Kunst

Vincent in Verney

Kunst: Van Gogh and Britain

Lang bestond het idee dat de Britten weinig van Vincent van Gogh moesten hebben. Het was inderdaad geen liefde op het eerste gezicht toen in 1910 enkele schilderijen van de Nederlandse schilder werden getoond op de tentoonstelling Manet and the Post-Impressionists. De critici wisten letterlijk niet wat ze zagen. Over Korenveld met kraaien schreef de recensent van The Tatler: «Ik zei dat het een prairievuur was. Mijn maat hield het bij een zandstorm. Iemand naast ons deed een duit in het zakje met de opmerking dat het de Great Fire van Londen betrof, terwijl een andere vreemdeling de rook zei te zien van een ham-omelet.»

Een goede eeuw later zijn de Britten redelijk over de expressionistische schok heen en behoort Van Gogh tot de publieksfavorieten. De jongste detectiveroman van de scandaleuze politicus Jeffrey Archer draait om een gestolen Van Gogh en Vincent in Brixton was een paar jaar terug een kraker op het West End, al ging dit toneelstuk niet primair over zijn artistieke gaven. Van Gogh heeft tijdens zijn Engelse periode nooit serieus geschilderd. Hij werkte als onderwijzer, na te zijn ontslagen als kunsthandelaar. Tegen het einde van zijn leven zou hij broer Theo aanraden om met diens kunsthandel naar Engeland te gaan: «Afgezien van het klimaat is het oneindig beter dan Congo.»

Kunsthandel staat centraal in Van Gogh and Britain: Pioneer Collectors op het landgoed Compton Verney van de filantroop Peter Moores in het graafschap Warwickshire. Deze tentoonstelling gaat niet over Van Goghs eigen handel, maar over de handel van zijn schilderijen door Britse kunsthandelaren en -verzamelaars voor de Tweede Wereldoorlog. Curator Martin Bailey, auteur van Van Gogh in England: Portrait of the Artist as a Young Man, wil hiermee laten zien dat de relatie tussen Van Gogh en de Britten minder moeizaam op gang is gekomen dan altijd werd verondersteld. Ondersteunend bewijs hangt er in de vorm van Study for a Portrait of Van Gogh VI van Francis Bacon, een andere schilder die nooit de onvoorwaardelijke liefde van de Britten heeft genoten.

Aan de hand van de 26 geëxposeerde Van Goghs – en een beroemde vervalsing die onlangs opdook in een kasteel te Wales – vertelt de organiserende National Galleries of Scotland het verhaal van de Britse kunstverzamelaars die de Nederlandse «maverick» al snel op waarde hadden geschat, onder wie een mijnmagnaat, een scheepsbouwer, een politicus en de Graaf van Sandwich. Deze tentoonstelling komt tegemoet aan het Britse verlangen naar trivia, nieuwtjes en biografische details. Zo werd Het hoofd van een boerenvrouw indertijd gekocht door Evelyn Fleming, de moeder van James Bonds geestelijke vader, en was De vlakte ‹La Crau› met bloeiende perzikbomen in 1935 te zien in het buurthuis van Silver End, een gehucht nabij Braintree in Essex, als deel van het experiment Art for the People.

Speciale aandacht gaat uit naar Alexander Reid, de Schotse kunsthandelaar die tussen 1886 en 1889 een kamer huurde bij de Van Goghs in Montmartre. Reid werd enkele keren geportretteerd door Vincent, op wie hij veel leek. Na diens zelfverkozen dood keerde hij terug naar Glasgow. Naast Mand met appels nam hij een van zijn portretten mee. Het waren de eerste Van Goghs aan gene zijde van de Noordzee. Niet voor lang overigens, want Reid verkocht ze voor een fooi aan een Fransman.

Van grotere invloed op Van Goghs overzeese faam zou Theo’s weduwe Jo van Gogh-Bonger worden. Zij deed haar best om Van Goghs te verkopen aan Britse musea. Maar in een brief aan de National Gallery Millbank, het huidige Tate Britain, gaf ze wel een grens aan: «De zonnebloemen zijn niet te koop, nooit…»

Tot 18 juni. Meer informatie: www.comptonverney.org.uk