Vijf dagen na de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de Novaja Gazeta, verwaardigde Poetin zich een reactie. Het was een nauw verholen dreigement. Op de vraag van een journalist of de Russische overheid ook Moeratov nu, net als tientallen vakgenoten, tot ‘buitenlands agent’ zou bestempelen, zei Poetin: ‘Als hij geen aanleiding geeft om tot buitenlands agent verklaard te worden, dan zal dat niet gebeuren. Maar als hij zich achter de Nobelprijs gaat verschuilen als achter een schild, dan doet hij dat bewust, om de aandacht op zich te vestigen…’

Het cynisme deed denken aan Poetins reactie op de moord op die andere illustere journalist van de Novaja Gazeta, Anna Politkovskaja, nu vijftien jaar geleden. Ze maakte naam met haar onthullingen over de wreedheden van de Tsjetsjeense dictator Ramzan Kadyrov. ‘Inderdaad, deze journaliste was een scherp critica van de zittende macht in Rusland, maar haar invloed op het politieke leven in Rusland was totaal onbetekenend, minimaal’, zei de president. ‘De moord op haar berokkent Rusland veel meer schade dan haar publicaties.’

Poetin oogde nog jong en fris, maar toen al etaleerde hij zijn minachting voor controleurs van de macht. De president en de martelende dictator zitten nog vast in het zadel. De critici ontvluchten nu bij bosjes het land.

Poetins dreigement tegen Moeratov is niet loos. Als er iemand in de ogen van de Russische machthebbers in aanmerking komt voor de titel ‘buitenlands agent’, dan is het wel een hoofdredacteur die uit Oslo de belangrijkste internationale prijs ter wereld krijgt toegekend (zeshonderdduizend dollar). Dat is pas serieuze buitenlandse financiering.

Zo speelt zelfs de toekenning van de Nobelprijs een nuttige rol op het Kremlin-toneel. De opluchting dat niet Aleksej Navalny de prijs kreeg was zo groot dat Moeratov op de Valdai-conferentie een vraag mocht stellen aan de president. Dit internationale evenement met een jaarlijks slinkend aantal buitenlandse experts wordt op de staatstelevisie bejubeld als bewijs van het grote staatsmanschap van Poetin. Hij ontvouwt er altijd graag een paar geopolitieke vergezichten. Dit jaar verklaarde hij het kapitalisme dood, en het Westen erbij, en bood als alternatief het ‘gezond conservatisme’ van Rusland.

De kersverse laureaat maakte bezwaar tegen de wet op de buitenlandse agenten. Het ministerie van Justitie plaatst media en individuele journalisten op die lijst zonder enige bewijsvoering of argumentatie, zei Moeratov, daar komt geen rechtbank aan te pas, er is alleen een etiket dat voor veel Russen gelijk staat aan ‘vijand van het volk’. En er is geen enkel beroep mogelijk. De wet is vaag en leidt tot misbruik.

‘De wet verbiedt u niet een eigen mening te hebben’, zei Poetin. Hij wil slechts aan het licht brengen dat een organisatie geld uit het buitenland ontvangt en daar heeft de Russische samenleving recht op. En wat de vaagheid van de formuleringen van de wet betreft, vooruit, de president zal ernaar kijken. Het is het eeuwige vernederende kat-en-muisspel van de tsaar en de smekeling, want nog steeds is alleen de leider in Rusland bij machte gratie te verlenen. En zo speelde de laureaat de bijrol in het Kremlin-script.

Een paar dagen eerder had parlementsvoorzitter Vjatsjeslav Volodin alvast gedienstig gepleit voor een procedure om de Nobelprijs te kunnen herroepen. Volodin noemde voorbeelden van laureaten die ‘medeplichtig zijn aan verschrikkelijke misdrijven’, zoals Michail Gorbatsjov, Aun San Suu Kyi, Barack Obama en de Ethiopische premier Abiy Ahmed. Het politieke bewind van Michail Gorbatsjov, legde Volodin uit, ‘leidde tot verwijdering tussen volkeren en tot de grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw – het uiteenvallen van de Sovjet-Unie’, wat ‘niets heeft uit te staan met het vredelievende proces’ waarvoor de Nobelprijs wordt toegekend. Alsof er niets veranderd is: voor de Sovjet-Unie was de Nobelprijs voor de vrede een klap in het gezicht. Atoomgeleerde en dissident Andrej Sacharov kreeg hem in 1975, Michail Gorbatsjov, die Sacharov zijn vrijheid teruggaf, in 1990.

Opnieuw wapent Rusland zich tegen westerse invloed, foute of moreel verwerpelijke denkbeelden, de import van ‘kleurenrevoluties’, bedoeld om het Kremlin te ondermijnen, spionage, landverraad, ongewenste organisaties, desinformatie, bederf van de jeugd. Het is precies dezelfde giftige cocktail die in de twintigste eeuw het communistische verhaal van de macht bepaalde. Je waant je soms verdwaald in de bladzijden van de handboeken van de kgb.

De strijdmethoden zijn uiteraard van een ander kaliber: geen massaterreur maar individueel isolement. Geen showprocessen met executies, maar toneelstukjes in de rechtszaal, waar advocaten vergeefs blijven aantonen dat het publiek getuige is van een farce. Geen doodstraf maar wegkwijnen in strafkampen waar marteling gewoon is, zoals twee weken geleden nog eens bevestigd werd door het uitlekken van duizenden videobeelden uit verschillende gevangenissen in Rusland. (De klokkenluider heeft politiek asiel gevraagd in Frankrijk en staat inmiddels op een opsporingslijst van de Russische overheid. Hij heeft gegevens gepubliceerd die ‘een gevaar voor de staatsveiligheid’ vormen en dat is kennelijk een ernstiger misdrijf dan dat gevangenen straffeloos worden mishandeld.)

Anders dan de Sovjet-Unie kent Rusland geen reisbeperkingen maar er is wel een groeiende exodus van critici en jongeren die in hun land geen toekomst meer zien. Officieel bestaat er geen censuur, maar de persvrijheid wordt steeds verder ingeperkt, zelfs internet is geen vrijplaats meer. ‘Het is oorlog’, zei journalist Galina Timtsjenko, ceo van de internetkrant Meduza, vorige week op de Oktoberlezing van Raam op Rusland. Meduza (meer dan tien miljoen unieke gebruikers per maand) was de eerste nieuwsorganisatie die dit voorjaar tot ‘buitenlands agent’ werd verklaard.

Het absolute dieptepunt van het Rusland van Poetin is het visitekaartje van de geheime dienst in de vorm van primitieve vergiftiging – trouwens ook een strijdmiddel uit de vorige eeuw.

Twee dingen hebben het vliegwiel van de repressie in de afgelopen twee jaar fors aangedreven: angst voor een Russische variant van de volksopstand in Belarus en onrust over de groeiende invloed van Navalny’s Fonds voor de Strijd tegen Corruptie (fbk). Toen de parlementsverkiezingen van afgelopen september in aantocht waren, leidden die ontwikkelingen tot harde actie van de machthebbers. Navalny’s fbk, inmiddels als ‘extremistische organisatie’ verboden en onttakeld, ontriefde hen niet alleen met pijnlijke onthullingen over de corruptie van de elite rond Poetin, maar slaagde erin grote mensenmassa’s op de been te brengen in tientallen Russische provinciesteden tegelijk. Die organisatiegraad was nieuw en onrustbarend.

Voor media kan elke stap een misstap blijken, de gijzeling is compleet

Dat Navalny de novitsjok-vergiftiging door de militaire geheime dienst overleefde, de knulligheid van de spy-op-actie zelf op spectaculaire wijze naar buiten bracht, weigerde te kiezen voor een leven in ballingschap en bij zijn terugkeer Poetin in het gezicht spuugde met de veelbekeken documentaire Putin’s Palace bezegelde zijn lot. Hij werd op het vliegveld ingerekend en binnen twee dagen tot tweeënhalf jaar kamp veroordeeld, omdat hij zich als voorwaardelijk gestrafte in een fictieve fraudezaak niet op tijd bij de politie in zijn woonwijk had gemeld. Dat kon hij niet doen, want hij lag in coma in het Berlijnse Charité-hospitaal.

Inmiddels heeft het Onderzoekscomité een nieuwe zaak tegen hem en zijn kompanen geopend wegens het opzetten van een ‘extremistisch genootschap’. Hij kan daarvoor nog tien jaar kamp krijgen. In Rusland betwijfelt men of hij ooit nog vrijkomt.

Maar zelfs vanuit het strafkamp bleef Navalny de machthebbers tergen. Zijn naaste medewerkers, allemaal naar het buitenland gevlucht, zetten bij de verkiezingen zijn tactiek ‘Slim Stemmen’ in. Die bestond uit een app waarmee de kiezer werd geadviseerd op wie hij stemmen moest om regeringspartij Verenigd Rusland een nederlaag toe te brengen. Volgens Navalny was dat de enige mogelijkheid om nog invloed uit te oefenen in het stemhokje. Dat ergerde het Kremlin zo dat het tech-reuzen als Google en Apple dwong de app voor de parlementsverkiezingen uit hun appstore te verwijderen.

Volgens de onafhankelijke statisticus Sergej Sjpilkin, die al jarenlang verdachte uitslagen analyseert aan de hand van stemcurves, waren deze Doema-verkiezingen de meest vervalste ooit. Vrijwel alle onafhankelijke kandidaten werden van tevoren weggewerkt, in de verkiezingscampagne doken dode zielen op, stembussen werden voor het oog van de camera volgepropt met biljetten, er waren uitermate verdachte vertragingen (en navenant verrassende resultaten) bij het dankzij corona ingevoerde elektronisch stemmen: het hele fraude-arsenaal werd ingezet en Verenigd Rusland won met gemak.

Anders dan in Belarus brak er geen volksopstand uit. Omdat de overheid iedereen die zich ooit met fbk had geafficheerd door aan demonstraties mee te doen op voorhand tot potentiële extremist had uitgeroepen, bleef het doodstil op de straten en de pleinen van het land. De boodschap was overgekomen.

De opstand in Belarus is een nachtmerriescenario voor Rusland. Zowel Loekasjenko als Poetin was na de vervalste presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020 totaal verrast en de keiharde repressie in Belarus heeft beide heersers, bepaald geen vrienden, in elkaars armen gedreven. Rusland kan zich na Oekraïne geen tweede bufferstaat veroorloven die zich naar het Westen keert. Nu lijkt het erop dat de ongehoord wrede onderdrukking in Belarus een proeftuin voor het Kremlin is geworden: hoever kun je gaan en waar kom je mee weg? Welnu: naar blijkt met heel veel.

Journalist Ivan Safronov krijgt tijdens een hoorzitting verlenging van de aanklacht van landverraad, Moskou, 30 april © Lefortovsky District Court / ANP

Het afgelopen half jaar zijn in Rusland meer dan negentig media-organisaties en individuele journalisten tot ‘buitenlands agent’ verklaard, een stigma dat ze financieel lamlegt en dwingt tot allerlei bureaucratische regelgeving die hun voortbestaan bedreigt. Maar het is ook een etiket dat herinneringen oproept aan de paranoia van de Stalin-terreur, toen elke relatie met het buitenland gelijk stond aan landverraad.

Het is de grootste aanval op de persvrijheid die in Rusland sinds de afschaffing van de censuur onder Boris Jeltsin was ontstaan. Naast de ranzige propaganda en desinformatie van de staatsmedia en naast de commerciële media die artikelen op bestelling leveren, was er tot voor kort nog volop ruimte voor een aantal uitstekende onafhankelijke websites (Republic, Dozjd, de Novaja Gazeta, Meduza), _onderzoekscollectieven (Projekt, IStories, The Insider, fbk) en ngo’s die repressie aan de kaak stelden en arrestanten aan advocaten hielpen (Mediazona, OVD-Info, Rusland achter de tralies). Op de _Novaja Gazeta na zijn ze nu allemaal tot buitenlands agent verklaard.

Dat betekent niet alleen dat die persorganisaties letterlijk elk artikel dat ze publiceren (ook op sociale media) vergezeld moeten doen gaan van een vernederende tekst (in kapitalen) waarin ze zichzelf als spion afficheren, maar dat ze ook voortdurend extra financiële verantwoording moeten afleggen. Elke stap kan een misstap blijken, de gijzeling is compleet. De eerste boetes zijn al uitgedeeld, daarna kan gevangenisstraf volgen. Het betekent voor media dat hun advertentiemarkt wordt weggevaagd en dat het steeds gevaarlijker wordt voor Russische journalisten om ervoor te werken. Dat is een serieuze ondermijning van de vrije nieuwsgaring en kan leiden tot een terugkeer naar de sovjet-tijd, toen uit de Pravda totaal niet was op te maken wat er in de ussr aan de hand was.

‘Het is alsof ik aanwezig was op mijn eigen begrafenis’, zei onderzoeksjournalist Sonya Groysman (28) van Projekt na de bezorgde reacties in haar omgeving op het nieuws dat ook zij de geuzennaam ‘buitenlands agent’ gekregen had. Projekt is inmiddels opgeheven, hoofdredacteur Sergej Badanin is naar het buitenland uitgeweken en heeft daar een nieuw collectief opgericht, dat zelf maar direct voor de naam Agentstvo koos.

Maar de aanvallen op fbk en op de pers zijn niet het enige teken dat Rusland in rap tempo aan het opschuiven is in de richting van een dictatuur als Belarus. In de aanloop naar de verkiezingen zijn allerlei andere organisaties of individuen vervolgd. De nadruk wordt daarbij steeds vaker gelegd op spionage en landverraad. Een handvol voorbeelden.

Zelfs onschuldige bakvis-grappen op TikTok zijn de overheid een gruwel

Op 11 oktober werd Sergej Zoejev, de rector van de beroemde Moskouse Hogeschool voor sociale en economische wetenschappen, in het ziekenhuis aangehouden en veroordeeld tot huisarrest op verdenking van medeplichtigheid aan diefstal van 21 miljoen roebel (driehonderdduizend dollar) voor wetenschappelijk onderzoek. Tientallen studenten en medewerkers van de Sjaninka (zoals het instituut in Moskou wordt genoemd) hebben tegen zijn aanhouding geprotesteerd.

De Russisch-Britse Sjaninka is opgericht in 1995 en geldt als een van de betere wetenschappelijke instituten in Moskou. Volgens persbureau The Bell ergerde de band met westerse universiteiten de Russische veiligheidsdienst fsb en wordt Sjaninka beschouwd als een ‘echt broeinest van liberalisme’. Het instituut kreeg onder meer subsidie van de Open Society van filantroop George Soros, die in het Rusland van Poetin nu is geoormerkt als een ‘ongewenste organisatie’, nog zo’n term uit het handboek der geheime diensten.

Invloedrijke siloviki (functionarissen van de machtsinstituten) als de machtige Nikolaj Patroesjev, voorzitter van Poetins Veiligheidsraad en voormalig directeur van de fsb, hebben niet alleen een hekel aan vrije media maar ook aan universiteiten waar de studenten een ‘geest van verzet’ wordt bijgebracht. Ook de Moskouse Economische Hogeschool is al diverse malen op de vingers getikt omdat de studenten oproer kraaiden en wetenschappelijk medewerkers Navalny steunden. De leiding verbood studenten om aan politiek te doen en ontsloeg enkele medewerkers.

The Bell vergelijkt de arrestatie van Zoejev met de fraudezaak tegen de al te hippe toneel- en filmregisseur Kirill Serebrennikov van theater Gogol Centrum. Na een slepende rechtszaak (met anderhalf jaar huisarrest!) kreeg Serebrennikov een voorwaardelijk vonnis, maar zijn theater werd hem afgepakt en hij mag het land niet verlaten.

Beschuldiging van fraude wordt in Russische rechtszaken voortdurend misbruikt om kritische geesten weg te werken. Daar zijn tientallen voorbeelden van. Wie de rechtbankverslagen van de zaak tegen Serebrennikov leest, waant zich in de absurde toneelstukken van Beckett of Ionesco. Of in Gogols Dode zielen in de opvoering van Serebrennikov zelf. De films en toneelstukken van de gevierde regisseur worden op internationale festivals vertoond, terwijl hij het land niet meer mag verlaten.

De obsessie met spionnen heeft in Rusland een lange traditie. De tsaristische geheime dienst Ochrana was al een meester in het splijten van de oppositie met hulp van agents provocateurs. Onder Stalin nam die obsessie in de showprocessen gruwelijke vormen aan, waarbij de beklaagden schuld bekenden aan fictieve misdrijven (zie de onlangs weer in eye vertoonde film The Trial van de Oekraïense regisseur Sergej Loznitsa).

Maar ook in het Rusland van Poetin zijn spionagezaken (altijd handig achter gesloten deuren behandeld) de gewoonste zaak van de wereld. Tussen 1997 en 2020 zijn 110 Russen voor de rechter gesleept wegens spionage, van wie er 102 tot gevangenisstraf werden veroordeeld. Achttien van hen waren doodgewone wetenschappers en ingenieurs uit het militair-industrieel complex.

Een flink aantal van hen werd verdedigd door advocaat Ivan Pavlov, die zich met zijn team Komanda29 heeft gespecialiseerd in de moeilijkste zaken als landverraad, militaire geheimen en spionage. Pavlov werd op 30 april van dit jaar opgehaald voor verhoor en is het land inmiddels ontvlucht. De advocaat verdedigt onder anderen Ivan Safronov, militair onderzoeksjournalist, die al meer dan een jaar in voorarrest zit op volgens Pavlov absurde gronden. Pavlov zelf wordt nu aangewreven dat hij stukken uit dat geheime proces openbaar heeft gemaakt.

Pavlov had dit voorjaar ook de euvele moed gehad de extremisme-zaak tegen Navalny’s fbk op zich te nemen. ‘Men probeert mijn deelname aan processen te belemmeren en de effectiviteit van de voorbereiding op de verdediging van mijn cliënten te torpederen’, zei hij. ‘Maar hun belangrijkste doel is mij tot zwijgen te brengen, ervoor te zorgen dat u mij niet kunt horen.’ Pavlov hoopt de verdediging nu vanuit Georgië te kunnen blijven voeren.

Eind september publiceerde de fsb een lijst met onderwerpen die ‘op zichzelf’ geen staatsgeheim vormen, maar volgens de geheime dienst toch ‘gebruikt kunnen worden tegen de staatsveiligheid’ van Rusland, wanneer ze onverhoopt in handen komen van buitenlanders. De formuleringen zijn zo vaag dat ze een serieuze bedreiging vormen voor onderzoeksjournalisten, militair specialisten en advocaten die spionagezaken behandelen.

Dan is er de ontwikkeling van een ‘soeverein Runet’, dat het land moet kunnen afsluiten van het wereldwijde web. De overheid is er veel aan gelegen de invloed van internet op de jonge generatie in te perken. Navalny’s films op YouTube, de veelbekeken blogger Joeri Doed, die zich van sportjournalist ontwikkelde tot een van de meest kritische interviewers van het land, ja zelfs de onschuldige bakvisgrappen met een licht politieke ondertoon op TikTok zijn de overheid een gruwel. Diverse Tiktokkers zijn al verhoord door de politie of op school ter verantwoording geroepen door hun dociele docenten.

Lang dachten cyberexperts dat het de Russische overheid niet zou lukken de geest weer in de fles te krijgen. Anders dan China heeft Rusland in de jaren negentig het land onmiddellijk opengegooid, met dank aan Gorbatsjov en Jeltsin. Miljoenen Russen bewegen zich net zo makkelijk op Facebook en chatdiensten als de rest van de wereld. Maar er zijn alarmerende signalen dat het net zich hier ook aan het sluiten is.

‘Rusland verstevigt duidelijk zijn grip en een soeverein Russisch internet lijkt, technisch gezien, binnen handbereik’, schreef cyberexpert Mariëlle Wijermars van de Universiteit Maastricht naar aanleiding van de blokkade van Navalny’s app Slim Stemmen. Vooralsnog is het een gevaarlijke stap, omdat buitenlandse platformen als YouTube en Instagram ook in Rusland razend populair zijn. ‘Openlijke censuur is riskant. De maatschappelijke, politieke en economische gevolgen zijn moeilijk te voorspellen’, aldus Wijermars. Maar dat Rusland die stap gaat zetten, daaraan twijfelen de deskundigen niet meer.

Dat de IT-sector steeds meer in het gelid wordt gedwongen, bleek onlangs bij de arrestatie van Ivan Satsjkov, de jonge ceo van cybersecuritybedrijf Group-IB, ook weer op verdenking van spionage. De reden voor zijn arrestatie is vermoedelijk dat hij de Russische autoriteiten verweet dat ze weigeren de omvangrijke criminele hackers-scene in Rusland op te ruimen. De geheime diensten gebruiken Russische criminele hackersgroepen voor inmenging in (Amerikaanse) verkiezingen of voor het platleggen van internetdiensten in het buitenland. Satsjkov kan twintig jaar kamp krijgen en zijn arrestatie veroorzaakte een schokgolf onder de succesvolle jonge generatie IT’ers. Uit Belarus, waar alles rücksichtsloser gaat dan in Rusland, zijn het afgelopen jaar twintigduizend jonge IT’ers vertrokken. Staat dat ook in Rusland te gebeuren? Dat is de vraag. Rondom premier Michail Misjoestin heeft zich een uitstekend betaalde kaste van innovatieve nerds verzameld, voor wie het uitrollen van Runet een prachtige professionele uitdaging is. In vrijheid van meningsuiting zijn die niet geïnteresseerd.


Galina Timtsjenko sprak in haar Oktoberlezing van een ‘oorlog gericht op de totale destructie van de onafhankelijke pers’ in Rusland. Die oorlog valt niet te winnen, maar toch geeft Meduza niet op en leeft nu van crowdfunding. ‘Frankly speaking I have no hope’, zo besloot ze haar lezing met een grimas, ‘but there is no time to die.’ De Oktoberlezing van Galina Timtsjenko is terug te zien op YouTube