Gegrilde grootpraat

Vijand van het volk

Zo heet het toneelstuk uit 1882 waarin de Noorse schrijver Henrik Ibsen een aanvankelijk als charismatische persoonlijkheid op handen gedragen huisarts in een zodanige positie manouvreert dat hij gezien wordt als de elitaire vertolker van een minderheidsstandpunt tegenover de ‘allergrootste meerderheid’.

Het stadje waarin hij zijn dokterspraktijk voert draait vrijwel geheel op de economische voordelen van een geneeskrachtige bron, die – volgens onderzoekingen van de huisarts zelf, Stockmann geheten – vergiftigd blijkt. Wat er aanvankelijk uitziet als de eendimensionale botsing tussen de voor de volksgezondheid vechtende idealist en de pragmatische koopman (de burgemeester, tevens Stockmanns broer) draait uit op een verwoestende stadsoorlog tussen het gelijk van de eenling en het gesundes Volksempfinden. Het stuk is zo ongemakkelijk geschreven dat Arthur Miller het in 1950, midden in de communistenjacht van senator McCarthy, nodig vond een bewerking te maken om het ook voor een bevooroordeeld Amerikaans publiek toegankelijk te doen zijn. Vergeefs overigens.

Medium loek vijand

Arie de Mol heeft nu voor ‘zijn’ Toneelgroep Maastricht een nieuwe bewerking gemaakt. Mevrouw Stockmann werd geschrapt. De broer werd een zus, zodat de aanvoerster van de ‘compacte meerderheid’ een gelikte yup is geworden in rijglaarzen en PC-outfit. Over de hele linie is het stuk jong bezet. Van dokter Stockmann is een wat lawaaierige activist gemaakt die het erg met zichzelf heeft getroffen en bij wie de geigerteller van het idealisme in de jaren zeventig is blijven steken. Over Arie de Mol hoor je tegenwoordig vaak beweren dat-ie zo van volkstoneel houdt, flauwekul die net zo nietszeggend is als de mededeling dat hij toneel is gaan maken omdat-ie dol is op conflicten – wat trouwens ook niet waar is. De Mol heeft er plezier in om personages die een grote mond over van alles hebben een poosje boven een kampvuur te grillen en dan te kijken wat er van die bravoure overblijft, dit ten overstaan van mensenkinderen die er meestal het zwijgen toe doen, om te kijken wat er uit die zwijgers komt als ze rond dat grote-mensen-kampvuur worden verzameld. Hij kiest er zijn repertoire op uit: Gogol, Horvath, Brecht, Heijermans, Rijnders en van Ibsen niet zozeer de existentiekerkhoven maar juist de stukken die als fragmentatiebommen uit elkaar spatten. Hij bekijkt de toneelpersonages die hij onder handen heeft met een hoge graad van meedogenloosheid, maar nooit cynisch.
Als Stockmann in deze versie van Vijand van het volk een volgende stap heeft gezet op de touwladder van de hoogmoed pakt zijn vertolker, Olaf Malmberg, zijn gitaar voor een nummer van Velvet Underground, de roze geluidswolk van de jaren zeventig, een mix van those were the days en pass that stick man! En ziedaar, het vehikel van Ibsen wordt er alleen maar ongemakkelijker van. De uitbarsting van Stockmann, een tango op de rand van de vulkaan die populisme heet, rekken Arie de Mol en Olaf Malmberg op tot aan de grenzen van volksmennerij. Maar bij de tut-tut-ho-ho-nou-nou roepende jonge pragmatici met weerhaakjes op hun geprononceerde ellebogen moet je ook niet wezen: die slaan als verweer tenenkrommende teksten uit. Terwijl plottovenaar Ibsen de keel van zijn idealistische dokter langzaam dichtschroeft, zitten wij midden in de vuurlinies. En dat is een plek waar regisseur en toneelmaker Arie de Mol ons graag heeft. Hij lijkt in Maastricht nu eindelijk geland. Wij gaan van hem en zijn mensen nog een hoop plezier beleven.

Vijand van het volk speelt nog t/m 22 december overal in het land. www.toneelgroepmaastricht.nl