Vijf zielen

Is uw persoonlijkheid ook zo complex als de mijne? Er wonen vijf zielen in mijn borst. Deze letterkundige verwijzing (Goethe) nam mijn dierbare Hendriksma voor zijn rekening. Daar zou mijn Janssen nooit op komen. Die heeft maar een ding aan zijn kop: Ajax.

U leest het goed. Ik stop mijn ikken niet in een en hetzelfde hok, zoals onze omgeving het graag zou zien. Zij hebben allemaal een eigen ap-par-te-ment, zoals mijn Falleaux, een bon vivant met Franse inslag, pleegt te zeggen. Zij kunnen het goed met elkaar vinden. Als ze ruzie dreigen te krijgen, gaat gewoon de deur op slot. En klaar is Kees. Want Kees ben ik natuurlijk ook.
Het is voor u wellicht leerzaam te vernemen hoe deze zo uiteenlopende persoonlijkheden met zichzelf in het reine komen. Spaar ons voor democratie! Daar komt alleen maar stront van, zegt Kees, terwijl Falleaux bevestigend ‘Merde’ mompelt. In het flatgebouw van mijn ziel regeert de wet van de sterkste. Dat is telkens een ander. Als Janssen naar het stadion wil, moet Hendriksma zijn bundel Vergilius-verzen noodgedwongen terzijde leggen. Maar u hoeft met Hendriksma geen medelijden te hebben. Die komt wel aan zijn trekken, bijvoorbeeld als hij met Pietersen naar de hoeren gaat. Pietersen is keurig getrouwd en ziekelijk trouw. Als Hendriksma kreunend voorthobbelt, staat Pietersen half verregend op de stoep en kreunt: 'O, o, o, al dat weggegooide geld! Daar kon ik beter een bloemetje voor mijn Tine van kopen.’ Dat doet hij dan ook prompt.
Tine weet natuurlijk af van Hendriksma’s bestaan. Ze zegt altijd: 'Ga gerust met die viezerik om. Het hoort erbij; hij is nu eenmaal je baas. Als je maar weet dat ik hem niet over de vloer wil hebben. Hij is een slecht voorbeeld voor onze Jantje. Die moet een kerel uit een stuk worden, net als jij.’