Vijf documentaires over vluchtelingen

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Deze week: vijf hartverscheurende documentaires over vluchtelingen van 2Doc Kort HUMAN.

Schipbreuk © Morgan Knibbe

Vijf korte documentaires over vluchtelingen op achtereenvolgende werkdagen. Een statement van HUMAN. Aanleiding is dat precies vijf jaar geleden twee schepen met vluchtelingen bij Lampedusa vergingen, waarbij 360 mensen, overwegend uit Somalië en Eritrea, verdronken. ‘De ramp opende onze ogen voor de vluchtelingencrisis’, zegt de omroep, en dat is zeker waar, al trok en trekt niet iedereen er dezelfde conclusies uit en kunnen blikken ook weer, al dan niet onverschillig, afgewend worden. De jonge Nederlandse regisseur Morgan Knibbe was op Lampedusa toen het gebeurde, en hij filmde. Zijn Schipbreuk opent het kwintet – een hartverscheurend document. Hij registreert, direct en rauw, wat zich op de kade afspeelt als daar de lijkkisten een schip in worden getakeld. De rouw, de wanhoop, het geschreeuw van de weinige vrouwen die overleefden maar partner of familieleden verloren en van wie een enkeling zich op een kist stort en die niet los wil laten; de pogingen tot troost en tot kalmeren door sommige mannen; de Italiaanse geüniformeerden die geen of heel weinig emoties hebben of kunnen, mogen tonen; de toeristen die toekijken(!); de vele perscamera’s bij al dat tomeloze verdriet, waar je je als kijker ook weer onbehaaglijk bij voelt, beseffend dat het ook een camera is die je dat toont.
Knibbe is geen persmuskiet maar een getalenteerd documentairemaker en precies dat is wat het voor je gevoel ‘verantwoord’ maakt naar deze ellende te kijken zonder je louter voyeur te voelen. Hij heeft het rouwbeklag ingebed in het gefluisterde verhaal van Eritreeër Abraham, die je bij begin tussen wrakken ziet lopen. Hij en zijn vrienden besloten naar het glorende daglicht te zwemmen. Een van hen raakte snel uitgeput en ze moesten afscheid van hem nemen. Een half uur later kon ook de ander niet meer en hij vroeg Abraham de families te vertellen wat er gebeurd was. Maar Abraham sleepte hem nog twee uur aan een arm mee, tot het echt niet meer ging. Hoe verder te leven na zoiets, vraagt de kijker zich onder veel meer af.

In de tweede film leren we de Franse olijf- en eierboer Cédric Herrou kennen, bekend uit krantenartikelen, omdat hij een Afrikaans gezin ’s nachts op de gevaarlijke weg van Italiaans Ventimiglia naar Frans Breil in zijn koplampen kreeg en hen tijdelijk onderdak bood. Wat hij daarna vaker deed, waarna hij probeerde betrokkenen (ook meest uit Somalië en Eritrea) verder op weg te helpen. Het fundament onder de beelden is zijn brief aan de procureur die hij voorleest. Die eiste acht maanden gevangenisstraf plus inbeslagname van zijn auto plus intrekking van rijbewijs, want hij rubriceerde het onder mensensmokkel. Waarschijnlijk ook vanwege verhoopte afschrikkende werking. Cédric schrijft een indrukwekkend J’accuse, behelzend dat de rechtsstaat van de procureur (in de Nederlandse titel ‘rechter’ genoemd, het gaat volgens mij om de officier van justitie) de zijne niet is – sterker, dat het niet die van de Franse Republiek is. Die is immers gebaseerd op vrijheid, gelijkheid, broederschap en op de bescherming van mensen- en zeker kinderrechten. Daarvoor hebben de voorouders gevochten.
We zien de aangeklaagde in zijn bergachtige omgeving en horen hem vertellen over de gevaren voor de vluchtelingen op weg en spoorbaan; over de doden die daar vallen; over de buitenproportionele politiemacht met getrokken wapens die ’s nachts bij hem binnenviel; en de traumatische effecten daarvan voor alle betrokkenen (vooral voor zijn gasten die toch al onvoorstelbare gevaren hadden gelopen om in Italië te belanden). En met pathos, maar uit de grond van zijn hart: ‘Ik zit liever in de gevangenis dan hier in het zonnetje te genieten zonder te helpen.’ Niet alleen J’accuse, maar ook: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. Portret van een principieel, moedig man.

Liefde in Calais geeft een beeld van het vluchtelingenkamp daar, vlak voor en tijdens de ontruiming, waarbij de tenten en hutjes werden afgebroken of in brand gestoken. En van de nieuwe, gecontroleerde voorziening met prefab bouwsels die daarna kwam. Maar de uitzichtloosheid voor de hoofdpersoon, een jongen uit Soedan, verandert niet. De hoop naar Engeland te komen wordt steeds ijler en hij lijkt dat ook af te reageren op zijn Spaanstalige vriendinnetje (hulpverlener?). Die is dol op hem, ondanks zijn woedeaanvallen die zelfs zijn vrienden over de schreef vinden. En dat terwijl hij in hun ogen een ongelofelijke geluksvogel is, dankzij die geliefde. ‘Waarom trouw je niet met me?‘ vraagt ze, maar hij zwijgt. Misschien kan hij beter terug naar Soedan, overweegt hij. Maar daar zullen ze hem te grazen nemen, zegt hij. En dat benadrukt zij, want ze wil niet dat hij weggaat. ‘Waarom zeg je niet tegen de autoriteiten dat we samen zijn?’ Weer zwijgt hij. Alles is natuurlijk ongemakkelijk op die plek, voor iedereen, en de kans om zijn droom waar te maken (Engeland, maar wat daar dan verder?) is minuscuul. Maar deze situatie voelt nog naarder.
Mij is niet duidelijk wat zij precies van huwelijk of verklaring van samenzijn verwacht, behalve dan liefde – maar ook die is en blijft kennelijk complex. Het lijkt of ze hem een status kan verschaffen, maar hoe dan? Kunnen ze nog voor de Brexit naar Engeland als hij met een Spaanse is getrouwd? Lijkt me stug. Daar zitten ze, naast elkaar, op het duin, kijkend naar de schepen die oversteken naar het beloofde land. Er rollen deprimerende teksten door het beeld over aantallen wachtende jongeren en hun trauma’s. Het is helder hoe groot de ellende is, maar voor mij cryptisch waar het de oplossing betreft van het meisje betreft.

Alweer hartverscheurend (ik heb geen ander woord) is nummer vier, Bericht van Hassan, dat zowel in Syrië als Nederland speelt. Hassan, vijftiger uit Hama, is gevlucht, in de hoop asiel te vinden waar zijn gezin hem kan volgen. We horen en zien de gesproken en gefilmde berichten die ze wisselen in deze wanhopige, lange periode van gescheiden zijn. Waarbij zijn vlucht levensgevaarlijk en onbetaalbaar is, terwijl de gevechten Hama steeds dichter naderen en voedsel daar steeds schaarser en duurder wordt voor het gezin. ‘Verkoop alles’, raadt Hassan vanuit ergens ver weg. Dan is al lang de extra tragedie van het gezin duidelijk geworden: oudste dochter Yomna heeft kanker en krijgt chemo die zowel onbetaalbaar is als niet helpt. We horen haar radeloze gesproken bericht aan papa die al dagen niets heeft laten horen, wat bepaald niet verwijtbaar maar wel afschuwelijk is. Dit aangrijpende document van Jiska Rickels krijgt een moment van opluchting als Hassan Nederland heeft bereikt en in het azc van Haarlem (voorheen koepelgevangenis) een kamer/cel heeft gevonden. En een tweede, na het noodgedwongen tragisch afscheid van het dierbare huis in Hama, als de familie per taxi naar Tripoli weet te ontkomen. De kijker hoopt op gezinshereniging op korte termijn! En op genezing hier van het kind.

De laatste film lijkt haast een vervolg, maar dan met andere personages. En er is beduidend meer licht en lucht. Vreemde gasten van Eva van Pelt gaat over drie van de 130 matches in de afgelopen twee jaar tussen vluchtelingen met tijdelijke status en gastheren/vrouwen/gezinnen die hen drie maanden in huis willen (en mogen) nemen. Het is een aandoenlijke film, en dat is bepaald niet neerbuigend naar maker of personages bedoeld. Het is nogal wat, drie maanden een logé (in één geval zelfs een gezinnetje van drie) terwijl het gezegde toch luidt dat gasten en vis drie dagen fris blijven. En terwijl het niet bepaald om villa’s gaat. Maar Jacobine, Linda en het stel Hanna en Gijs doen het mooi wel. Vooral omdat ‘de ander’ het nodig heeft, maar de ontvangers hebben er ook een belang bij, dat soms het gevoel van ‘goed doen’ overstijgt.
Linda is de meest opvallende: oudere vrouw alleen die nauwelijks een woord over de grens spreekt en haar Engels sprekende Arabische gast Majd trots wijst op haar Turkse(!) woordenboek dat waarschijnlijk vanwege vakanties is aangeschaft. Tja. Dus conversaties in onnavolgbare woorden- en gebarenmix. Maar aan het eind vertelt ze trots dat hij een soort moeder heeft gevonden en dat is haar van harte gegund.
Gelijkwaardiger lijkt de relatie tussen Jacobine en haar logé Ariya, beiden middle class. Jacobine is realistisch over het te verwachten gebrek aan privacy, maar als Ariya zich ontpopt als een jongen die alles van kleding, sieraden en make-up weet en zelfs haar halskettinkje om mag doen, begrijp je waarom ze zijn vertrek na drie maanden betreurt. Bij Gijs en Hanna ligt dat anders: die zullen de lasten van een inwonend gezin net iets groter vinden dan de lusten. Maar als Radwan, Asmah en hun kleine Anthoney een eigen huis krijgen zegt Hanna, die de meeste moeite had (‘een kindje van anderhalf maakt de hele dag geluid – blijkt’ – wat behoorlijk wereldvreemd klinkt) dat het een ervaring was die ze nooit had willen missen. En het huis zou best wel eens stil kunnen zijn, daarna. Alle 130 matches kwamen tot stand door Stichting Take Care Bnb, draaiend op vrijwilligerswerk. Zij worden bedankt evenals de gefilmden ‘die hun levens en huizen hebben opengesteld’.

Ten slotte: uit het beeldmateriaal dat ik ter beschikking kreeg bleek dat alle vijf filmpjes videoberichten van De Correspondent zijn. Lijkt me vermelding waard.


HUMAN 2Doc Kort, van maandag 8 tot en met vrijdag 12 oktober, NPO 2 rond 22.45 uur.

Morgan Knibbe, Schipbreuk, maandag.

Christine Pawlata, Nicola Moruzzi, Cédric: Brief aan de rechter, dinsdag.

Guillermo F. Florez, Àlvaro Guzmàn Bastida, Verliefd in Calais, woensdag.

Jiska Rickels, Bericht van Hassan, donderdag.

Eva van Pelt, Vreemde gasten, vrijdag.