Villa hommeles ‘we hebben geen hoekje om in weg te kruipen. je durft bijna niet meer te roddelen’

OVER EEN DING is iedereen het eens: het nieuwe VPRO-gebouw in het Mediapark van Hilversum-Noord, officieel de VPRO-villa geheten, is een statement. Gelegen tussen de troosteloze kantoorbunkers van NOB, John de Mol Produkties en wat dies meer zij is het een oase van speelsheid, improvisatielust, postmoderne ironie en lichtvoetigheid met betrekking tot alle architectonische conventies.

De VPRO-villa oogt van buiten als een reusachtige Rietveld-villa op poten, badend in felblauw junkenlicht; van binnen ziet ze er soms uit als een ondergronds hoofdkwartier van Dr. No in een James Bond-film. Het personeel van de VPRO, voorheen opererend in dertien afzonderlijke villa’s in Hilversum, is nu ondergebracht in een groot labyrint van hangende trappen, pijpleidingen, kale betonnen vloeren (hier en daar al bedekt met Perzische tapijten) en asfalt. De programma-afdelingen zitten in een soort gigantische etalage, bloksgewijs op verschillende hoogtes naast elkaar gestapeld, verbonden door trappetjes en vervaarlijk wiebelende hangbruggetjes. Dwalend in dit doolhof stuit men van de ene op de andere verrassing.
Bij de entree, na de receptie, is een trap die de optisch ontregelende prenten van Escher in herinnering roept; de treden zijn ongelijk, halve boomstammen doen dienst als leuning. Andere delen zijn weer opgetrokken van metaal, zoals een radiostudio die het uiterlijk heeft van een peeskamer op de Wallen. Enige compartimenten ogen als een Zweedse sauna, geheel vervaardigd van hout. Gigantische kantelramen doen het complex baden in het licht. Het hoge plafond van het restaurant is overdekt met bidonville-achtige golfplaten, om de medewerkers ook bij het nuttigen van de voortreffelijke Italiaanse pasteitjes te herinneren aan de condition humaine in de sloppenwijken van Calcutta. Op het dak bevindt zich een graspartij, alwaar afgelopen zaterdag - tijdens een van de vele feesten waarmee afgelopen dagen het nieuwe seizoen en het nieuwe hoofdkwartier voor officieel geopend werd verklaard - ter vergroting van het landelijke gevoel enige dieren van een kinderboerderij vredig stonden te grazen.
Afgelopen zaterdag duikelde een van de geitjes overigens van het dak af. Het werd daarmee gelijk een martelaar voor de tegenbeweging die inmiddels binnen het VPRO-personeel is opgestaan. Want het verlangen naar de oude VPRO-villa’s, het melancholische eilandenrijk aan de ’s-Gravelandseweg en omgeving, alwaar prinses Juliana nog weleens een kopje thee dronk met dominee Spelbos, groeit met de dag.
HET WAS zakelijk directeur Hans van Beers die in 1993 zijn volle gewicht in de schaal wierp om het nieuwe gebouw van de VPRO te laten ontwerpen door het jonge Rotterdamse architectentrio Winy Maas, Jacob van Rijs en Nathalie de Vries. Het was een sprong in het diepe. Het bureau had nog maar bitter weinig ervaring. Afgezien van een openluchttheater in Delft (capaciteit: tachtig zitplaatsen) was geen van hun ontwerpen ooit uitgevoerd. Prijzen en eervolle oorkonden waren er wel, zoals voor hun ontwerp voor 284 woningen, winkels en kantoren in het Berlijnse stadsdeel Prenzlauer Berg. Maas en Van Rijs klusten er bij in dienst van grootmeester Rem Koolhaas, De Vries had gewerkt voor het bureau Mecanoo. Zelfs geld voor een redelijke behuizing ontbrak. De drie musketiers van de architectuur maakten hun eerste ontwerpen aan twee tekentafels in een slaapkamer, voortdurend gehinderd door katten, omvallende bekers koffie en het gesnurk van logés.
Het was daarom een geschenk uit de hemel toen MVRDV begin 1993 werd gebeld door de VPRO. De omroep had eindelijk de knoop doorgehakt en besloten de dertien afzonderlijke villa’s te verlaten en zich te vestigen in één groot hoofdkwartier. Er was een architectuurcommissie in het leven geroepen onder leiding van Hans van Beers, die zich liet bijstaan door ir. Gerrit Oorthuys, oud-docent aan de TU in Delft, ex-rijksbouwmeester prof ir. Tjeerd Dijkstra, directeur Rudi Fuchs van het Stedelijk Museum, en bouwkundig adviseur ir. Wim Hoosemans van bureau Heidemij Advies. Namens de VPRO zaten verder nog programmamaker Hank Onrust en hoofd Algemene Zaken Ackelien Hendriksen in de commissie.
DIT GEZELSCHAP was danig onder de indruk gekomen van een boekje met hemelbestormende ontwerpen dat MDRVD onder de titel Statics had uitgegeven. Zozeer zelfs dat Van Beers c.s. voor een nadere kennismaking een bezoek aan het MDRVD-kantoor wilden brengen. Dat stelde Maas, Van Rijs en De Vries dus voor een probleem: hun armzalige accomodatie zou de VPRO-commissie weleens de indruk kunnen geven dat ze te maken had met een stelletje losers. Haastig werd voor een week een imposantere ruimte in het Bedrijvenverzamelgebouw aan de maasstedelijke Vierhavenstraat gehuurd om de juiste indruk te geven. Op de dag des oordeels werd een groep vrienden als figuranten ingehuurd, die heen en weer renden met documenten en ook zorgden voor een onophoudelijke kanonnade van rinkelende telefoons. Het was een The Sting-achtige operatie, zo gaven de drie later toe, maar het verlangen naar de VPRO-opdracht was te desperaat om wel middel dan ook te schuwen.
De list slaagde. Nog diezelfde dag kreeg het architectenbureau het jawoord van de VPRO. Vooral ‘de niet te stuiten levenslustigheid’ ten kantore van de drie jonge honden was een argument voor de VPRO-commissie om met hen in zee te gaan, zo gaf commissielid Oorthuys later toe. Van Beers gaf het trio carte blanche, zoals hij dat ook met programmamakers van de omroep pleegt te doen.
DE VILLA IS een versteend VPRO-programma, wordt wel gezegd; het temperament van de voorheen vrijzinnig-protestantsche is ermee veruitwendigd. Van Beers is inmiddels al een beetje moe van de metafysische duidingen die op zijn levenswerk worden losgelaten. 'Ik hoor al mensen praten over het statement dat men wilde maken met de kleine wc’s’, zegt de manager, voorheen onder meer opererend bij Pinkpop en het Rotterdams Philarmonisch Orkest. Maar hij geeft toe dat de VPRO-villa een symbool mag worden genoemd van de nieuwe geest die moet gaan waaien. 'Dat zou althans mooi meegenomen zijn.’
Boudewijn Paans, hoofdredacteur van de VPRO-gids: 'Het is een spannend gebouw, en het is te hopen dat daar spannende programma’s van zullen komen.’ VPRO-voorzitter Sybren Piersma: 'Dit gebouw is een symbool voor een zonnige toekomst.’
Niettemin - of misschien juist wel daarom - is het nieuwe VPRO-gebouw het onderwerp van felle polemieken, zowel binnen als buiten de omroep. Medewerkers klagen over 'de dicatuur van het design’ en stellen dat hun belangen ondergeschikt zijn gemaakt aan architectonische geldingsdrang. Het gebouw wordt schamper tot symbool verklaard van de autocratischer koers die de omroep zou gaan varen. 'Het mag meer dan symbolisch heten dat van het gehele personeel nu alleen de directie en de postafdeling beschikken over eigen kamers’, zegt Peter Flik, de veteraan van de VPRO-radio die met pijn in het hart zag hoe de omroep enige tijd geleden defintief afscheid nam van de dertien villa’s. 'Het is wel een beetje wonderlijk dat de totstandkoming van dit nieuwe gebouw geheel en al van bovenaf is gedicteerd’, aldus Flik. 'Dat zie je niet veel meer tegenwoordig. Met de programmamakers is eigenlijk geen rekening gehouden. Het is daarom een gebouw geworden dat zich heel goed leent om er elke dag in te feesten. Maar erin werken, dat wordt moeilijk.’
Het allergrootste pijnpunt van de critici is de akoestiek van het gebouw. In de grote, zwembadachtige ruimtes waar de diverse deelredacties verblijven, smelten alle telefoongesprekken samen in één grote, allesverdovende bel die tot concentratiestoornissen en aanhoudende hoofdpijnen schijnt te leiden.
Radiomaakster Astrid Nauta van het programma OVT: 'Vroeger had ik het nooit in de gaten, maar bijna iedereen bij de VPRO draagt laarzen of schoenen met van die klomphakken. Ik zit de hele dag tussen dat gestamp. Als je een boek wilt lezen kun je het wel schudden. Ik heb met een paar kasten nu een beetje isolement kunnen creëren, maar het blijft behelpen.’
Eigen initiatieven van het personeel aangaande de inrichting van de ruimte zijn echter niet gewenst. Het design is heilig. Zelfs de prullebakken zijn niet meer naar eigen keuze. De redactie van het wetenschappelijke tv-programma Noorderlicht belandde in een polemiek met de jonge architecten over de hoogte van de boekenkast. Noorderlicht-redacteur Rob van Hattum: 'Het door ons gewenste exemplaar bleek te groot.’
Als wetenschapsman bestrijdt Van Hattum overigens een door de tegenstanders van het gebouw verspreid gerucht dat de hoofdpijngolf van de afgelopen weken zou worden veroorzaakt door de betonkleurige coating die hier in daar is aangebracht en al begint te bladderen. Deze laag zou een geheime chemische formule bevatten, zo wilde een X-file-achtige komplottheorie die in de wandelgangen van de VPRO kan worden beluisterd. Een speciaal team van chemische analisten zou tot nader onderzoek overgaan. Van Hattum: 'De substantie lijkt mij ongevaarlijk.’ Hoofd Algemene Zaken Ackelien Hendriksen: 'Die hoofdpijnen komen gewoon door de akoestiek. Ik had het zelf ook. Daar moeten nog een paar maatregelen voor verzonnen worden.’
De klachten over de akoestiek strekken zich ook uit tot de studio’s. Medewerkers van Radio 3 verzekeren dat er in hun studio zulke afwijkende technieken zijn gebruikt dat er bizarre stemvervormingen optreden bij de presentatie. 'In alles wat je zegt, sluipt een soort aanhoudende s-klank. Wat je ook doet, je krijgt hem er niet uit.’
ANDERE medewerkers klagen over het gebrek aan privacy. 'De programmamakers hebben geen hoekje om ergens weg te kruipen. We zitten er met z'n allen boven op elkaar gestapeld in en soort veilinghal. Je durft bijna niet meer te roddelen, je hebt altijd het gevoel dat er iemand meeluistert’, aldus een anonieme klaagster. Een ander spreekt over een 'gebouw met oud-communistische neigingen’: 'Alles moet in het collectief.’ Geklaagd wordt ook over de broeikasachtige warmte die zich meester maakte van het restaurant tijdens de afgelopen hittegolf.
Maar de experimentele trap bij de ingang tot het hoofdkwartier, met zijn bedriegelijke treden, blijft vooralsnog de grootste steen des aanstoots. Sarah Verroen, maakster van het radioprogramma De avonden: 'Jonge gezonde mensen die elke zomer op vakantie gaan in de Himalaya, zullen geen moeite hebben met die trap. Maar bij de VPRO werken procentueel gezien onevenredig veel neuroten. Het is maar een kwestie van tijd voordat de eerste ervan afdondert.’
Boudewijn Paans, die de beruchte trap enige weken terug als eerste testte onder de uitroep: 'Als ik het kan, kan iedereen het’, geeft toe: 'De eerste prijs van de Gehandicaptenraad zullen we met dit gebouw niet in de wacht slepen.’ Inmiddels heeft de Dienst voor Bouw- en Woningtoezicht de trap in kwestie afgekeurd. Ackelien Hendriksen: 'Er komt straks nog een grote leuning bij.’
Dezelfde risico’s worden veelvuldig in verband gebracht met de asfaltglooiing die twee verdiepingen aan elkaar koppelt. Met graagte citeren de tegenstanders van het complex Max van Rooy, architectuurcriticus van NRC Handelsblad, die na een bezoek aan het complex sprak van 'een inhumaan gebouw’.
De campagne tegen de nieuwe behuizing wordt grotendeels in de cafés of bij de mensen thuis gevoerd. Er bestaat een zekere terughoudendheid om openlijk kritiek te leveren. De VPRO-villa is een symbool van nieuwe aspiraties, het geesteskind van de leiding, en daartegen durft men ook bij de anti-autoritaire VPRO niet al te heftig op te staan. De nieuwe VPRO is strenger dan tevoren, zegt men.
Een veeg teken in die richting, aldus anoniem te blijven informanten, hier geparafraseerd met een beroep op het journalistieke verschoningsrecht, is het nieuwe hondenbeleid van de omroep, dat wordt omschreven als 'een soort toegepaste WAO-wet van paars’. Honden die al vertrouwd waren met de oude VPRO-villa’s mogen er nog wel in, maar nieuwe honden worden niet geduld. De vele hondenliefhebbers van de VPRO zien daarin een duidelijke verzwakking van het anarchistische temperament.
HET WAS uitgerekend een VPRO-medewerker die de oorlog tegen de 'dictatuur van het design’ in gang zette met een polemische bijdrage in NRC Handelsblad. Herbert Blankensteijn, freelance medewerker van het VPRO-programma De vrolijke wetenschap, beschreef het gebouw als een aaneenschakeling van 'verwijtbare blunders’: 'Nu er in het gebouw twee maanden is gewerkt kan worden vastgesteld dat dit het zoveelste gebouw is waarbij architecten de vormgeving (en dus de eigen roem) hebben laten prevaleren boven het comfort van degenen die er moeten werken’, schreef hij. 'De VPRO kan zich maar beter vast verzekeren tegen schadeclaims en gaan onderzoeken hoe ze bij de bouw van de volgende huisvesting uit de klauwen van de vormgevers blijft.’
Inmiddels heeft Blankensteijn naar aanleiding van zijn stukje een brief van directeur Van Beers gehad. Blankensteijn: 'Hans van Beers schreef me dat hij niet boos was maar wel erg verdrietig over mijn stukje. Nou, dat moet dan maar. Ik ben zeker niet de enige die grote bezwaren heeft tegen het gebouw. Ik schreef het stukje namens menig personeelslid en ook na de verschijning liepen de adhesiebetuigingen binnen.’
Na de eerste lyrisch getoonzette recensies die in de pers over de villa van de VPRO verschenen, wordt de toon allengs kritischer. Directeur Van Beers blijft er sceptisch over: 'Het is natuurlijk een illusie om te denken dat er geen kritiek komt als je zo'n gebouw neerzet. Maar ik vind dat veel van de verwijten een hoog tante Betje-gehalte hebben. Bovendien, we hebben er een slordige veertig miljoen gulden aan besteed, dus het duurt wel even voordat het is afgeschreven. Voorlopig blijven we hier.’
Nathalie de Vries, een der architecten van MVRDV: 'Ik word een beetje gek van al die kritieken. Het gebouw is nog niet eens helemaal klaar en nu heeft iedereen er al een afgeronde mening over. Die akoestische problemen bijvoorbeeld hadden we al verwacht, die gaan we nog een voor een oplossen met gordijnen, wanden en meubels.’
'Ik heb altijd al een geheim verlangen gehad om door middel van bouwwerken de maatschappij te beïnvloeden’, zo staat De Vries geciteerd in een boek dat de VPRO het licht deed zien over de 'wording van een wondere werkplek’. Dat verlangen is waargemaakt, aldus De Vries: 'De vroegere VPRO van die dertien villa’s was een eilandenrijk. Al die afdelingen zagen elkaar nooit, contact was er niet. Met dit ontwerp wordt dat isolement doorbroken. Ik ben al mensen van de VPRO-radio tegengekomen die tegen me zeiden: “Er is een wonder gebeurd vandaag. Ik heb een medewerker van de televisie gezien.” De VPRO gaat een nieuwe periode tegemoet, en het gebouw weerspiegelt dat.’
NIETTEMIN dreigen tegenstanders van het nieuwe gebouw met boycotacties. Enthousiast begroetten zij het optreden van Kees van Kooten en Wim de Bie, afgelopen vrijdag tijdens het feest voor het nieuwe VPRO-huis. 'Het is een schitterend, enerverend gebouw’, aldus Van Kooten. 'Het is postmodern, neopositief, en iedere morgen is het een enorme vreugde om er binnen te treden. En je bent nog blijer als je het aan het het eind van de dag weer ongedeerd hebt weten te verlaten.’ De Bie trad op als Aad Nuis en opperde dat het gebouw werd gedoneerd aan het ministerie van Landbouw: 'Het leent zich heel goed voor een varkensfokkerij.’ Ook dacht hij aan de familie Gümüs. 'Het zou een prachtige kleermakerij zijn.’ Van Kooten: 'En die illegalen zie je hier ook gelijk.’
De Bie’s act was geïnspireerd door de kritiek die de echte staatssecretaris van cultuur tegen de VPRO-nieuwbouw heeft geuit. De bouwwerkzaamheden waren al in volle gang toen Nuis eerder dit jaar een brief aan de VPRO schreef waarin hij sommeerde dat het project onmiddellijk werd stopgezet. Reden: de penibele financiele situatie van het nationale omroepbestel. Om diezelfde reden sprak Nuis zijn veto uit over de nieuwbouwplannen van KRO, Avro en NCRV. Het was aan de managementkwaliteiten van Hans van Beers te danken dat Nuis zijn actie tegen het VPRO-gebouw korte tijd later weer inslikte, anders was de VPRO, die de dertien villa’s toen al had verkocht, op straat komen te staan.
VOORSTANDERS van het Gebouw zijn er ook. Zoals Karel Glastra van Loon van het tv-actualiteitenprograma Lopende zaken: 'Iedereen die het een shitgebouw vindt, moet maar bij de NOB of de NMB gaan werken. Daar heb je hele overzichtelijke gangen met allemaal kamertjes. En voor de mensen die roepen waar de vloerbedekking blijft, is het helemaal over. Die moeten maar eens voor een baantje bellen bij Aegon of een andere leuke verzekeringsmaatschappij.’
Ook tv-hoofdredacteur Hans Maarten van den Brink, voorheen NRC Handelsblad, bestrijdt de kritiek waar hij maar kan. 'Het gevaar bestaat dat dat gezeur over kamers en echo’s alles gaat overheersen’, meent hij. Van den Brink wijst erop dat de VPRO met haar nieuwe tempel een duidelijk standpunt heeft ingenomen in de hele Hilversumse mediapolitiek: 'Dit gebouw is totaal eigenzinnig. Het is door niemand anders te gebruiken dan door de VPRO. Anderen hebben er niets aan. Zie je hier al een bank zitten?’
Van den Brink gelooft in de metafysische werking van het nieuwe hoofdkantoor. 'Ik noem dit een “fuck you”-gebouw. Met dit gebouw steekt de VPRO de tong uit naar al die vergadertijgers in Hilversum en omstreken die ons maar al te graag zouden opheffen en inbedden in de grotere structuren. Dit gebouw versterkt onze autonomie.’
Aanvankelijk lag het in de bedoeling dat bureau MVRDV de gebouwen voor alle zendgemachtigden van Nederland 3 zou ontwerpen. De RVU ging met een even avantgardistisch ontwerp akkoord en verblijft daar inmiddels al in. De Vara schrok er echter voor terug. Van den Brink ziet dat als een architectonische weerslag van de stand van zaken in omroepland. 'Het is een teken dat de VPRO zich niet zo makkelijk laat inblikken in de formules van het omroepwezen, en dat wordt de komende tijd belangrijker dan ooit. Van alle kanten worden we geconfronteerd met pogingen om ons klein te krijgen. Vanuit het ministerie krijgen we bijvoorbeeld het bevel om voortaan een kwart van onze zendtijd uit te besteden aan onafhankelijke producers, die lui die ooit het bestel verlieten om meer geld te kunnen verdienen en die nu met hangende pootjes terugkomen. Ik voel daar dus helemaal niets voor. Daarnaast wordt ons vanuit Den Haag een soort supermanagersrol voor het gehele derde tv-net opgedrongen, iets wat we ook al helemaal niet zien zitten.
Het is belangrijker dan ooit dat de VPRO eigengereid blijft. En als het dan allemaal mislukt, nou, dan kunnen we van dit gebouw altijd nog een house-tent maken. Dan zorgt Hans voor het bier en doe ik de pillen.’