Vijftig jaar maar nog altijd aantrekkelijk

Franz Werfel
Eine blassblaue Frauenschrift

Die ene keer in Wenen natuurlijk naar de Staatsoper geweest, waar Martin van Amerongen regelmatig kwam. Een merkwaardig déja-vu: dit pompeuze Franz-Joseph-geheel kende ik. Niet door Martins beschrijving maar door de camera’s van Axel Corti, Oostenrijks tv-regisseur. Diens dramaproductie Eine blassblaue Frauenschrift uit 1984_,_ naar een novelle van Franz Werfel (1941), eindigt in een operaloge. Daar zit Leonidas Tachezy. Van eenvoudige komaf, maar door huwelijk met Amélie rijk en topambtenaar op onderwijs. Vijftig jaar maar nog altijd aantrekkelijk. Hij doezelt weg bij de muziek: die oktoberdag in 1936 heeft het uiterste van hem gevergd. Een enveloppe bij de ochtendpost, waarop zijn naam en adres in een lichtblauw vrouwenhandschrift, lijkt zijn huwelijksgeluk, welvaart, aanzien weg te vagen. De brief bevat een verzoek om een plek op een Weens gymnasium voor een jongeman die ‘om bekende redenen’ in Duitsland zijn middelbare school niet af mag maken. Afzender is de joodse Vera Worms, met wie Leonidas, achttien jaar eerder, kort na zijn huwelijk, op dienstreis in Duitsland een relatie had. Ze wist niet dat hij getrouwd was en hij liet, terug in Wenen, nooit meer iets horen. Hij vermoedt dat het om haar zoon gaat. En dat hij de vader is. Die dag slingert hij tussen trots (zijn huwelijk is kinderloos) en angst; tussen biecht en zwijgen, moed en opportunisme. Op zijn werk steekt de normaal zo diplomatieke ambtenaar, vermoedelijk vader van een half-joodse zoon, die dag eventjes zijn nek uit: zijn gematigd antisemitisme verzet zich tegen de rabiate variant van de Duitse machthebbers, waarvan de echo ter vergadering op zijn Weense ministerie al te horen is.

Medium franz 20werfel

Maar meteen heeft hij spijt. Zijn vrouw wil hij de waarheid vertellen maar hij laat het moment voorbijgaan. Uiteindelijk laat hij het op alle vlakken afweten, persoonlijk en politiek. Een dag lang zweeft hij boven de afgrond maar hij landt met behoud van al zijn verworvenheden. Opgelucht naar de opera. Maar terwijl hij in slaap valt bij de muziek ‘heeft Leonidas het onzegbaar heldere besef, dat hem vandaag een kans op redding is geboden, vaag, met gedempte stem, onduidelijk, zoals dergelijke aanbiedingen altijd zijn. Hij weet dat hij de kans niet gegrepen heeft. Hij weet dat er geen nieuwe kans meer komt.’ Einde. En de lezer weet dat Leonidas bij de Anschluss, twee jaar later, niet zal juichen maar wel beschaafd applaudisseren. En dat Franz Werfel toen moest vluchten.

De novelle is knap. Geen Joseph Roth, toch mooi. Maar de tweedelige televisiefilm is een meesterwerk, passend in de internationale canon van het tv-drama. Nog beeldender, nog helderder, de kijker nog meer confronterend met de Leonidas in zichzelf. Soms overtreft de film het boek.

Vanaf mijn plek keek ik naar de loge waar hij sliep. En vroeg me af waar Martin had gezeten. En of hij novelle of film kende. Ik zag een perfect gezongen Nozze di Figaro in gutbürgerliche aankleding en regie. Daar hield Martin van. Voor hem geen Wieler- en Morabitofratsen.

P.S. De serie lijkt niet op dvd verkrijgbaar. De novelle is leverbaar in het Duits: Fischer Taschenbuch, 1990, zestiende druk (www.amazon.de meldt nog twee exemplaren). De Nederlandse vertaling van Mark Rummers, Het lichtblauwe handschrift van een vrouw, 1988, schafte ik ooit aan bij De Slegte