatste gedachte waarom hij hem leugenverhalen vertelt: 'Omdat ik de sprookjesverteller ben (…) En omdat ik de waarheid alleen op een andere manier vertel.’
Wartan zal in leven blijven, maar vraag niet hoe; hij eindigt zijn leven in Polen, waar hij terechtkomt om bezittingen van joden op te halen en naar Zwitserland te brengen. Naar Armenië is hij indertijd teruggekeerd om voor de tweede keer te trouwen en eindelijk de zoon Thovma te krijgen. Het lijkt er meer op dat het was om getuige te zijn van het bloedige einde van zijn volk. De verteller houdt overzicht genoeg om de laatste gedachte te vertellen hoe de volkerenmoord in zijn werk ging, stap voor stap voorbereid, veel vroeger al begonnen met incriminatie en discriminatie, uitlopend op massale deportaties en moorden. Herhaaldelijk laat Hilsenrath doorschemeren dat Wartan en zijn laatste gedachte getuige zijn van een voorbereide uitroeiing van een volk - die officieel nog steeds door Turkije wordt ontkend - en dat het meer was dan een voorspel voor een volgende oorlog en genocide. De jodenvernietiging zou een herhaling zijn. De waarschuwing van de Amerikaanse president Woodrow Wilson haalde niets uit: 'Het uitroeien van de Armeniërs lijkt bij het Comité [voor Eenheid en Vooruitgang, de heersende nationalistische partij] absolute voorrang te hebben. Soms krijg je de indruk dat ze dat daar belangrijker vinden dan de gebeurtenissen aan de fronten, de neutraliteit van Amerika en het verloop van de oorlog.’
De verteller mag dan veel meer zien dan een gewone Armeniër, zijn gezichtsveld is niet zo wijd dat hij het verder strekkende perspectief van deze slachtpartij kan schetsen. Hij is wel in staat om te zien dat de opstand in de Anatolische stad Van als aanleiding werd genomen om het schieten van Armeniërs op Turkse troepen als bewijs van hoogverraad te beschouwen, wat een definitieve maatregel tegen de Armeniërs voor de wereldpers zou rechtvaardigen.
Hoe kan een sprookje het verband laten zien tussen de bedreiging van buitenaf - toen het Ottomaanse rijk het ene deel na het andere deel kwijtraakte en het overblijvende Turkse deel zich omsingeld wist - en het zoeken van een vijand waarop alle schuld kon worden afgeschoven: de christelijke Armeniërs die in Anatolië woonden en turkificatie en islamisering van een verenigde Turkse natie verhinderden? Waren de Armeniërs niet bekeerd door Europeanen en Amerikanen voor de tweede keer: nu tot het ware christendom. En woonden er niet een miljoen Armeniërs in het land van de erfvijand Rusland? Dus was de binnenlandse opstand een verlengstuk van de bedreiging van buitenaf.
Hilsenrath (1926) moet zich voor zijn sprookje zorgvuldig hebben gedocumenteerd, op eigen houtje, want belangrijke boeken zijn van na 1989. Het loont de moeite om naast de roman het proefschrift van de Turkse historicus Taner Akçam, De Armeense genocide: Een reconstructie (2007, oorspronkelijk 1995) te lezen of De eerste holocaust, het in 2008 afzonderlijk uitgegeven hoofdstuk uit De grote beschavingsoorlog van de Britse Midden-Oosten-correspondent Robert Fisk. Toch is het sprookjesachtige hier veel meer dan het optuigen van feiten. In een signalement als dit valt het niet eens na te vertellen, zeker niet de vele wonderlijke verhalen eromheen. Alleen de strekking ervan samenvatten is te weinig: daarvoor is het boek te goed. Het was een goed idee om de in Turkije verboden roman nu uit te brengen, opnieuw, want de vertaalster maakte een heel nieuwe versie van haar vertaling uit 1991. Eerder verschenen van Hilsenrath Nacht, De thuiskomst van Jossel Wassermann en De nazi en de kapper.

EDGAR HILSENRATH
HET SPROOKJE VAN DE LAATSTE GEDACHTE
Uit het Duits (1989) vertaald door Elly Schippers, Anthos, 494 blz., € 24,95