Villa kleinburger

In De Groene van vorige week bespreekt René Zwaap uitvoerig het nieuwe VPRO-gebouw. Nu ja, niet zozeer het gebouw kwam aan de orde alswel de beleving ervan. Een hele rij VPRO-medewerkers spuwde zijn gal over het arbeidsklimaat in het nieuwe onderkomen. Zo ontbreekt het aan voldoende ‘hoekjes om in weg te kruipen’, kun je ‘niet meer roddelen’ en mogen de mensen ‘hun eigen prullenbakken niet meer uitzoeken’. Voorts schijnt er een kwalijke coating te zijn gebruikt, wordt het snel warm en zitten de mensen in elkaars zicht op een manier die aan collectivistische terreur doet denken. Ten slotte zijn de hondenbezitters gedupeerd door een nieuw viervoeterbeleid. Met andere woorden, het is niet prettig toeven in de nieuwbouw van ‘s lands vrijgevochten omroep. Hoe diep de frustratie gaat, bewijst het feit dat zelfs Koot en Bie hun feestrede bij de opening aan de ongemakken van het gebouw wijdden.

Het is weer eens zover, de architectuur heeft voor een schandaal gezorgd en ditmaal is nu eens niet Carel Weeber of Rem Koolhaas het middelpunt van kritiek, maar een jong architectenbureau uit Rotterdam, dat opereert onder de naam MVRDV. Jong maar kennelijk niet in staat om naar ‘de mensen’ te luisteren.
Het is natuurlijk een bekend verhaal. Als het spreekwoordelijke dak lekt kun je nog zo'n vernieuwend, geestrijk en speels gebouw hebben ontworpen, het verdict zal worden uitgesproken. Je hebt de mensen leed aangedaan. Alle creativiteit die in de architectuur nog op te brengen valt, wordt in één keer tenietgedaan door ongemakkelijkheden in het dagelijks gebruik. Zelfs als dat gebruik nog nauwelijks op volle toeren is en er nog van alles moet gebeuren in het gebouwbeheer. En het zou natuurlijk ook nooit zo breed worden uitgemeten indien de klachten niet van gearriveerde mediapersoonlijkheden afkomstig waren, maar van willekeurig personeel van een willekeurig kantoor in de marktsector.
De kritiek op het nieuwe VPRO-gebouw strekt zich inmiddels uit over een groot deel van het medialandschap. En steeds draait het om het geringe gebruikscomfort. Dat is jammer, want op grond van andere maatstaven is er veel meer op dit gebouw aan te merken. Zo blijft het merkwaardig dat de concentratie van alle medewerkers op één plek als een programmatische verdienste wordt gezien. De huidige praktijk van gedegen tactische televisie, om de VPRO-aanpak maar even zo te noemen, is juist gebaat bij een guerrilla-achtig werkproces. De knieval voor het machtsspel in het publieke bestel door sterk te gaan staan als één omroep, kan uiteraard met geen enkel gebouw, hoe fantasierijk ook, worden gecompenseerd. Een corporate identity voor de VPRO is een paradox, zelfs indien verzorgd door jonge honden uit Rotterdam.
Wat de overdreven aandacht voor de gebruiksklachten verder onderbelicht laat, is de verkenning van een nieuw ruimteconcept dat in het gebouw plaatsvindt. Na eeuwen lippendienst te hebben bewezen aan een geometrische orde, staat ook de architectuur op de drempel van een tijdperk van 'gekromd’ denken. Hoe je het ook wendt of keert, in die zin is er architectonisch sprake van een mijlpaal. Tegelijkertijd kun je de architectuur maar nauwelijks de weg verwijten waarlangs zulke mijlpalen worden gezet. De richting die dit vak is ingeslagen, hangt goeddeels van andere factoren af. Het opmerkelijkst aan het negatieve mediaoffensief is dat weer eens blijkt hoe de weldenkendste journalisten bij het onderwerp stad en architectuur plotseling een misprijzende toon aanslaan die doet denken aan een buurvrouw die klaagt dat je nooit het stoepje veegt. Een gevel die vloekt met zijn omgeving, hoog gras rond een amsterdammertje, het is allemaal reden tot klagen. Zwaap verkeert in het goede gezelschap van Kousbroek, Komrij, Pam, Hofland, Van Gogh en vele anderen die bij architectuur terugvallen in de kleinburgerlijkheid van de stem des volks.